Raadsels rond ‘oplossing’ kunstroof

Twee van de vier impressionistische meesterwerken die vorige week uit een museum in Zürich werden gestolen, zijn terecht. Maandagavond werden Bloeiende Kastanjetak van Vincent van Gogh en Les Coquelicots près de Vétheuil van Claude Monet gevonden op een parkeerterrein van een psychiatrische kliniek, 500 meter verderop. Ze lagen – puntgaaf - op de achterbank van een witte auto. De andere twee schilderijen, van Degas en Cézanne, blijven spoorloos.

De politie en de directeur van de Bührle-collectie deden gisteren alsof een van de grootste gewapende kunstroven uit de geschiedenis (120 miljoen euro) nu half is opgelost. Vanwege de media-aandacht, vertelden zij, sloeg een medewerker van de Bürgholzli-kliniek meteen alarm toen hij de witte auto zag – vreemd geparkeerd, niet op slot. Had hij niet op tv gehoord dat de kunstdieven in een witte auto waren weggescheurd, achterklep open? Hij gluurde door de ruiten en jawel, daar lag de Monet. Hij krijgt een deel van 60.000 euro die het museum had uitgeloofd, zei de politie.

Dat klinkt mooi. Behalve dat iedereen in dit land zich afvraagt: hoe lang stond die witte auto al bij de kliniek? Als je hier je auto verkeerd parkeert of niet afsluit, stoppen omwonenden of passanten eerst een briefje onder je ruitenwisser en bellen vervolgens de politie. Zo zijn Zwitsers. Waakzaamheid en sociale controle (klikken, zeggen sommigen) zijn er uitgevonden. Geen denken aan, dus, dat die auto een hele week op dat parkeerterrein heeft gestaan – vlakbij het museum nog wel. De auto moet elders zijn geweest, en later zijn teruggereden, met de bedoeling te worden gespot.

Ook op andere belangrijke vragen gaf de politie geen antwoord. Is er losgeld betaald voor de teruggekeerde schilderijen? Lag er een briefje bij, met eisen om losgeld voor de andere doeken (die minder waard zijn)? Is er een link met twee Picasso’s die begin februari in Pfäffikon werden gestolen? Wordt een van de getuigen verdacht?

Met elke persconferentie wordt deze kunstroof mysterieuzer. Alle partijen kijken al reikhalzend uit naar de volgende.