Pakistan wil geen Musharraf meer

De partij van president Musharraf is weggevaagd.

Vraag is of hij aftreedt of tot vertrek wordt gedwongen, als het de oppositie lukt een coalitie te vormen.

Democratie doet de Pakistaanse president Pervez Musharraf geen goed. Nog geen drie maanden nadat hij zijn uniform heeft verwisseld voor een burgerpak, rekenden de kiezers maandag met hem af voor de acht jaar dat hij als generaal aan de macht is geweest. Gisteren, toen duidelijk werd dat de twee belangrijkste oppositiepartijen de aan Musharraf gelieerde PML-Q hadden weggevaagd bij de verkiezingen, begon de roep om zijn aftreden.

„Musharraf zei altijd dat hij zou vertrekken wanneer de mensen dat wilden. Nu hebben de mensen gezegd wat ze willen”, zei oud-premier Nawaz Sharif. Zijn PML-N won gisteren verrassend veel zetels, gezien de grote sympathie voor de Pakistaanse Volkspartij wegens de moord op Benazir Bhutto, en het feit dat Sharif pas eind november terugkeerde uit acht jaar ballingschap in Saoedi-Arabië. De Volkspartij mag als grootste partij de premier leveren, maar heeft de PML-N nodig voor een coalitie.

Het Pakistaanse volk stemde gisteren meer tegen Musharraf dan voor de Volkspartij en de PML-N. Het afgelopen jaar verloor een ruime meerderheid haar vertrouwen in zijn belofte om van kernmacht Pakistan een stabiele, veilige, gematigde moslimstaat te maken, en Al-Qaeda en de Talibaan uit de tribale grensregio met Afghanistan te weren zonder aan de leiband van de Verenigde Staten te lopen. Die hebben Musharraf na de aanslagen van 11 september 2001 zeker tien miljard dollar aan militaire steun gegeven in ruil voor zijn medewerking aan hun strijd tegen terreur.

Veel Pakistanen vinden dat hij zo het moslimterrorisme juist aanwakkert; afgelopen half jaar zijn er honderden doden gevallen bij zelfmoordaanslagen, niet alleen in de grensgebieden, maar ook in de grote steden.

Bang om de macht te verliezen maakte Musharraf de ene na de andere misrekening. In het voorjaar ontsloeg hij opperrechter Iftikhar Chaudhry, wat leidde tot een opstand van juristen en activisten. In juli vielen zeker honderd doden toen hij de door moslimextremisten bezette Rode Moskee in Islamabad liet bestormen. Tijdens de noodtoestand die hij in november uitriep nam hij een aantal autoritaire maatregelen. Dat hij in ruil daarvoor zijn functie als legerleider opgaf maakte voor de publieke opinie weinig verschil meer; toen op 27 december Bhutto werd vermoord verdacht een groot deel van de bevolking hem van betrokkenheid.

Voor veel armen (een kwart van de bevolking leeft onder de armoedegrens) waren de hoge graanprijzen, inflatie en werkloosheid de voornaamste redenen om op de oppositie te stemmen.

De Volkspartij, vóór het bewind van Musharraf de belangrijkste rivaal van de PLM-N, bood Sharif gisteren aan te onderhandelen over een coalitie. Die toonde zich daartoe bereid „om Pakistan voor altijd te verlossen van dictatuur”. Over veel onderwerpen is het nog onduidelijk hoe eensgezind de twee partijleiders, die elkaar morgen ontmoeten in Islamabad, zullen zijn.

Het is bijvoorbeeld onbekend of zij een gezamenlijke strategie voor de bestrijding van het moslimterrorisme kunnen vinden. Zardari zei onlangs in een interview dat hij de Pakistanen ervan wilde overtuigen dat de strijd tegen terreur „onze eigen oorlog” is, niet slechts die van Amerikanen”. Sharif is volgens analisten eerder geneigd om te onderhandelen met de stammen die onderdak bieden aan extremisten. De VS, die het liefst hadden samengewerkt met Bhutto, hebben hun twijfels over de gematigdheid van Sharif, voormalig protégé van de moslimfundamentalistische dictator Zia ul-Haq.

Ook is onbekend of zij het eens kunnen worden over de positie van Musharraf. Sharif heeft sinds zijn terugkeer meer oppositie gevoerd dan de Volkspartij. Dat, in combinatie met Zardari’s reputatie van corruptie, heeft hem waarschijnlijk het grote aantal zetels opgeleverd. Terwijl Bhutto tot haar dood werkte aan een deal met Musharraf waarin zij de macht zouden delen, eiste Sharif zijn aftreden. Samenwerken met Musharraf betekent volgens hem „het pad van de democratie verlaten en de dictatuur omarmen”. Zardari wilde na Bhutto’s dood haar standpunten zo veel mogelijk aanhouden en liet de mogelijkheid van samenwerking met Musharraf open. Met een tweederde meerderheid zouden de partijen een afzettingsprocedure tegen de president kunnen beginnen.

Tot slot moeten de partijleiders beslissen of zij de ontslagen rechters weer aanstellen, zoals Sharif eist. Zardari heeft hierover tot op heden alleen gezegd dat de rechtspraak onafhankelijk moet worden. Als Iftikhar Chaudhry weer opperrechter wordt, is het denkbaar dat hij de zaak weer oppakt waar hij tot de noodtoestand aan werkte: de toetsing van Musharrafs herverkiezing aan de grondwet.

En zo lijkt Musharrafs presidentschap wankeler dan ooit. Opiniepeilingen wijzen uit dat 70 procent van de Pakistanen uitkijkt naar zijn aftreden. Het is mogelijk dat hij die peilingen, die hij vorige week verwierp als misleidend en opruiend, nu herkent in de verkiezingsuitslag en opstapt als de Volkspartij en de PML-N een coalitie vormen. Als zij daar niet in slagen, is er ook nog kans dat de nieuwe legerleider Afshaq Kayani ingrijpt. Die heeft zich voorgenomen de inmenging van het leger in de politiek een halt toe te roepen. Als hij Musharraf op de schouder tikt en naar de deur wijst, kan de oud-generaal moeilijk weigeren.