Waarom tornen aan salaris hulpverlener?

Gerbert van der Aa beweert in zijn opiniestuk over de salarissen van ontwikkelingswerkers dat idealisme per definitie kwalitatief beter en bovendien efficiënter werk zou opleveren (nrc.next, 11 februari). Volgens mij speelt bij idealisme of het daaraan gelieerde liefdadigheidswerk veel vaker eigenbelang een rol (`Kijk mij hier eens goed werk doen`) dan bij een zakelijk professionele instelling.

De heer Van der Aa vraagt zich ook af waarom ontwikkelingswerkers meer zouden moeten verdienen dan bijvoorbeeld verpleegkundigen of onderwijzers. Ik vind helemaal niet dat ze per se meer zouden moeten verdienen, maar het is een rare vergelijking: de meeste ontwikkelingswerkers zijn universitair geschoold, wat van de gemiddelde onderwijzer of verpleegkundige niet gezegd kan worden.

Als laatste het goede voorbeeld dat de medewerkers van Artsen Zonder Grenzen (AZG) zouden geven: zij zouden zich voor ”extreem” lage salarissen laten uitzenden.

Heel nobel, maar als ik mij niet vergis is een van de principes van AZG dat de artsen die zij uitzenden niet fulltime voor hen werken, maar dit doen naast een reguliere betrekking als arts in Nederland. Het is met andere woorden nogal makkelijk om je voor weinig geld te laten uitzenden als je de rest van het jaar in Nederland van een riant artsensalaris mag genieten. En daarvan zeggen we toch ook niet dat ze dat doen `over de ruggen van al die zieke mensen hier`?