Met voetbal leren over tienerseks

Voormalig PSV’er Kalusha Bwalya is de beroemdste ex-voetballer van Zambia.

Nu gebruikt hij zijn populariteit om kinderen te leren over hiv en aids.

Kinderen in Lusaka bijeen voor een partijtje voetbal bij de Kalusha Foundation. Foto Ingmar Vriesema Vriesema, Ingmar

Vraag Jane Kalilombe (16) uit Lusaka, Zambia, naar haar favoriete voetballer, en ze mompelt iets over Ronaldo of Ronaldinho, de Braziliaanse sterren. Begin over het niveau van haar ploeg, en ze haalt haar schouders op. Maar informeer naar haar kennis over hiv of aids en Jane’s toon verandert. „Ik ben een klein meisje. Ik hoef geen seks met iemand te hebben. Aids is slecht en zodra je het krijgt, word je niet beter. En dan ga je dood.”

Jane voetbalt bij een van de 230 jongens- en meisjesteams die deel uitmaken van de Kalusha Foundation, een stichting opgericht in 2003 door de beroemde Zambiaanse oud-voetballer Kalusha Bwalya (44). Kalusha, die van 1988 tot 1994 voor PSV voetbalde en in Zambia een status geniet vergelijkbaar met die van Johan Cruijff in Nederland, wil met zijn stichting het Zambiaanse voetbal een duw in de rug geven. Maar voetbal moet vooral een middel zijn voor het werken aan een betere toekomst voor de jeugd in zijn land.

En dan gaat het in Zambia al gauw over het voorkomen van verkrachtingen, gedwongen prostitutie, tienerzwangerschappen, en hiv/aids. Ruim de helft van de vrouwen krijgt haar eerste kind voor het twintigste levensjaar, wereldwijd is dat een kwart. Meer dan vijftigduizend Zambiaanse jongens en meisjes werken in de prostitutie. En 130.000 kinderen van nul tot veertien jaar zijn besmet met hiv.

Juist de combinatie van sport en voorlichting is belangrijk, zegt Kalusha over de telefoon: „Je dringt niet tot de kinderen door met een gewoon voorlichtingsverhaal. Met voetbal lukt dat wel: het trekt kinderen aan en verenigt ze. Dan pas heeft voorlichting zin.”

Het werk van de Kalusha Foundation is ineens actueel geworden, nu minister Koenders (Ontwikkelingssamenwerking, PvdA) en staatssecretaris Bussemaker (VWS, PvdA) vorige week de maatschappelijke rol van sport hebben benadrukt. Sport kan bijdragen aan het behalen van ontwikkelingsdoelen, aldus de beleidsmakers, die tot 2011 zestien miljoen euro beschikbaar stellen voor sportprojecten in ontwikkelingslanden.

Op het zanderige trapveldje van Jane is de mix van sport en voorlichting deze zondag goed zichtbaar. Eerst werken Jane en haar ploeggenoten een training af – het merendeel blootsvoets, en gehuld in shirtjes geschonken door Barcelona en Ajax. Dan is het tijd voor een spelletje waarin aids centraal blijkt te staan: vier meisjes stellen zich op tegenover hun teamgenoten en doen alsof ze het aidsvirus zijn. Zij nodigen de rest uit met hen te spelen: „Aids doodt niet”, roepen ze, „wij zijn positief.” De andere meisjes zetten het op een rennen. Zij moeten de virusmeisjes passeren zonder ‘besmet’ te raken. „Anders verspreidt het virus zich”, aldus een van de meisjes.

Elke dinsdag blijft Jane’s team, de K-Stars Queens, hangen na de training voor life skills education – levenslessen dus. Wat doe je als een man je wilt verkrachten? Waarom is een tienerzwangerschap slecht? Hoe normaal zijn onenightstands? Sophie Phiri (16) klinkt net als haar teamgenoot Jane als ze over seks en zwangerschap praat. Toen ze dertien was, had ze een vriendje van negentien. „Hij wilde seks, maar ik was daar nog niet aan toe.” Ze overlegde met haar tante, Enala Phiri, die tevens coach is van het voetbalteam. Zij raadde haar aan de relatie te verbreken. „Nu doe ik aan onthouding.”

Ook jongens volgen de life-skills-klassen. Rechtsback Richard Banda (16) speelt elke zaterdag een wedstrijd met zijn team JCC, en op de vrijdagmiddag leert hij dat je een condoom moet gebruiken tijdens de seks. Banda: „Dat de stichting lesgeeft, is heel goed. Ik leer hoe ik moet voetballen, maar ook over de puberteit.”

Volgens Kalusha zijn de ‘levenslessen’ belangrijk, omdat de opvoeding van kinderen in zijn land te wensen overlaat. „Ouders zijn vaak weg van huis, om te werken of werk te zoeken.” Of ze zijn overleden aan aids of een andere ziekte: Zambia telt alleen al 710.000 aidswezen. Kalusha: „Kinderen worden vaak opgevangen door een tante of grootmoeder. Maar dat wil niet zeggen dat ze alles leren.”

De Kalusha Foundation werkt nauw samen met internationale partners, waaronder de KNVB Academie, de opleidingstak van de Nederlandse voetbalbond. De Academie leidt coaches van de stichting op, die op hun beurt de vele vrijwilligers in Zambia kunnen trainen. Zo heeft Enala Phiri – coach van Jane en Sophia – een door de KNVB betaalde opleiding gevolgd. Ze is getraind door een Nederlandse coach. Ook schakelt de KNVB buitenlandse organisaties in die de Kalusha Foundation kunnen bijstaan. De quizes en bewegingsspelletjes over aids komen bijvoorbeeld uit de koker van het Keniaanse MYSA en het internationale netwerk Kicking Aids Out.

De stichting wil de nadruk op voorlichting versterken, meldt de Volunteers Guide 2007, de folder bedoeld voor de ruim honderd vrijwilligers van de Kalusha Foundation. Kalusha: „We bereiken zo veel jongeren met het voetbal dat we coaches en leraren tekort komen.”

Sophia Phiri is in elk geval op de goede weg. Zij speelt in het nationale elftal van Zambia tot zeventien jaar. En ze zit weer op school, nadat ze vorig jaar moest missen wegens geldgebrek. Ze wil haar school afmaken, accountant worden. „Dan kan ik zorgen voor mijn familie.” En het voetbal dan? „Je moet je niet op één ding richten. Als dat misgaat, ben je nergens.”

Lees meer over de Stichting op www.kalushafoundation.org