‘Gemeente kan meer doen voor werklozen’

Gemeenten kunnen hun mogelijkheden om bijstandsgerechtigden aan het werk te helpen, beter benutten. De zogeheten work first-projecten, waarbij werklozen verplicht aan het werk gaan, moeten breder worden ingezet dan gemeenten ze nu gebruiken, concludeert de Raad voor Werk en Inkomen, adviesorgaan van het kabinet.

Veel gemeenten zetten work first nu in bij bijstandsgerechtigden die een uitkering aanvragen, maar dat kan volgens de RWI worden uitgebreid naar het gehele bestand langdurig werklozen, en dus moeilijk bemiddelbare personen. De basis van work first is dat gemeenten bijstandsgerechtigden verplichten werk te accepteren, opdat ze sneller terugkeren op de arbeidsmarkt. Accepteren ze de werkzaamheden niet, dan wordt hun uitkering gekort.

Vandaag publiceerde de RWI het onderzoek, waaruit blijkt dat 80 procent van de werklozen ondanks het verplichte karakter „meestal of altijd” met plezier het project volgt. Ruim 60 procent kreeg meer zelfvertrouwen door de werkervaring, en wist beter zelf op zoek te gaan naar werk.

De RWI, waarin zowel gemeenten, werkgevers als de vakbeweging zitting hebben, gaf echter ook een waarschuwing: gemeenten bieden te gemakkelijk werk aan als work first-project, werk dat mensen niet echt dichterbij de arbeidsmarkt brengt. „We hebben geen harde cijfers, maar wel duidelijke signalen dat gemeenten te eenvoudig werk aanbieden”, aldus de RWI. Belangrijk is dat gemeenten eerst een totaalbeeld van de werkzoekende krijgen, voordat ze die „zomaar een baantje” geven.

Vakcentrale FNV deelt die kritiek. „Mensen moeten wel iets leren van het werk”, zegt Dirk Kloosterboer, beleidsmedewerker van FNV. Als slechte voorbeelden noemt FNV pizzadozen vouwen of kauwgumpakjes inpakken. Bovendien is de FNV tegen projecten die langer dan 6 maanden duren. „Dan moeten personen een contract en minimumloon ontvangen.”

Lees het rapport van de RWI op nrc.nl/economie