Zo paai je de politie

Uit onderzoek blijkt dat de politie veel meer haar best doet als het salaris in de buurt ligt van de eisen. Houd daar rekening mee, schrijft Jan Bouwens.

Minister Ter Horst heeft een eindbod gedaan aan de politiebonden, en de bonden hebben dit bod aanvaard. Afdelingen hebben gemengd gereageerd op dit eindbod. Ze zijn niet allemaal tevreden zo blijkt. Laten we even veronderstellen dat de meerderheid van afdelingen akkoord gaat met het eindbod. Maakt het dan wat uit of er al of niet veel ontevreden afdelingen zijn? Het antwoord op deze vraag luidt volmondig ja.

De Amerikaanse onderzoeker Alexandre Mas (University of California) bekeek in 2005 in de staat New Jersey 383 arbitragezaken tussen politie en gemeenten die zich in New Jersey in 1978-1996 voordeden. Hij vergeleek de arbitrage-uitkomsten die dichter bij de verwachtingen van de bonden liggen met uitkomsten die dichter bij de verwachtingen van de gemeentebesturen liggen.

De resultaten van deze studie zijn opvallend. Waar de bonden wonnen neemt het aantal opgeloste misdaden toe met 12 procent in de maanden volgend op de arbitrage-uitkomst. Ook het aantal zware criminelen dat werd gearresteerd, gevangengezet en de lengte van hun veroordelingtermijn hangt samen met het onderhandelingsresultaat. Daarentegen neemt de geregistreerde misdaad met 5,5 procent toe als het eindbod dichter bij het stadsbestuur ligt dan bij de politie.

Een belangrijk punt bij verlies door de politie is dat het niet alleen om de absolute salarisverhoging gaat, maar om de afwijking van het eindbod van de overheid in vergelijking met het tegenbod van de politie. Naarmate de afstand eindbod-bestuur-politie toeneemt zien we bovenbeschreven prestatie-effecten sterker doorwerken. Dit doet zich niet voor bij winst door de politie.

De analyse van Mas leert ons het volgende. Het is belangrijk voor de politieprestaties dat het korps is overtuigd van relatieve winst. Voor Nederland wil dat zeggen dat het eindbod van Ter Horst in de beleving van de politie dichtbij dat van het korps ligt.

Dit kan de overheid bereiken door de verwachte salarisverandering te beïnvloeden. De korpsleiding kan hierin een belangrijke rol vervullen. Op dit moment doet de korpsleiding hiertoe verwoede pogingen. Maar volgens Mas is het beter dat de korpsleiding haar invloed juist voorafgaand aan het bod uitoefent.

Jan Bouwens is hoogleraar accounting aan de Universiteit van Tilburg.