Vakbond moet ‘ouderwetse propaganda’ inzetten

Het is niet gek dat de vakbonden vergrijzen, vinden de vakbonden zelf. „Jongeren hebben terecht moeite het nut in te zien van een lidmaatschap”, zei Judith Ploegman, voorzitter van FNV Jong gisteren tijdens de eerste Henri Polak-lezing. „Jongeren denken, alles wordt toch goed voor me geregeld, waarom zou ik lid worden?”

De jongeren waren dan ook op drie handen te tellen in de zaal waar het congres plaatsvond, ter ere van de 140ste geboortedag van Henri Polak. Polak is de grondlegger van de moderne vakbeweging in Nederland. Door hem konden Amsterdamse diamantbewerkers begin vorige eeuw voor het eerst op vakantie – onbetaald weliswaar.

Jongeren zijn de waarde vergeten van de vakbonden, stelde Ploegman gisteren. Want: „Te veel succes in arbeidsonderhandelingen heeft ons onzichtbaar gemaakt.” Dát vakbonden weer aantrekkelijk moeten zijn voor jongeren, daar waren alle aanwezigen het gisteren over eens. FNV-voorzitter Agnes Jongerius zuchtte eens diep: „Iedere vakbondsleider die zegt dat hij daarover geen zorgen heeft, liegt.” De oplossing? „Ouderwetse propaganda”, opperde Ploegman. Klaas Pieter Derks van CNV Jongeren benadrukte de veranderende arbeidsmarkt, en dus andere behoeften die werknemers hebben: „Meer individuele dienstverlening wordt belangrijk. Jongeren kunnen dan een carrièrecheck-up doen bij hun vakbond.” De vakbonden worden dan een soort loopbaancoach – naast de standaard collectieve arbeidsovereenkomstonderhandelingen.

Voorzitter van de Sociaal-Economische Raad Alexander Rinnooy Kan riep vooral op die basis van de vakbeweging niet te vergeten: „Collectieve belangenbehartiging is de kern van vakbondswerk en moet dat ook blijven.” Wel zag hij een mogelijke toekomst voor de vakbonden als „sociale ANWB”, en roemde hij het Nederlandse poldermodel: „We realiseren ons niet vaak genoeg hoe bijzonder het is dat wij er in onze fameuze overlegeconomie bijna altijd uitkomen.”

Vakbonden hebben niet alleen moeite aansluiting met jongere werknemers te vinden. Allochtonen, in het bijzonder allochtone vrouwen, vormen volgens Jongerius een nog grotere witte vlek.