Plaggen en pissebedden

Woensdag houden de Midden-Delfland Vereniging en de Stichting Midden-Delfland is Mensenwerk een historische avond. Archeoloog Epko Bult van de gemeenten Delft en Midden-Delfland vertelt over de middeleeuwse ontginningen in het gebied.

Midden-Delfland werd al in de Nieuwe Steentijd, vanaf 5300 voor Christus, bewoond. Er zijn sporen van bewoning uit de Bronstijd en vooral ook uit de IJzertijd. Omstreeks 500 voor Christus volgden de Romeinen. Zij groeven ontwateringssloten in het drassige land en groeven het veen af om zout te winnen uit de verbrande turf. In de loop van de derde eeuw na Christus zijn de Romeinen weer vertrokken. Het gebied werd natter en vermoedelijk droeg ook de toenemende sociale onrust, met invasies van ‘vrije Germanen’ vanaf de noordgrens, bij aan hun vertrek. Daarna bleef het veenmoeras achter de duinenrij eeuwenlang onbewoond. Pas in de tiende eeuw ondernamen de Graven van Holland nieuwe ontginningen. „De herinrichting van Midden-Delfland tot recreatiegebied en groene buffer bood ons de kans om uitgebreid archeologisch veldwerk te doen over een gebied van maar liefst 6.700 hectare”, vertelt archeoloog Epko Bult.

Volgden de middeleeuwers het spoor van de Romeinen?

„Nee, zij begonnen hun ontginningen vanaf de Maas, en later vooral vanaf de bedijkingen. Binnen enkele generaties was het gebied weer net zo dichtbevolkt als in de Romeinse tijd. Dat is eeuwenlang zo gebleven. Pas toen omstreeks 1400 de eerste molens werden gebouwd, kon men grootschaliger gaan ontwateren. Je hebt hier altijd gemengde bedrijven gehad, landbouw en veeteelt naast elkaar. Interessant is dat de middeleeuwse verkaveling eeuwenlang intact is gebleven. Dat eeuwenoude verkavelingspatroon kun je nog steeds in het landschap herkennen. De belangrijkste sloten liggen op precies 60 Rijnlandse roeden (1 roede=3,67 meter) van elkaar. Zij markeren de middeleeuwse eigendomsgrenzen. Uiteraard kwamen er later meer sloten bij. Als de ene boer twee zoons had en zijn buurman drie, dan werden de oorspronkelijke percelen anders opgesplitst. Binnenkort beginnen we met veldonderzoek bij de Abtswoudseweg nr. 40-42. Hier heeft rond het jaar 1000 een uithof gestaan van de Abdij van Egmond. Dit was het centrum waar de verbouwde goederen voor de abdij werden verzameld en de uithof was ook als gevangenis in gebruik.”

Wat was uw mooiste ontdekking?

„Bij Pijnacker, aan het Zuideinde, deden we veldonderzoek nadat er een boerderij was gesloopt. Hier troffen we de complete fundering, wanden en vloeren van een boerderij uit de elfde eeuw aan. De houten staanders zaten nog keurig in de grond. De bewoners verbouwden gerst en haver en hielden runderen, schapen en varkens. De omgeving moet in die tijd dichtbebost zijn geweest, zo valt af te leiden uit plaatsnamen als Abtswoude en het Woudt. Maar het hout bleek uit Noord-West Duitsland afkomstig te zijn. Dat hebben we precies kunnen achterhalen – het werd in het jaar 1067 gekapt. Latere bewoners hadden deze bouwplek verder opgehoogd met plaggen. Daardoor was alles in de ondergrond prachtig geconserveerd. We kwamen zelfs elfde-eeuwse pissebedden tegen.”

Marion de Boo

Woensdag 20.00 uur spreekt archeloog Epko Bult. Locatie: De Hoornbloem, Koningin Julianaplein 1, Den Hoorn.