Fiscale cadeautjes voor multinationals

De meeste multinationals betalen veel minder winstbelasting dan het in Nederland gangbare tarief van 25,5 procent. „Kapitaal zoekt altijd de weg van de minste fiscale weerstand.”

Hoofdkantoren van Fortis in Utrecht en ASML in Veldhoven (foto). Behalve ING vermeldt geen enkel Nederlands AEX-fonds hoeveel winstbelasting het in Nederland betaalt. Foto’s Peter Hilz Nederland, Veldhoven,15 september 2007, ASML Holding N.V. ASML is een nederlands bedrijf en een belangrijkste leverancier van lithografiesystemen voor de halfgeleiderindustrie. Veel chipproducenten ter wereld zijn klant bij ASML. Het bedrijf vervaardigt complexe machines die cruciaal zijn voor de productie van ge•ntegreerde schakelingen ( ICÕs of chips ). / ASML is the world's leading provider of lithography systems for the semiconductor industry, manufacturing complex machines that are critical to the production of integrated circuits or chips. Headquartered in Veldhoven, the Netherlands, ASML is traded on xEuronext xAmsterdam and xNASDAQ under the symbol ASML. foto: Peter Hilz Hilz, Peter

Het best bewaarde geheim van de Belastingdienst is de jaarlijkse belastingaanslag van koningin Beatrix. Het op één na best bewaarde geheim zijn de belastingaanslagen van in Nederland gevestigde multinationals als Philips, Shell, Unilever of Akzo Nobel.

In de politiek en in de belastingadviespraktijk gaat al jaren het gerucht dat deze zeer grote ondernemingen in Nederland weinig tot geen vennootschapsbelasting – belasting over de winst – betalen. Het is een gerucht, bij gebrek aan harde informatie. De Belastingdienst houdt de lippen stijf op elkaar.

Vorige maand wilde Tweede Kamerlid Paul Tang (PvdA) het wel eens weten. In schriftelijke vragen aan staatssecretaris De Jager (Financiën, CDA) vroeg hij in hoeverre de in Nederland gevestigde multinationals effectief vennootschapsbelasting betalen in Nederland.

Tang reageerde op een rapport van de Britse Rekenkamer over de vennootschapsbelasting in het Verenigd Koninkrijk. Daaruit bleek dat bijna eenderde van de 700 grootste ondernemingen in het Verenigd Koninkrijk géén vennootschapsbelasting betaalde in 2005-2006.

Kamerlid Tang kreeg deze week een reactie van De Jager. Of eigenlijk niet. Hij ontving geen gedetailleerd antwoord omdat „dat tot individuele belastingplichtigen herleidbare informatie zou opleveren”. Het Kamerlid vroeg echter niet naar individuele bedrijven. Hij vindt dat hij met een kluitje in het riet is gestuurd. „De Jager wil gewoon geen antwoord geven”, concludeert Tang.

Zelf willen de meeste bedrijven ook niet zeggen of zij winstbelasting betalen in Nederland, en zo ja in welke mate. ING is een uitzondering. De bank meldt in 2006 ruim 0,5 miljard euro aan belasting te hebben afgedragen in Nederland. Shell, Akzo, Philips, Ahold en Unilever verwijzen naar hun jaarverslagen, die geen informatie bevatten over hun afdracht in Nederland.

Uit de jaarverslagen van de 23 AEX-fondsen blijkt dat ze in 2006 wereldwijd gemiddeld 16,8 procent belasting betaalden, als percentage van hun brutowinst. Of dit alleen winstbelasting betreft, of dat ook loon- en omzetbelasting of andere belastingen zijn meegeteld, melden de meeste jaarverslagen niet. „Mede uit concurrentieoverwegingen geven wij geen informatie over afzonderlijke landen”, laat Unilever weten. „Shell voldoet aan alle wettelijke regels”, meldt de energiemaatschappij.

Nederlandse multinationals zijn geen belastingontduikers, zegt Frank Engelen, deeltijdhoogleraar internationaal belastingrecht in Leiden. 80 procent van zijn tijd is hij partner bij Price Waterhouse Coopers. Hij adviseert meer dan tien Nederlandse beursgenoteerde ondernemingen op fiscaal gebied.

De gemiddelde multinational streeft er volgens hem naar om over de in Nederlands behaalde bedrijfswinst een redelijke belasting te betalen. Engelen: „Gemiddeld wordt 15 tot 20 procent over de Nederlandse winst betaald, schat ik. Multinationals die ernaar streven geen winstbelasting te betalen in Nederland, ken ik niet.”

In Nederland brengt de vennootschapsbelasting 17,9 miljard euro op (2006). Dat is ruim 16 procent van de totale belastingopbrengst.

Volgens Jaap Zwemmer, hoogleraar belastingrecht aan de Universiteit van Amsterdam, is het begrijpelijk dat zeer grote ondernemingen naar verhouding minder vennootschapsbelasting betalen dan het midden- en kleinbedrijf. Zwemmer: „Multinationals kunnen gebruikmaken van lagere tarieven in het buitenland. Daar verschuiven ze hun winst naar toe. Kapitaal zoekt altijd de weg van de minste fiscale weerstand. Zeker sinds de uitbreiding van de Europese Unie met landen als Estland. Daar heffen ze helemaal geen vennootschapsbelasting.”

In de Europese Unie is een race to the bottom gaande als het gaat om vennootschapsbelasting. In 1997 was het gemiddelde tarief in de EU 35,5 procent. Tien jaar later, in 2007, nog maar 24,2 procent.

Vervolg belasting: pagina 16

Belastingdruk voor bedrijven gaat richting 0 procent

Vervolg Belasting van pagina 15

In Nederland nam het vorige kabinet, met op Financiën minister Gerrit Zalm (VVD) en staatssecretaris Joop Wijn (CDA), maatregelen om het fiscale regime voor multinationals te verlichten.

Joop Wijn kwam met de Wet werken aan winst, die sinds 1 januari vorig jaar van kracht is. Een onderdeel was een tariefsverlaging van de vennootschapsbelasting. Het toptarief zakte van 29,1 procent naar 25,5 procent.

In de praktijk betalen multinationals minder, omdat ze gebruikmaken van – legale – belastingontwijkende constructies. Die waren altijd al mogelijk, maar de Wet werken aan winst legaliseerde vorig jaar nog meer van zulke constructies.

Tijdens het jaarlijkse congres van het fiscale vakblad Vakstudie-Nieuws in november 2006 zei Edwin Heithuis, hoogleraar belastingrecht aan de Universiteit Utrecht en wetenschappelijk adviseur bij belastingadviseur BDO Camps Obers, dat een internationaal bedrijf dat in Nederland na de invoering van de Wet werken aan winst meer dan 5 procent belasting betaalt dringend op zoek moet naar een andere belastingadviseur.

Een paar maanden na het congres concludeerde een artikel in Vakstudie-Nieuws (januari 2007) dat internationale bedrijven, mede door de Wet werken aan winst, voldoende mogelijkheden hebben om hun effectieve belastingdruk in Nederland „tot bijna het nulpunt” te doen dalen.

Negen maanden later gebeurde er iets opvallends. Staatssecretaris De Jager, opvolger van Joop Wijn, paste de kersverse Wet werken aan winst plots aan, per 1 januari 2008. De Jager maakte het alsnog moeilijker voor Nederlandse bedrijven die een lening afsluiten bij een buitenlandse dochter, om de betaalde rente af te trekken van de vennootschapsbelasting.

Wat was er aan de hand?

Volgens de Belastingdienst bleek het „bij nader inzien” eenvoudig geworden voor Nederlandse bedrijven om een „ontwijkconstructie” op te zetten. Ondernemingen hoefden daardoor uiteindelijk maar 10 in plaats van 25,5 procent belasting te betalen. „Uit contacten met bedrijfsleven en adviseurs kwam naar voren dat er onbedoelde en onwenselijke constructies in de maak waren. De Belastingdienst heeft hier in de afgelopen maanden kennis van genomen en ook de staatssecretaris hierover geïnformeerd”, aldus de Belastingdienst.

De Jager schreef 18 november vorig jaar aan de Tweede Kamer dat hij wel móést ingrijpen wegens „zeer serieuze signalen uit de praktijk”. Drie dagen later zei De Jager in de Eerste Kamer dat de aanpassing „helaas” noodzakelijk was „om grote schade voor de schatkist te voorkomen”.

Hoogleraar Heithuis: „Dat er binnen negen maanden een reparatie kwam, betekent dat er op grote schaal gebruik van is gemaakt.” Heithuis vindt het onbegrijpelijk: „Het departement had niet verbaasd hoeven te zijn dat er massaal gebruik van werd gemaakt. Ze hebben immers zelf de wettelijke mogelijkheid geschapen.”

Inmiddels was duidelijk dat er mogelijk „grote schade” voor de schatkist zou kunnen ontstaan. Het ministerie wil niet toelichten wat de „zeer serieuze signalen” waren waarop de staatssecretaris doelde. Ook komt er geen antwoord op vragen over de omvang van het misbruik en over de gevolgen van de andere ontwijkconstructies.

Het ministerie zegt enkel: „De Belastingdienst monitort constant op constructies en beoordeelt of deze [...] bestreden moeten worden. Indien opportuun wordt de staatssecretaris hierover geïnformeerd. Hierover doen we verder geen mededelingen.”

Hoge ambtenaren bij de Belastingdienst, die niet met naam genoemd willen worden, bevestigen dat ambtenaren vorig jaar alarm geslagen hebben bij staatssecretaris De Jager. Dat gebeurde onder meer in oktober, één maand voordat de staatssecretaris in grote haast ingreep in de Wet werken aan winst.

De staatssecretaris kreeg te horen dat steeds meer zeer grote bedrijven, waaronder beursgenoteerde ondernemingen uit de AEX-index, niets of bijna niets meer hoeven te betalen omdat ze gebruikmaken van internationale ontwijkconstructies die de wetgever mogelijk maakt.

De ambtenaren drongen er bij de staatssecretaris op aan de pas negen maanden oude Wet werken aan winst grondig te repareren. Uitstel van reparatie zou betekenen dat een kleine groep kapitaalkrachtige bedrijven wordt bevoordeeld, aldus de ambtenaren in hun advies.

De Jager bemoeilijkte één constructie, maar er blijven er legio over. Daarover kreeg de bewindsman volgens de ambtenaren ook informatie. Het gaat in driekwart van de gevallen om renteconstructies, en de verschillende behandeling van eigen vermogen (niet aftrekbaar) en vreemd vermogen (wel aftrekbaar). De informatie was onder meer afkomstig uit gesprekken die de Belastingdienst had met de multinationals.

„In die gesprekken kregen de collega’s van de ondernemingen te horen dat ze 0 euro een fair share vonden”, aldus een van de ambtenaren. „Waarom zouden ze veel meer betalen? Ze zorgen immers al voor veel werkgelegenheid. Van de twintig grootste bedrijven betalen er nog geen vijf in Nederland vennootschapsbelasting.”

Multinationals gaan dus op grote schaal constructies aan om geen of zo weinig mogelijk belasting te betalen in Nederland. En de ondernemingen worden daarbij geholpen door de wetgever.

Dat blijkt uit een voorbeeld: een Nederlands moederconcern verstrekt een langlopende lening met een van de winst afhankelijke rente aan een Franse groepsmaatschappij. In Frankrijk is de rente aftrekbaar die de groepsmaatschappij aan de moeder betaalt. In Nederland moet de moeder belasting betalen over de ontvangen rente. Tenminste, zo was het tot 1 januari 2007.

Sinds de Wet werken aan winst mag de moeder de ontvangen rente onbelast innen in Nederland. Hoogleraar Heithuis: „Iedereen was stomverbaasd toen men van die wijziging hoorde. Een bedrijf betaalt zo dus hélemaal geen belasting. Het is onbegrijpelijk dat de Tweede Kamer dit geaccepteerd heeft.”

De legalisering van deze en andere constructies was een cadeautje aan de multinationals, vindt Heithuis. „In ruil heeft het midden- en kleinbedrijf ook iets gekregen, maar dat is niets vergeleken bij het voordeel voor de multinationals”, aldus de hoogleraar.

Zijn betoog, twee jaar geleden op het congres van Vakstudie-Nieuws, over multinationals die geen belasting meer betalen, is Heithuis door ministerie en multinationals niet in dank afgenomen, zegt hij. „Praten over Nederland als belastingparadijs ligt politiek gevoelig. Mij persoonlijk maakt het niet uit of Nederland multinationals ter wille is. Daar kunnen zelfs goede argumenten voor zijn. Alleen constateer ik dat het gebeurt zonder dat álle feiten op tafel liggen, waardoor de politiek niet goed een keuze kan maken.”

Het is niet echt een „open discussie” beaamt ook hoogleraar Zwemmer: „Politiek is het lastig om toe te geven dat er voor het internationale bedrijfsleven van alles gedaan wordt, ook al doen andere landen ook van alles om het ter wille te zijn. Bovendien bestaat in Den Haag vrees om internationaal het predicaat belastingparadijs opgeplakt te krijgen. Daarom probeert men het allemaal zo low profile mogelijk te houden.”

Heithuis: „En bedenk dat uiteindelijk iemand de prijs van de dalende afdracht aan vennootschapsbelasting van de grote ondernemingen betaalt. Dat zijn u en ik, de particulier dus. Die wordt nog altijd aangeslagen voor maximaal 52 procent. En dat is ook het midden- en kleinbedrijf, dat geen gebruik kan maken van veel internationale constructies, alsmede de vastgoedbeleggers. Daar hoor je weinig politici over in Den Haag.”

Voor dit artikel is onder meer gesproken met ambtenaren van de Belastingdienst. Zij mogen niet praten met de media. Daarom wordt hun identiteit beschermd.