Fiscaal asiel Liechtenstein

De namen van rijke Duitsers met geheime rekeningen in Liechtenstein staan op een cd-rom die de fiscus nu heeft.

Dat kan Nederlanders ook overkomen, zeggen experts.

Ook in Liechtenstein blijkt spaargeld niet veilig voor de Europese belastingdiensten. Binnenkort zal de FIOD wel „met veel bombarie” invallen doen bij bekende Nederlanders die rekeningen in Liechtenstein aanhouden, verwacht Ton Apeldoorn, expert op het gebied van ‘niet-gefiscaliseerd’ geld. De gegevens over bankrekeningen in Liechtenstein waarover de Duitse belastingdienst blijkt te beschikken, zullen volgens hem gedeeld worden met de Nederlandse Belastingdienst.

In Duitsland veroorzaakten invallen bij topman Klaus Zumwinkel van Deutsche Post en andere verdachten van belastingontwijking enorme opschudding. Een cd-rom met namen van mogelijk 750 rekeninghouders bij de Liechtensteinse LGT Bank is na betaling van 4,2 miljoen euro aan een oud-medewerker van LGT in handen van de Duitse geheime dienst en vervolgens van de belastingdienst gekomen. „In de ‘bijvangst’ zullen ook wel Nederlandse namen zitten”, zegt Cees Schaap, forensisch expert en oprichter-directeur van SBV-Forensics.

Liechtenstein is volgens hem „heel populair” bij vermogende Nederlanders. „Het is de enige safe haven in Europa die nog over is”, zegt de oud-politieman, jurist, forensisch onderzoeker en expert op het gebied van witwassen. Ton Apeldoorn, ex-FIOD-rechercheur en oprichter van een financieel bureau dat ‘spijtoptanten’ helpt om niet-gefiscaliseerd vermogen aan te geven bij de Belastingdienst, beaamt dit. De populariteit van Liechtenstein bij Nederlanders is de afgelopen jaren zelfs toegenomen, zegt hij.

Dat heeft te maken met de Europese richtlijn voor spaargeld van 1 juli 2005. Na jaren van tegenwerking stemden Luxemburg, Zwitserland en Liechtenstein in met de heffing van bronbelasting op spaargeld.

De richtlijn, bedoeld om belastingontduiking tegen te gaan, heeft betrekking op particuliere bankrekeningen, niet op die van stichtingen. Apeldoorn zegt voorbeelden te kennen van grote Nederlandse banken die brieven aan hun klanten stuurden waarin ze adviseerden hun rekeningen op naam te zetten van stichtingen en Anstalts. In Liechtenstein is dat een koud kunstje. In de hoofdstad Vaduz van het vorstendom van erfvorst Alois, dat ligt ingeklemd tussen Zwitserland en Oostenrijk, zijn talrijke kantoren te vinden van zogenoemde Treuhändler.

Deze vertrouwenspersonen zorgen voor de oprichting van een stichting, voor een bankrekening van de stichting bij een Liechtensteinse bank en voor het beheer. De bank hoeft de identiteit van de persoon of personen achter de stichting niet te kennen, zolang de Treuhändler voor hen instaat. Het belastingtarief voor stichtingen in Liechtenstein is laag, de beheerskosten zijn daarentegen aanzienlijk.

Volgens Ton Apeldoorn gaat het vaak om ‘oud geld’, vermogen dat al vóór 2005 op privérekeningen stond bij banken in Zwitserland of Liechtenstein. „Bij dezelfde bank gaat de rekening van privé naar een stichting.” Zowel Schaap als Apeldoorn zegt dat het steeds lastiger wordt om nieuw geld via het betalingssysteem binnen Europa buiten het zicht van de nationale belastingdiensten te houden. De route van het geld kan versluierd worden door een netwerk van bv’s te gebruiken. De veiligste manier is nog altijd om geld contant op een rekening te storten in een belastingparadijs. Dat gebeurt, zegt Schaap, onder meer via Oost-Europese landen, Cyprus, Israël en Liechtenstein. Die landen houden zich in theorie aan internationale afspraken om witwassen tegen te gaan, maar, zegt hij, „de praktijk is weerbarstig”.

In Europa zijn de Kanaaleilanden – Jersey, Guernsey – ook populair, maar volgens Schaap zijn de trustkantoren die daar gevestigd zijn bezig te vertrekken nu de Europese regelgeving daar ook van kracht is geworden. Blijven over als belastingparadijzen: obscure onafhankelijke eilandjes in de Caraïben of de Stille Oceaan.

Betalen voor de gegevens van de LGT Bank, zoals de Duitse geheime dienst heeft gedaan, is in Nederland „uitgesloten”, zegt Apeldoorn. In 1995 kreeg de FIOD gegevens van rekeninghouders van de Luxemburgse KB Bank aangeboden, maar weigerde daarvoor te betalen. Uiteindelijk kwamen die gegevens zeven jaar later via België in Nederland terecht. De rechter accepteerde het gebruik ervan in zaken tegen belastingontduikers.