Inburgering is ‘tikkende tijdbom’

De leslokalen van de roc’s zijn tijdens de cursussen Inburgering half leeg.

Dat komt door complexe regels en door de ingevoerde marktwerking.

Zijn personeelsbestand in de educatietak is in één klap gehalveerd, van 300 naar 150. Bestuursvoorzitter Henri van Vlodrop van het Zadkine College, een regionaal opleidingen centrum (roc) met 30.000 leerlingen in de regio Rotterdam-Rijnmond, is dan ook somber gestemd. Hij spreekt van „een tikkende tijdbom”.

De ontslaggolf is volgens Van Vlodrop onder meer het gevolg van de falende inburgering die sinds de invoering van de Inburgeringswet op 1 januari 2007 stukloopt op complexe regelgeving. Mensen die willen inburgeren weten niets van de cursus af of kunnen hun weg niet vinden door de ambtelijke regelgeving. Gevolg: lege leslokalen bij zowel Zadkine als andere roc’s. De gemeente Rotterdam schrapte afgelopen najaar al de eigen bijdrage (270 euro) voor inburgeraars. Sindsdien trekt het aantal aan, maar tot volle klassen hebben de – tot 1 november – gratis cursussen nog niet geleid.

Daarnaast speelt de opgelegde marktwerking bij de inburgeringscursussen het Zadkine College parten, stelt Van Vlodrop. Gemeenten besteedden hun inburgeringsbudgetten niet meer automatisch bij roc’s; ook commerciële instellingen mogen meedingen. In die openbare aanbesteding zijn de roc’s veel cursisten, en dus geld, kwijtgeraakt.

Vooral de zogeheten leveringsplicht knelt, stelt Van Vlodrop. Of beter: het ontbreken daarvan. „We krijgen per leerling betaald, maar zekerheid dat die cursist ook daadwerkelijk komt opdagen, hebben we niet. Terwijl het aantal personeelsleden is afgestemd op het aantal inschrijvingen.”

Volgens de woordvoerder van de MBO-raad, de overkoepelende organisatie van roc’s, speelt het probleem niet alleen in Rotterdam. „Verschillende andere roc’s hebben er ook mee te maken. Het speelt vooral in de grote steden waar meer inburgeraars wonen.”

Het oplopende financieringstekort – over 2007 alleen al 7 miljoen euro – dwong het Zadkine-bestuur om vorige maand 150 mensen te ontslaan bij de educatieafdeling. Die verzorgt behalve inburgeringscursussen ook Nederlands, sociale activering – mensen met een uitkering klaarstomen voor betaalde arbeid – en volwassenenonderwijs. Bij de andere grote roc-instelling in Rotterdam, het Albeda Collega (25.000 leerlingen), is het financiële tekort opgelopen tot 17 miljoen euro, en dreigen 160 parttimebanen verloren te gaan. Van Vlodrops collega Piet Boekhoud heeft gezegd noodgedwongen te moeten bezuinigen op activiteiten waarvoor de gemeente niet meer betaalt, zoals de begeleiding van moeilijke leerlingen.

Critici beweren dat veel roc’s de problemen deels over zichzelf hebben afgeroepen doordat ze overhaast contracten hebben afgesloten en bij de aanbesteding onevenredig grote risico’s hebben genomen. „Wij hebben nooit onder onze kostprijs geoffreerd. Anderen wel, en dan ook nog eens buiten het eigen werkgebied. Publiek gefinancierde instellingen zijn elkaar dus aan het beconcurreren. Bij die trend zet ik grote vraagtekens”, zegt Van Vlodrop.

Bij zowel de lokale als de landelijke politici heeft Van Vlodrop aangedrongen op versoepeling van de regelgeving. „Ik wil best onderhandelen, maar dan wel mét leveringsplicht zodat ik zekerheid heb en niet ook ons mbo-onderwijs eronder lijdt.” Ook zouden de roc’s ontslagen moeten worden van een aantal verplichtingen, die de inburgering met zich meebrengt. „Het is van de zotte dat wij als school de verantwoordelijkheid dragen dat een cursist bijvoorbeeld vrijwilligerswerk doet als onderdeel van de opleiding.”

Maar de bestuursvoorzitter verzet zich vooral tegen „het in Haagse kringen heilig verklaarde gelijkheidsbeginsel”. Een roc in het multiculturele Rotterdam, met 174 nationaliteiten, is volgens hem „op geen enkele manier” te vergelijken met een roc in een provinciestad. „Wij ontvangen hetzelfde bedrag als bijvoorbeeld de collega’s in Breda, maar hebben in deze stad te maken met een veel complexere groep: tienermoeders, zwerfjongeren, jongeren die in aanraking zijn geweest met justitie, en zo kan ik nog wel doorgaan.”