Onderwijsinnovatie niet centraal dirigeren

”Door gebrek aan centrale regie werd vernieuwing steevast een ratjetoe”, concludeert Ton van Haperen in een reactie op het rapport-Dijsselbloem (Opinie & Debat, 16 februari). De overheid zou robuust moeten optreden. Ik ben ervan overtuigd, dat dit niet werkt.

Ons onderwijs wordt voornamelijk bepaald door ideologisch getinte onderwijsconcepten. Dat blijkt duidelijk uit de schoolstrijd zoals die de afgelopen twee jaren is gevoerd tussen aanhangers van het Nieuwe Leren en de vereniging Beter Onderwijs Nederland. Duidelijk is geworden dat onderwijsinnovatie op basis van centraal gedirigeerde onderwijskundige concepten niet werkt. Het is daarom de hoogste tijd dat het onderwijs zich weer gaat richten op zijn belangrijkste taak: het faciliteren van leerprocessen bij leerlingen. De centrale vraag bij onderwijsinnovatie wordt dan: hoe verlopen leerprocessen en aan welke voorwaarden moet zijn voldaan, om deze leerprocessen optimaal te laten verlopen. Vanuit het antwoord op deze vraag wordt dan bepaald op welke wijze het onderwijs moet worden gearrangeerd.

Evenals Van Haperen pleit ik ook voor een centrale regie bij onderwijsinnovatie. Deze moet echter niet van buitenaf door de centrale overheid worden opgelegd. Die regie moeten komen van binnenuit. Leraren moeten gedifferentieerde onderwijsarrangementen gaan ontwikkelen waardoor leerlingen efficiënt en effectief kunnen leren.

Dit is echter niet mogelijk in het huidige klassikale systeem, omdat dit uitgaat van een rigide koppeling van leerstof aan leertijd. Het is daarom een gemiste kans dat de commissie-Dijsselbloem impliciet gekozen heeft voor het klassikale onderwijssysteem.