Twee grensposten Kosovo in brand gezet

Ruim vijftig Servische jongens hebben gisteren in het noorden van Kosovo de grenspost Jarinje in brand gezet. Onder genot van een biertje uit kratten die ze van huis hadden meegenomen keken ze toe hoe een kantoor en een tiental auto’s afbrandden. Om zes uur ’s avonds nam een Amerikaans konvooi NAVO-soldaten de grenspost in met trucks, gepantserde auto’s, bulldozers en prikkeldraad.

Behalve Jarinje is ook grenspost Zubin Potok in vlammen opgegaan. Na de oorlog om de Servische provincie Kosovo installeerden VN-bestuur UNMIK en NAVO-troepenmacht KFOR dit soort ‘voorlopige’ grensposten. De Serviërs die onafhankelijk Kosovo niet erkennen, beschouwen dus ook de grensposten als illegaal.

De brandstichtingen zijn de ernstigste incidenten sinds de Kosovo-Albanezen zondag eenzijdig de onafhankelijkheid van de Servische provincie uitriepen. De Verenigde Staten en een groot aantal Europese landen hebben die onafhankelijkheid inmiddels erkend; Servië heeft gezegd dat nooit te zullen doen.

De brandstichtingen veroorzaakten onrust in de hoofdstad Pristina. De NAVO-missie en de Verenigde Naties, die Kosovo besturen sinds 1999, stuurden uit voorzorg straaljagers en helikopters de lucht in. „De sfeer wordt grimmig”, aldus een internationale waarnemer.

In de door Serviërs bewoonde deel van de stad Mitrovica vierden jongens het nieuws over de brand. Ze riepen nationalistische leuzen en wapperden met de Servische vlag. ’s Avonds was het aantal soldaten in het straatbeeld verdubbeld. In een Servische enclave in zuidelijk Kosovo kwam gisteren een bommelding binnen.

Ook in Belgrado en andere Servische steden werd gisteren gedemonstreerd tegen Kosovo’s onafhankelijkheid en tegen de komst van EU-missie EULEX naar Kosovo. De Servische president Tadic riep op tot kalmte. Hij zei dat de Serviërs alleen vreedzaam en op basis van redelijkheid mogen protesteren.