Vrouwen laten Hillary vallen

Haar sekse werkt vooral in haar nadeel. Zelfs feministes steunen Hillary Clinton niet zonder meer. Ze kan namelijk de macht van de mannen niet breken, zegt Frances Gouda.

Sinds Super Tuesday staan zowel de Amerikaanse kranten als blogs, discussiefora en e-magazines op het internet opeens vol met stukken over de irrationale kritiek op de persoonlijkheid van Hillary Clinton.

De plotselinge aandacht voor de soms ronduit krankzinnige vooroordelen waarmee zij al tijdens de voorverkiezingen wordt overspoeld, is waarschijnlijk een reactie op de recente artikelen van Jason Horowitz in Gentlemen’s Quarterly en Stanley Fish in de New York Times.

Beide auteurs noemen ‘Hillary-haat’ een lege fles waarin elke Amerikaanse kiezer zijn eigen gif kan gieten. Fish vergelijkt de diepgewortelde haatgevoelens ten opzichte van Hillary Clinton zelfs met het moderne antisemitisme. Hij stelt dat de echte identiteit van joden irrelevant is in de gedachtenwereld van antisemieten, die hun primitieve gevoelens van afkeer op een onbekende vijand projecteren. Op vergelijkbare wijze heeft ‘Hillary-haat’ weinig te maken met wie of wat ze is.

Onder leiding van reactionaire radiocommentatoren als Rush Limbaugh, Sean Hannity en Laura Ingraham beschrijven de Hillary-haters haar als een buitensporig ambitieuze vrouw die over lijken gaat. Ze duldt geen tegenspraak en eist blinde loyaliteit van haar medewerkers. Ze wordt gezien als een radicale feministe die eigenlijk een mannenhater en misschien wel een geheime lesbienne is.

Tegelijkertijd wordt ze afgeschilderd als onvoldoende feministisch of zelfs als psychisch gestoord, omdat ze al meer dan dertig jaar lang de seksuele ontrouw van echtgenoot Bill tolereert. Ze wordt zowel een heks met foeilelijke broekpakken genoemd, als een ijdeltuit met roze jasjes, diepe decolletés, geblondeerd haar en een gebotoxt gezicht.

In de Hillary-haat is het seksisme onmiskenbaar. Vrouwelijke stemmers die de tweede feministische golf aan den lijve hebben meegemaakt, staan dan ook voor een dilemma als ze eigenlijk Obama willen steunen. Net als Hillary hebben ze de afgelopen dertig jaar moeten strijden tegen de mannelijke normativiteit en dubbele moraal om een professionele plek in de zakenwereld, de publieke sector of de academische wereld te veroveren. Dit soort onafhankelijke vrouwen in de categorie ‘Starbuck-Democraten’ heeft al decennialang uitgekeken naar het moment dat ze eindelijk hun stem op een vrouwelijke presidentskandidaat zouden kunnen uitbrengen.

Daarnaast verheugen minder hoog opgeleide vrouwen onder de ‘Dunkin’ Donut Democraten’ zich op een vrouw in het Witte Huis die zich zal inzetten voor ‘bread and butter issues’ als de verbetering van de gezondheidszorg en openbaar onderwijs of het snel terugbrengen van hun echtgenoten en zonen onder de Amerikaanse troepen uit Irak.

Toch zijn er veel vrouwelijke kiezers die voor Obama gaan, omdat zij vermoeden dat hij als president effectiever zal zijn in het veranderen van een politieke cultuur die door blanke mannen wordt gedomineerd, niet alleen in Washington D.C. maar in het hele land.

De ironie is dat Hillary als uiterst capabele kandidaat gevormd en gestuurd wordt door de mannelijke machtsstructuren van de Democratische partij. Als ze als Democratische kandidaat na een felle strijd met John McCain in de presidentsverkiezingen in november als overwinnaar uit de bus zou komen, zal ze persoonlijk veel verschuldigd zijn aan de gevestigde politieke orde die haar terugkeer naar het Witte Huis mogelijk heeft gemaakt. Daarom zou ze misschien minder durven tornen aan de status quo van de mannenmacht.

Van Obama als relatieve buitenstaander is te verwachten dat hij met minder persoonlijke verplichtingen uit de strijd zal komen om vervolgens zijn plannen voor politieke en culturele verandering beter te kunnen uitvoeren. Vrouwen die in de nog resterende voorverkiezingen, zoals vandaag in Wisconsin en Hawaï van plan zijn op Barack Obama te stemmen, zullen dat misschien doen met ambivalentie of met een schuldgevoel vis- à- vis Hillary Clinton.

Frances Gouda woonde bijna dertig jaar in de VS. Ze werkt als hoogleraar politicologie aan de Universiteit van Amsterdam.