De Nederlander is een kostenpost

Moeten Nederlanders meer kinderen krijgen voor een stabiele opbouw van de bevolking? Het kost veel geld en Nederland voelt toch al zo vol.

Nederlanders kosten de overheid tijdens hun leven meer dan ze opbrengen.

Daarom is de gedachte van minister Rouvoet (Jeugd en Gezin, ChristenUnie), om door stijging van het kindertal de vergrijzing te betalen, vanuit economisch gezichtspunt geen oplossing. Als de opvatting van Rouvoet overheidsbeleid zou worden en het aantal kinderen toeneemt, verslechteren de overheidsfinanciën.

„De gemiddelde Nederlander is voor de overheid een kostenpost. Dus hoe meer Nederlanders, des te hoger de kosten”, zegt Peter Kooiman, hoofd van de sector arbeidsmarkt en welvaartsstaat van het Centraal Planbureau (CPB).

Het komt er op neer dat de voorzieningen die de overheid biedt voor de kinderjaren (opvang, onderwijs) en de oude dag (AOW, zorg) duurder zijn dan de belastingen en premies die iemand tijdens zijn of haar werkzame leven bijdraagt. Dit zogenoemde leeftijdsprofiel van de welvaartsstaat is terug te vinden in de CPB-studie Ageing and the sustainability of Dutch public finances, de veelomvattende ‘vergrijzingsstudie’ uit 2006.

Kooiman legt uit dat de voorzieningen die de overheid beschikbaar stelt aan burgers per saldo niet kostendekkend zijn. Het tekort wordt gedekt door de aardgasbaten die in de schatkist vloeien. Als de aardgasbaten opdrogen, neemt dit tekort alleen maar toe.

De vergrijzingsstudie kwam, op grond van een scenario voor de overheidsfinanciën tot 2040, met de aanbeveling geleidelijk een buffer te creëren in de vorm van een begrotingsoverschot van 3 procent. Hierop is het kabinetsbeleid gebaseerd om 1 procent overschot te bereiken in 2011 en de arbeidsparticipatie te vergroten.

Uit de CPB-studie blijkt dat een verhoging van 10 procent van de vruchtbaarheid leidt tot een verslechtering van 0,2 procentpunt van het vergrijzingstekort ten opzichte van het basisscenario.

Rouvoet komt in het najaar met een Gezinsnota. Vandaag zegt hij – in het Nederlands Dagblad – dat hij „wil wegblijven van een actieve bevolkingspolitiek” en „een debat over een baarpremie wil voorkomen”. Maar hij wil wel een discussie over het gezinsbeleid en over de problemen die ouders ervaren rond het krijgen van kinderen.

Voor een stabiele bevolkingsomvang is een geboortecijfer van 2,1 kinderen per vrouw nodig. Het geboortecijfer in Nederland is 1,7 en dat is onder de vervangingsgraad. Rouvoet: „Ik wil niet koste wat kost naar dat cijfer [van 2,1 procent], maar het zou raar zijn als de regering geen interesse heeft in het geboortecijfer.”

Volgens Gijs Beets, onderzoeker bij het demografisch instituut NIDI, is er eigenlijk niets aan de geboortecijfers te doen. „Het lagere kindercijfer komt doordat vrouwen het kinderen krijgen uitstellen.” De helft van dit uitstelgedrag, zegt hij, is toe te schrijven aan het hogere opleidingsniveau van meisjes.

Hij noemt als afschrikwekkend voorbeeld van een land dat het geboortecijfer wél wist te verhogen Roemenië onder het bewind van dictator Ceaucescu. Die verbood abortussen en het geboortecijfer verdubbelde.

In Duitsland hebben financiële prikkels nog geen zichtbaar effect gesorteerd, in Frankrijk wel iets, maar het is niet duidelijk of „de Franse overheid kinderen koopt of dat andere factoren een rol spelen”, zegt Beets.

Hij wijst er op dat als het geboortecijfer naar 2,1 zou stijgen, er jaarlijks 30.000 à 40.000 kinderen geboren worden. Dat leidt tot een grotere bevolkingsdruk in het toch al als vol beleefde Nederland.

De (inmiddels opgeheven) Raad van Economische Adviseurs van de Tweede Kamer kwam in 2006 al met de vaststelling dat de vergrijzing een geciviliseerde oplossing is voor de overbevolking.

Is bevolkingspolitiek een goed idee? nrc.nl/discussie