Sobere ode aan ‘oorlogspianist’

Theater De Pianist. Gezien: 18 februari Leidse Schouwburg, Leiden. Tournee t/m 4 mei. Info www.depianist.info

Het is verschrikkelijk en het is verschrikkelijk waar gebeurd: acteur Edwin de Vries vertelt het levensverhaal van de Pools joodse pianist en componist Wladyslaw Szpilman (1911-2000).

Deze ‘oorlogspianist’, zoals hij zichzelf noemt, overleefde de hel van het getto van Warschau dankzij twee wonderen. Het ene is een goddelijke wilsbeschikking – Szpilman moest overleven – en het andere is de pianomuziek. Hij verschanst zich in een gebombardeerde villa en vindt daar kracht door het pianospel. Een Duitse soldaat, ontvankelijk voor muziek, is zijn onbekende redder.

Er is iets met pianospelers in de kunst. Eerst speelde Porgy Franssen het uitmuntende Novecento: Pianist der Oceanen van de Italiaanse schrijver Barrico. Als Boekenweekgeschenk 2008 schrijft Bernlef de novelle De pianoman over een zwijgende pianist. En in 2002 verfilmde Roman Polanski het verhaal van Szpilman als De Pianist, waarvan de hallucinerende beelden onvergetelijk zijn.

Dan nu de toneelversie van het pianoverhaal. Edwin de Vries wordt beurtelings begeleid door Yoram Ish-Hurwitz of Mikhaïl Rudy. Bij de première trad Ish-Hurwitz op met beheerst, poëtisch spel. In de muziekkeuze ligt de nadruk op Chopin en zijn bekendste stukken. Ook Szpilmans eigen muziek klinkt, maar schaars. Ik had als eerbetoon graag meer gehoord. Zijn werk heeft een lichtheid die aan Debussy doet denken.

In krachtige soberheid regisseert Mette Bouhuijs acteur en pianist. Ze zijn in identiek donkergrijs gekleed. In een zwart decor staan drie pianokrukken uit verschillende tijden. De zwarte vleugel met daarop een fel brandende lamp overheerst. Reinier Tweebeeke hangt een vloed van prachtig-genadeloos licht in de kap. Aan het slot zijn de gruwelijke oorlogsjaren voorbij en begint het te sneeuwen: witte papiersnippers dwarrelen omlaag.

Edwin de Vries heeft ook Szpilmans herinneringsboek vertaald en bewerkt voor toneel. In contrast met de gewijde regie staat een overdadig taalgebruik. Het is niet duidelijk welke brontekst De Vries heeft gebruikt. Als je erop gaat letten, wemelt het van overbodige bijwoorden en bijvoeglijke naamwoorden. Rennen is altijd ‘snel’. Een wegrollende trein rolt aldoor ‘langzaam’ weg. Enzovoort. Ik begrijp goed dat De Vries dit authentieke verhaal over de holocaust op toneel wil vertellen, en het is ook terecht.

Maar het vreemde is dat de beschrijving van dood en vernietiging, van monsterlijke SS’ers die gruweldaden verrichten jegens de joden, door die gretige overdaad een overdosis sentiment krijgt. Dat is jammer. In zijn spel sluit De Vries wel aan bij de zuiverheid van de regie.

Aan het slot, als de lijnen samenkomen en de gruwelen voorbij lijken, is De Pianist het sterkst. Door een bizar toeval krijgt de joodse jongen een winterjas van een Duitse soldaat. Dat wordt hem bijna fataal: een Pools soldaat dreigt zijn Poolse landgenoot neer te schieten. Zo’n detail is dramatisch betekenisvol en vertaalt de onvoorstelbare tragiek in een ijzersterk beeld.