Een verdwaald fanfareorkest

Kolirin maakte een film over een Egyptisch fanfareorkest dat moet optreden in Israël.

De orkestleden zijn sukkelig, het geheel geestig, maar niet potsierlijk.

Hoe bescheiden kun je een film beginnen? Een simpel, wat raadselachtig shot van een man in operette-uniform die een gele bal uit een bestelbusje haalt. En dan lezen we de titels: ‘Eens, niet zo lang geleden, kwam een Egyptische band op bezoek. Niet zo veel mensen herinneren zich dit. Het was niet zo belangrijk.’

Over deze niet zo belangrijke gebeurtenis heeft de Israëlische Eran Kolirin een film gemaakt, The Band’s Visit die in Cannes in première ging, daar de publiekslieveling werd en sindsdien over de hele wereld triomfen heeft gevierd. Wat is het geheim? Het geheim is juist die bescheidenheid.

The Band’s Visit gaat over een Egyptisch fanfareorkest dat in het kader van de recente hartelijke betrekkingen, moet optreden bij de opening van een Arabisch cultureel centrum in Israël. Door een misverstand raken de mannen verzeild in een desolate Israëlische buitenplaats waar ze noodgedwongen de nacht doorbrengen.

Regisseur Kolirin zet de muzikanten in hun helblauwe uniformen met veel effect in de dorre woestijn. Hij begrijpt hoe geestig een ver totaalshot kan zijn en hij ziet de mogelijkheden van een eenzame bushalte.

In dat opzicht is The Band’s Visit bijna té goed gelukt. Zeker in het begin loert het gevaar dat de kijker ze potsierlijk gaat vinden. Nou ja, dat zíjn ze natuurlijk ook. Maar de Israëlische Kolirin behandelt zijn Egyptenaren liefdevol en maakt ze net voldoende geloofwaardig. Ze zijn sukkels, maar aardige sukkels. Het zijn ónze sukkels.

Door kordaat optreden van de zelfverzekerde en bloedmooie Israëlische winkelierster Dina krijgen de muzikanten onderdak bij plaatselijke gezinnen. Dat geeft Kolirin de gelegenheid de Egyptenaren en Israëliërs met elkaar en met hun eigen vooroordelen te confronteren. Schrik niet, The Band’s Visit is geen film met een grote maatschappelijke agenda. Het gaat allemaal om de personages en hooguit de optelsom is groter dan zijzelf.

Khaled, de knapste en jongste Egyptenaar van het gezelschap, gaat met de lokale jongen Papi naar de rollerdisco om hem de kunst van het flirten bij te brengen – een hilarische scène.

Twee andere bandleden komen terecht bij een familie die geen woord over de grens spreekt en dus kunnen ze alleen maar samen muziek maken en zingen, Summertime nog wel.

Zo stuurt Kolirin zijn film met vaste hand melancholieke wateren in. De onbetwiste hoofdpersoon is dan ook Tawfik Zacharya, de al wat oudere, besnorde bandleider. Hij presenteert zichzelf als de vanzelfsprekende tegenpool van de jonge, geile Khaled, maar is intussen natuurlijk ook jaloers op diens ongegeneerdheid.

Maar Zacharya’s echte tegenspeler is Dina (een weergaloze Ronit Elkabetz). De steile, conservatieve Arabische macho kan zijn ogen moeilijk van de joodse schoonheid afhouden, die haar feilloos gelakte teennagels nonchalant op tafel legt. Maar wat tussen hen ontstaat, overstijgt de toevallige romance. Die delicate sfeer tussen beiden is vooral het resultaat van hun leeftijd. Ze zijn al wat ouder en door het leven getekend. Niet te zwaar, niets is hier te zwaar. Het zijn allemaal potloodstrepen die Kolirin zet. Precies goed.

Aan het eind van de nacht is er een begrip dat dieper gaat dan de flirt waar Dina eerst mee speelde. Deze ene nacht is zo’n kans die je kunt grijpen en dan ziet je hele leven er voortaan anders uit. Of je grijpt hem niet en weet je ook zeker dat er helemaal nooit meer iets zal veranderen. En dan moet je daarmee verder leven.

The Band’s Visit (Bikur Ha-Tizmoret). Regie: Eran Kolirin. In: 8 bioscopen.