Feest van de democratie

Wennen is het – deze fixatie op Amerikaanse presidentsverkiezingen. Half Europa is in de ban. Zelfs in Frankrijk, waar de elite zich toch altijd eigenaar van de betere volksdemocratie waande, zijn curiositeiten van de caucus in Maine nieuws. De behoudende Figaro heeft nota bene een samenwerkingsverband met dat eertijds vermaledijde symbool van Amerikaanse media-imperialisme genaamd CNN. In Amsterdam roepen sociaal-democraten ‘Yes, we can’. Alsof de messias is weergekeerd.

Natuurlijk zijn er wel wat oppervlakkige verklaringen voor. De scheidende president George W. Bush is een dramatische mislukking gebleken en gezien de rol van zo iemand in de wereld is er opluchting dat het einde in zicht is. Europeanen houden bovendien van oudsher van Democratische presidenten en hun kandidaten zorgen nu voor een spannend schouwspel: een vrouwelijke en een zwarte kandidaat – allebei een doorbraak.

De ene Democratische kandidaat heeft een man met een politiek oer-talent. De andere is getrouwd met Michelle, slechts 44, Harvard-juriste en moeder van twee kinderen van zes en negen. Als dat geen stof is om idylles van te weven. En zelfs de Republikein McCain lijkt een verademing, omdat hij niet behept is met die beladen neoconservatieve geloofsijver van het huidige Republikeinse duo Bush-Cheney.

Maar het is nog niet eens zo lang geleden dat de buitenwereld grote minachting voor Amerikaanse verkiezingscampagnes aan de dag legde. Die campagnes waren immers een poppenkast, vol marketingtrucs, met ragfijn georganiseerde spontaniteit en met het grote geld op de achtergrond. De helft van Amerika, vooral de onderklasse, was afgehaakt en ging nooit meer stemmen. Ik herinner me zelf als correspondent bij het verslaan van de grote conventies hoe de ondertoon van vragen uit Europa er altijd een was van diep gewortelde scepsis over die flauwekul van dat ballonnenfestijn. Een Duitse collega die zich eens in een live-uitzending iets liet ontvallen over ‘feest van de democratie’ kreeg een kwartier later al zijn baas aan de lijn: of hij toch nog wel een beetje het overzicht kon bewaren, Bitte.

Dat is nu allemaal anders, compleet anders. Het beeld is er nu inderdaad één van feest van de democratie en Der Spiegel nam laatst op zijn cover inderdaad het woord messias in de mond onder een foto van Barack Obama. Het zegt waarschijnlijk meer over veranderingen in Europa dan in Amerika.

Want deze voorrondes mogen dan ook een festijn van de democratie zijn, een aantal dingen blijft overeind. Geld speelt een nog veel grotere rol dan destijds. Obama bijvoorbeeld heeft de beslissende duw in het najaar gekregen dankzij New Yorkse investeringsbanken. En de marketing is nog een stuk verfijnder geworden, evenals de geprefabriceerde spontaniteit.

Het stoort kennelijk niet meer. Is het omdat het eigen (Europese) land allang niet meer superieur wordt gewaand aan Amerika? Omdat het betere alternatief voor Amerika – het Europa van Brussel – uit het zicht is verdwenen met het daarbij behorende zelfbewustzijn? Omdat marketing en peptalk en groot geld zich ook zo diep in het publieke Europese leven van alledag hebben binnengedrongen dat het vertrouwd en geruststellend is geworden? Omdat politieke en maatschappelijke veranderingen in Europa toch eigenlijk alleen tot stand komen wanneer eerst Amerika ons voorgaat? Omdat het gewoon voor goede televisie zorgt – een wedstrijd met meeslepende types, spanning en drama? Omdat er heimwee is naar optimistischer tijden?

Het zal van alles wel wat zijn, maar een verandering blijft het wel.

Daar komt nog iets anders bij wat eigenlijk ook tot enige ontnuchtering aanleiding zou moeten geven: voor ‘yes, we can’ is niet zoveel ruimte meer. De Amerikaanse recessie-in-aantocht maakt dat de volgende president op de dag van zijn inauguratie een gat van zeker 375 miljard dollar op de lopende begroting gaat aantreffen. De totale schuld staat dan op 10 biljoen dollar – dat is zelfs voor Amerika erg veel geld. Er is geen schijn van kans meer dat een president – van welke signatuur dan ook – met een truc of een vlucht naar voren hier veel anders kan dan bezuinigen. Het maakt die kleine woordenwisselingen tussen Hillary Clinton en Barack Obama over wie van beide nou het juiste gezondheidsplan heeft eigenlijk een beetje komisch.

En dan is er Irak. De Democraten willen er, in variërend tempo, vertrekken. Liefst binnen 12 maanden. McCain wil blijven, liefst nog wat grootser. Maar ook hier geldt: de doormodder-realiteit van Irak, de risico’s van ongecontroleerde chaos, de stille druk van diverse Arabische olielanden en de lobby van het Pentagon – dit alles maakt de werkelijkheid na de inauguratie een stuk gecompliceerder en de marges beperkt. Diverse Democratische denktanks zijn nu al bezig dit moment voor te bereiden en het sleutelbegripin een paar recente rapporten is dan ook niet verrassend ‘strategic patience’.

Alle drie de overblijvers in de race willen meer doen voor het milieu. Maar ook hier geldt: diverse staten in Amerika zijn daarmee allang begonnen en overigens zal Amerika zeker niet voorop gaan lopen. Vervuiler China wat extra CO2- voordelen geven, verbiedt alleen al de logica van de machtsrivaliteit tussen de twee.

Betekent het dan helemaal niets wanneer bijvoorbeeld Obama de volgende president zou zijn?

Natuurlijk wel. De verandering van stijl en symboliek hebben een eigen betekenis en iemand die zelfs nog een paar jaar op een islamitisch schooltje in Jakarta heeft gezeten, kan een rustigere kijk op de wereld hebben dan iemand voor wie alles buiten Texas mentaal altijd Verweggistan is gebleven.

Kortom, ‘yes we can’ is erg leuk, daar niet van. Maar geen toverwoord om de werkelijkheid mee uit te schakelen.

Reageren kan op nrc.nl/knapen (Reacties worden pas openbaar na beoordeling door de redactie).