Verlies. Welk verlies?

Het moet al weer een jaar of dertig geleden zijn dat studenten op hun vraag aan de docent welk tentamencijfer ze hadden gehaald, de tegenvraag kregen: ‘Wat vind je er zelf van?’ Anno 2008 blijken financiële instellingen zich in dezelfde situatie te hebben gemanoeuvreerd. Bankverzekeraar ING presenteerde vanmorgen zijn jaarcijfers en meldde over het vierde kwartaal een afwaardering op zijn beleggingen in Amerikaanse ‘subprime’ hypotheken en aanverwante beleggingen van 194 miljoen euro, die drukt op de winst- en verliesrekening. Dat viel erg mee. Vorige week gonsde de beurs nog van de geruchten dat er een afboeking van tussen de zes en acht miljard aankwam. Bij nadere beschouwing blijkt de bankverzekeraar toch nog eens driekwart miljard euro af te boeken, vooral op zogenoemde ‘Alt-a’ hypotheken, die iets kredietwaardiger zijn dan subprime. Maar omdat deze afwaardering minder stellig is, drukt zij niet op de winst.

Fortis, dat in maart zijn cijfers presenteert, meldde laatst dat zijn afwaardering op bezittingen die door de kredietcrisis zijn getroffen, kan uitkomen op 200 miljoen à 1,2 miljard euro. Dat is nogal een verschil. En van ABN Amro moet maar worden gehoopt dat er nog aparte, gedetailleerde gegevens komen, wanneer een van de nieuwe eigenaren, Royal Bank of Scotland, volgende week zijn cijfers presenteert.

De bewegingsvrijheid die financiële instellingen hebben bij het uitrekenen van hun verliezen door de kredietcrisis is enorm. Dat is niet verwonderlijk. De uiterst complexe financiële producten die aan de kredietcrisis ten grondslag liggen, zijn in de regel niet of moeilijk verhandelbaar. De waarde daarvan is daarom alleen in theorie te bepalen. Dat laat ruimte voor interpretatie. Amerikaanse banken hebben tientallen miljarden aan afboekingen gemeld. Dat komt niet alleen omdat zij dieper in de hypotheekcrisis zitten, maar ook omdat zij vermoedelijk agressiever hebben afgewaardeerd dan hun Europese tegenhangers. Bovendien blijken financiële instellingen soms zelf niet te weten welke stroppen zij herbergen. Daarbij gaat het niet alleen om losgeslagen handelaars, zoals bij de Franse bank Société Générale. Het Zwitserse Credit Suisse kwam gisteren, krap een week na de presentatie van zijn jaarcijfers, met een strop van nog eens 1,9 miljard euro, door vermeende fouten bij het vaststellen van de waarde van zijn bezit.

ING maakte vorig jaar een nettowinst van ruim 9,2 miljard euro en is in wezen kerngezond. Maar enige reserve is op zijn plaats. Niet omdat het concern niet te vertrouwen zou zijn, maar omdat het weinig anders kan doen dan naar beste eer en geweten een schatting doen van zijn verliezen die het gevolg zijn van de kredietcrisis. Hetzelfde geldt voor alle banken en dit is precies de reden waarom zij elkaar nog steeds met terughoudendheid bezien op de financiële markten. De sleutel ligt bij een beter en objectiever stelsel van waardering van moderne complexe financiële instrumenten. Want pas als de banken elkaar weer vertrouwen, kan het publiek weer opgelucht ademhalen.