Uitvaartwensen

Zeven uur ’s avonds: de telefoon. Een welbespraakte jongen informeert naar mijn uitvaartwensen. Hij boft – ik ben in een communicatieve stemming. Of ik geld heb gereserveerd voor mijn begrafenis („goed zo, goed zo”). En of ik mijn uitvaart snel verwacht. Ik spreek de hoop uit dat het nog wel even gaat duren. En nee,

Zeven uur ’s avonds: de telefoon. Een welbespraakte jongen informeert naar mijn uitvaartwensen. Hij boft - ik ben in een communicatieve stemming.

Of ik geld heb gereserveerd voor mijn begrafenis („goed zo, goed zo”). En of ik mijn uitvaart snel verwacht. Ik spreek de hoop uit dat het nog wel even gaat duren. En nee, ik verwacht daarbij geen bezoekers uit het buitenland.
En of ik meer of minder dan vijftig bezoekers verwacht. Ik leg hem uit dat dat van de leeftijd van overlijden zal afhangen.
Tot slot noteert hij mijn geboortedatum en concludeert: „Dat gaat opschieten.”

Q.R.M. Strooij