Gezongen taal beklijft veel beter

Gezongen taal helpt bij het leren van een nieuwe taal. Dat vermoeden bestond al omdat moeders en vaders over de hele wereld in een typisch zingtaaltje tegen hun jonge kinderen praten, maar nu is het bewezen in een experiment met jonge Fransen (gemiddeld 23 jaar) die een fantasietaal moesten leren.

Getest werd het allereerste begin van het aanleren van een taal: het kunnen herkennen van losse woorden (segmentatie). Wat ze zeven minuten lang te horen kregen was: sipygygimisypymisopogysisysipimimosi enzovoorts, zo beschrijft het Frans-Belgisch-Canadese onderzoeksteam in het februari-nummer van het vakblad Cognition. Een van de onderzoekers is de bekende muziekwetenschapper Isabelle Peretz uit Montreal.

De schier eindeloze en monotoon door een stemcomputer uitgesproken of gezongen reeks was zo gekozen dat de proefpersonen op grond van statistische patronen in staat konden zijn om losse woorden als gimisy of pogysi te onderscheiden, omdat die drie lettergrepen altijd in die volgorde staan.

Uit eerder onderzoek was bekend dat proefpersonen na 21 minuten redelijk goed kunnen aangeven of een bepaald ‘woord’ een echt woord uit deze serie is of niet. Peretz en haar collega’s ontdekten dat ditzelfde na zeven minuten al lukt als de stroom klanken wordt gezongen. Als iedere lettergreep een eigen vaste toonhoogte kreeg , scoorden proefpersonen 64 procent van de opgaven goed (zonder zang maar 49 procent). Zonder een vaste toonhoogte per lettergreep was gemiddeld 56 procent goed.

Volgens Peretz en haar collega’s trekt muziek de aandacht en verhoogt het de concentratie. De verklaring voor het grotere effect met de vaste tonen per lettergreep zoeken zij in een gemeenschappelijke mentale verwerking van muziek en taal.