Irritante film naar Marquez

Love in the Time of Cholera. Regie: Mike Newell. Met: Javier Bardem, Giovanna Mezzogiorno. In: 14 bioscopen.

De verfilming van Gabriel Garcia Marquez’ epos Love in the Time of Cholera (1985) is het beste argument tegen boekverfilmingen. Voor de fans van het boek is de adaptatie van de Britse regisseur Mike Newell (Four Weddings and a Funeral) in het gunstigste geval een serie plaatjes bij het verhaal van een halve eeuw lang onbeantwoorde liefde van dichter en erotomaan Florentino Ariza (Javier Bardem) voor het mooiste meisje van het dorp Fermina Daza (Giovanna Mezzogiorno). Maar zij zullen ongetwijfeld de rijkdom van Marquez’ beschrijvingen en bespiegelingen missen.

Het filmverhaal neemt ons mee terug naar het Columbia van eind negentiende eeuw en volgt met grote sprongen, en desondanks onmetelijke traagheid, de driehoeksverhouding tussen Florentino, Fermina en haar echtgenoot, de arts Juvenal Urbino. Het scenario is gefocust op de anekdotiek van een niet aflatende rij meisjes die Florentino zijn bed in praat om Fermina te vergeten. Kort gezegd is Love in the Time of Cholera alleen een samenvatting, zonder richting, zonder spanning, zonder zin.

Daar komt nog bij de karikaturale manier waarop Javier Bardem Ariza vertolkt. De Spaanse filmster mat zich voor dit personage een gek loopje en een maf lachje aan, waaruit vast de latente waanzin van zijn personage moet blijken, maar die vooral clownesk en irritant overkomen. De enigen die zich in deze film hebben kunnen uitleven zijn de mensen van de grimeafdeling. Om de transformatie van verliefde jongelingen naar liefhebbende grijsaards geloofwaardig te maken werd de hele trukendoos opengetrokken.

Het is allemaal van een opdringerig realisme. En dat ter ere van een schrijver die juist om de magie van zijn realisme bekend staat.