Doorstart voor WBR

De gemeente Rotterdam kiest voor een doorstart van het Warmtebedrijf Rotterdam (WBR). Afvalverwerking Rijnmond neemt in de nieuwe opzet de plaats in van Shell, dat zich afgelopen najaar terugtrok uit het restwarmteproject, omdat aanpassing van de eigen olieraffinaderij te duur bleek. De gemeente is met 18 miljoen euro grootaandeelhouder van het WBR.

Wethouder Mark Harbers (Economie, Haven en Milieu, VVD) heeft vandaag een brief naar de gemeenteraad gestuurd. Hij schermt met „minimaal twee nieuwe partijen”. Het verstrekte overbruggingskrediet van 18 miljoen euro wordt niet verlengd en vloeit terug naar de gemeente. Energieproducent Eon verzorgt het transport van de industriële restwarmte, waarmee in 2015 ongeveer 50.000 woningen en gebouwen in Rotterdam-Zuid zouden moeten worden verwarmd. Daarbij wordt gebruikgemaakt van het bestaande stadsverwarmingsnet.

Het in 2005 opgerichte WBR leek de gemeente afgelopen najaar met een forse schuld (34 miljoen euro) op te zadelen, toen Shell zich terugtrok als hoofdleverancier. Door de gestegen prijzen, onder meer voor de aanleg van de infrastructuur, moest aanzienlijk meer betaald worden voor hergebruik dan oorspronkelijk was begroot.

In de nieuwe bedrijfsopzet is volgens Harbers sprake van „vereenvoudigde en dus goedkopere bedrijfsprocessen”. Als lid van het Clinton Climate Initiative heeft Rotterdam zichzelf verplicht om de CO2-uitstoot in 2025 te hebben teruggebracht van 33 naar 14 miljoen ton. Het WBR moet een reductie leveren van 700 kiloton.