Zijn we soms het lachen verleerd?

De beste remedie tegen fanatici en volksverlakkers is lachen of diep ademhalen.

Maar kan dat eigenlijk nog wel, in een tijd van zichzelf versterkende mediahypes?

Waar is de tijd dat je onbezorgd en ontspannen kon lachen om fanatici, hysterici, moraalridders, misselijkmakende middenstand, autoriteiten en volksverlakkers? We huiveren voor fundamentalisten, maar die hadden vaak ook iets grappigs. Je lachte je tranen om sommige televisiedominees. In mijn jeugd had je Lou de Palingboer die furore maakte als God zelf en Nederland van de duivel wilde redden. Niemand was bang voor hem. Onschuldige tijden van weleer.

André Rouvoet is minister en bemoeit zich met de programmering van de publieke omroep. Moet ik me nu alsnog zorgen maken over het verhaal van een jeugdvriend in De Pers? Die herinnert zich dat de jonge Rouvoet al „bezig was met terugdraaimuziek”. „Anders geformuleerd: André draaide plaatjes in tegengestelde richting om te horen of de lp verborgen duivelse boodschappen bevatte. Ik weet nog dat hij bij een plaat van Pink Floyd de boodschap try to smoke marihuana hoorde. Hij was daar heel serieus in. Als hij zoiets beluisterde, vernielde hij die platen. Dan was het echt: doormidden en weg ermee.”

Ik kan het niet helpen dat zo’n anekdote me eerder de slappe lach bezorgt dan dat ik alsnog boos kan worden. Muziekalbums vernielen is in principe net zoiets als boeken verbranden, maar was Rouvoet gevaarlijk? Dat worden fundamentalisten pas als zij de media op stang jagen en een snaar in het volksgevoel raken.

De beste remedie is: uitlachen en anders maar diep ademhalen, of, met een gevleugeld woord van wijlen Wim Sonneveld, „niet op reageren Lena!” Helaas, het werkt niet meer, fundamentalisme verbindt zich met populisme en is in deze combinatie onmogelijk te negeren. Dat heeft diepere oorzaken dan de medialogica waarin naar verhouding onbetekenende incidenten buiten elke proportie worden opgeblazen, maar het zichzelf versterkende mechanisme in de mediahypes die ons dezer dagen tot walgen toe bezighouden, speelt wel een rol.

Neem het – op zichzelf tamelijk onschuldige – voorbeeld van Rouvoets appèl aan BNN en de VPRO om de antieke pornofilm Deep Throat niet uit te zenden. Had de minister er het zwijgen toe gedaan, dan zou er natuurlijk geen haan naar gekraaid hebben. Als iemand het opbrengt hiernaar te gaan zitten kijken, dan toch alleen dankzij de doeltreffende gratis reclamecampagne van de minister.

In het geval van de veelbesproken uitzending van misdaadverslaggever P. R. de Vries over een verdwijningszaak op Aruba nam de gratis reclame de vorm aan van psychologische kijkdwang. Beoefenaren van het vak massacommunicatie zeggen dat het programma van De Vries is geschoeid op een commerciële Amerikaanse leest en dat we maar aan deze veramerikanisering in de media moeten wennen. Ik kan me echter niet voorstellen dat in de VS concurrerende omroepen dagenlang een aangekondigde uitzending van een concurrent als belangrijk nieuws presenteren zonder dat er nog enig feit bekend is. In Nederland hebben de publieke omroepen juist meegedaan met het ‘hypen’ van een uitzending die achteraf geen enkel juridisch relevant nieuwsfeit bleek op te leveren en uitdraaide op volksophitsing als nieuwe vorm van emotie-tv.

En hier komt het populisme als factor om de hoek kijken. De kijkcijfers van De Vries zouden namelijk aantonen hoezeer het volk de rechtspleging wantrouwt. Als dat waar is, hebben we opnieuw te maken met een zichzelf in beweging zettend en zichzelf versterkend mechanisme.

Het wantrouwen is immers opgewekt door de blunders in schokkende strafzaken (Puttense moordzaak, Schiedammer Parkmoord, Lucia de B., Hell’s Angels). Strafzaken gaan stuk doordat justitie zich – onder invloed van de roep om ‘keiharde’ misdaadbestrijding – losmaakte van haar magistratelijke traditie en zich als een ploeg crime fighters opstelde. Scoren, scoren! Het gevolg was al begin jaren negentig een crisis in de rechtsstaat, vastgesteld door de parlementaire enquêtecommissie Van Traa, en een roep om herstel van rechtswaarborgen tegen uit de hand gelopen opsporingsmethoden.

En wat zegt nu de hoogste baas van het Openbaar Ministerie, Harm Brouwer, over de zaak-Holloway? Dat justitie weer méér bevoegdheden moet krijgen. Het volk vraagt er immers om, zeven miljoen kijkers sterk. En de burgers moeten meer gaan opsporen. Dat is een recept voor heksenjachten. Conclusie: via de televisie gepropageerd populisme leidt tot moderne inquisitie en in de toekomst het gevaar van moderne pogroms.

Over Nederland waait een imbeciele wind. Berichten in de pers kondigen een film aan. Niet één keer, maar duizend keer. En dan heb ik het over de serieuze media, het aantal berichten op internet over de film van Wilders overtreft de anderhalf miljoen.

Het is om gek van te worden. De hoeveelheid non-nieuws over de uitzending van De Vries viel dus in het niet bij de hoeveelheid non-nieuws over de voorzegde Wildersfilm. Bij De Vries duurde het reclamebombardement drie dagen, de film van Wilders wordt nu al maanden lang aangekondigd. Iedereen moet kijken. Of je wilt of niet.

Intussen zit ik met vragen waar ik geen pasklaar antwoord op heb. Wat is het verband tussen vrijheid van meningsuiting en geregisseerde kijkdwang? Waar verandert journalistieke berichtgeving in manipulatie? Waarom valt er niet meer te lachen om godsdienstwaanzinnige fundamentalisten of megalomane populisten?

Alleen op die laatste vraag heb ik, helaas, een antwoord: angst voor een nieuwe episode in de telkens terugkerende stormloop tegen de ratio en de vrijheid. Omdat fundamentalisme gecombineerd met populisme niets anders is dan fascisme.

Elsbeth Etty is columnist en recensent van NRC Handelsblad.

Lees alle columns van Elsbeth Etty na op nrc.nl/etty