De bom barstte na de oudejaarsconference

Uit de autobiografie van Marcel T. komt het beeld naar voren van een paranoïde geest. „Ze waren achter mijn rug om bezig mij te belazeren.”

Met gebogen hoofd hoort oud-kraker Marcel T. aan waarvan hij wordt verdacht: de moord op politiek activist Louis Sévèke in 2005 in Nijmegen, een reeks bomaanslagen en overvallen. Af en toe kijkt hij even op. T., stekeltjes, gymschoenen, zwarte broek en gestreept overhemd, staat vandaag en morgen terecht voor de rechtbank in Arnhem.

Uit de autobiografie Het leven van een buitenstaander – het leven is een eenmansguerrilla die is aangetroffen in een van de opslagboxen die door T. werden gehuurd, en waaruit vandaag werd geciteerd, rijst het beeld van iemand die zich verraden voelde door anderen en die vanuit „anti-kapitalistische” opvattingen tot zijn daden kwam.

Met de aanslagen op Franse instellingen in de jaren negentig reageerde hij op actuele buitenlandse politieke zaken – zoals de Franse aankondiging nieuwe atoomproeven te houden in de Grote Oceaan. De aanslag op de Banque Paribas van 2 januari 1996 pleegde hij „omdat die zo leuk aansloot op de conference van Youp van ’t Hek”. Van het Hek had opgeroepen geen Franse wijn meer te kopen of champagne te drinken. „Maar het was toch zuipen, vreten en feesten, business as usual”, citeerde voorzitter M. Jurgens.

De 39-jarige T., die aan de hogere laboratoriumschool studeerde, is zeer geïnteresseerd in explosieven. Hij las er „alles over wat los en vast zat” en maakte de bommen die hij voor de aanslagen gebruikte zelf. Hij testte ze soms vooraf, op een voetbalveld of in de bossen. De benodigdheden kocht hij bij tuincentra, bouwmarkten en drogisterijen.

In zijn autobiografie beschrijft T. hoe „het verraad hem kapot heeft gemaakt”. Hij had het gevoel dat „de linkse groep” waarin hij verkeerde „steeds meer vreemde vragen ging stellen. Ze keken mij vreemd aan. Ze dachten dat ik een infiltrant was voor de Binnenlandse Veiligheidsdienst [de huidige AIVD, red.]. De insinuaties lieten weinig aan de verbeelding over”, vond T. „Wie mij nu nog beledigt geeft mij een mooi excuus. Die kom ik kapotmaken.” Hij sprak over „de dag van de grote afrekening”.

Ter zitting zei T. dat het wat achterdochtig en paranoïde overkomt. In de tijd dat hij de autobiografie schreef, ging het af en toe niet zo goed met hem. Hij voelde zich „belazerd” door medebewoners van het kraakpand Crisis in Nijmegen, waar hij in de jaren negentig woonde. Hij nam het hun kwalijk dat hij een oprotpremie van 12.000 gulden die door de eigenaar van het gebouw was geboden, was misgelopen. „Ze waren achter mijn rug om bezig mij te belazeren.” Bij de onderhandelingen met de eigenaar, Rodamco, was Louis Sévèke betrokken.

De bankovervallen waar T. voor terechtstaat, pleegde hij omdat hij geld nodig had. Hij wilde geen „loonslaaf’” zijn.

Morgen behandelt de rechtbank onder meer de persoonlijkheidsrapporten die over T. zijn geschreven. Waarschijnlijk wordt dan ook de eis geformuleerd.