Marktwerking blijkt alles behalve een wondermiddel

Het doorlichten van elf sectoren op marktwerking wijst uit dat veel verbouwd is, een en ander is verbeterd en veel nog niet tot winst voor de consument leidt.

Woedende Brabantse chauffeurs, klantonvriendelijke energiebedrijven, beunhazen op de taximarkt, demonstrerende postbodes. Het is niet moeilijk om burgers en werknemers te vinden die boos zijn – boos op ‘de markt’. Het jongste rapport over marktwerking in de publieke sector maakt duidelijk dat die sector zonder de overheid niet werkt, maar dat de consument zonder de markt slechter af was.

„Het ideologische automatisme dat de markt altijd leidt tot lagere prijzen en betere toegang voor de consument is in ieder geval gelogenstraft”, zei minister Wouter Bos (Financiën, PvdA) vorige week in een reactie op het rapport. En minister Maria van der Hoeven (Economische Zaken, CDA), die het onderzoek Marktwerkingsbeleid liet uitvoeren, wil de negatieve ervaringen die met marktwerking zijn opgedaan zeker niet afdoen als incidenten. „Ze geven een duidelijk signaal dat het herordenen van markten met valkuilen is omgeven”, schrijft ze in haar brief aan de Tweede Kamer, die om evaluatie van de marktwerking in de publieke sector had gevraagd.

Waar was het om begonnen? Al begin jaren tachtig gaf toenmalig premier Ruud Lubbers onder invloed van de Reaganomics van die tijd (minder staat, minder belastingen) het startschot voor meer marktwerking in Nederland. De economie moest dynamischer worden, meer mensen moesten aan het werk en de overheid kon de miljardenopbrengst van privatiseringen goed gebruiken om de ontspoorde overheidsfinanciën te herstellen. Inmiddels is het belangrijkste tafelzilver geprivatiseerd en zijn tal van overheidsdiensten met een publieke taak verzelfstandigd.

Wat blijkt? Op de echte vrije markt werkt marktwerking, want die leidt tot meer concurrentie, meer efficiëntie en een betere verhouding tussen kwaliteit en prijs. De consument vaart daar wel bij.

De onderzoekers hebben van 1987 tot 2007 elf publieke sectoren tegen het licht gehouden: telecom, luchtvaart, post, energie, spoorgoederenvervoer, streekvervoer, ziekenhuizen, reïntegratie, kinderopvang, taxivervoer en het notariaat. Telecommunicatie (voorheen PTT, nu KPN) komt als absolute winnaar uit de bus. KPN is dan ook volledig geprivatiseerd en de hevige concurrentie heeft geleid tot grotere doelmatigheid en lagere prijzen. De consument kan volop kiezen uit aanbieders en de prijzen voor vast en mobiel bellen zijn gedaald.

Hoe anders ziet de situatie eruit in de publieke sector waar marktwerking onder het toeziend oog van de overheid ten dele is toegelaten. Markten zijn opengesteld voor nieuwe toetreders (liberalisering) en prijzen zijn in sommige gevallen vrijgegeven. Er is veel verbouwd, het een en ander verbeterd, maar er zijn ook talloze knelpunten, blijkt uit het rapport. Zo is de winst van de liberalisering in de energiesector wat de prijzen betreft tenietgedaan door de hoge olie- en gastarieven op de wereldmarkt. Bij het streekvervoer zijn de prijzen ook hoger omdat niet de markt maar de overheid deze bepaalt. De kwaliteit in de zorg is nauwelijks te meten. En in de taxibranche is de liberalisering misgegaan.

Toch blijkt ook dat in de meeste onderzochte branches doelmatiger wordt gewerkt. De toegankelijkheid van diensten is bijna overal hetzelfde gebleven. Een aanvaardbaar kwaliteitsniveau is door de overheid via wetgeving gegarandeerd en de werkgelegenheid ligt op hetzelfde niveau. „Zonder de marktprikkels in de onderzochte branches waren we in ieder geval slechter af geweest”, oordeelt Hendrik Jan de Ru, advocaat en hoogleraar gereguleerde sectoren aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Marktwerking is in de publieke sector volgens De Ru niet meer weg te denken en kan in het onderwijs en de zorg zelfs nog uitgebreid worden. „Waarom doen we het? Om de consument die de producent moet aansturen. Maar de overheid moet controleren of het goed gaat met het publieke belang, bij de zorg, de post en de sociale woningbouw.”