Paniekvoetbal en opportunisme in bestuurskamer

In tien jaar tijd kocht Ajax tachtig spelers en verkocht het honderd voetballers. De club heeft nog steeds een goede jeugdopleiding, maar de eigen talenten vertrekken steeds vroeger.

Arie van Os trok wit weg toen hij eind 1995 de uitspraak van het Europese Hof in de zaak-Bosman hoorde. „De doodsteek voor ons voetbal”, zegt de toenmalige penningmeester van Ajax nu. De club stond aan de wereldtop toen het rampscenario, waarbij spelers aan het eind van hun contract zonder afkoopsom konden vertrekken, zich voltrok. „Ik was net in onderhandeling met Patrick Kluivert. Ik zei tegen hem: je mag het bedrag zelf invullen. Maar het was te laat. De zaakwaarnemers zagen hun kans schoon. Zij adviseerden hun spelers niets te tekenen.”

Ajax, opleidingsclub bij uitstek, zag talenten als Kluivert, Edgar Davids, Michael Reiziger en Winston Bogarde zomaar weglopen. Toenmalig algemeen directeur Maarten Oldenhof becijferde de inkomstenderving als gevolg van ‘Bosman’ destijds op 45 miljoen euro. Ajax-talenten weken uit naar Italië, Spanje en Engeland, waar nauwelijks meer beperkingen golden voor het opstellen van buitenlanders. „Daar is het verval ingezet”, zegt toenmalig voorzitter Michael van Praag. „Vóór ‘Bosman’ vertrokken spelers op hun 24ste, nu met 20 jaar. Onze jeugdopleiding leverde gemiddeld anderhalve speler per jaar af, maar Ajax is geen fabriek.”

Het antwoord lag in het buitenland. Op zoek naar bronnen kwam Ajax terecht in Zuid-Afrika, Ghana en België, waar eigen jeugdopleidingen werden opgezet. Daarmee kon de leegloop in Amsterdam worden opvangen. Maar onverdeelde successen waren het niet, erkent Van Praag. Voor de introductie van ‘het Ajax-systeem’ onder Afrikaanse talentjes zijn goede Ajax-trainers nodig. „De meesten wilden helemaal niet naar Ghana”, zegt Van Praag.

Door dat project ging een streep, daarna volgde de samenwerking met de Belgische club Germinal Beerschot Antwerpen. „Daar hebben we spelers als Tom de Mul, Jan Vertonghen en Thomas Vermaelen aan te danken, maar de samenwerking met het bestuur was dramatisch. Als we een gezamenlijk besluit hadden genomen vergaderden zij verder zodra wij weg waren. Dan werd alles weer anders”, verzucht Van Praag. Ajax Cape Town leverde nog nauwelijks spelers op, maar bestaat nog wel.

Ajax stortte zich vol op de onzekere spelersmarkt; tientallen voetballers werden naar Amsterdam gehaald. Alleen al sinds de beursgang tien jaar geleden kwamen ruim tachtig spelers van buiten; meer dan honderd verdwenen weer. Ajax veranderde van een voetbalclub in een handelshuis.

De schuld ligt niet alleen bij Ajax, zegt oud-voetballer en -bestuurslid Klaas Nuninga. „Ajax is een tussenstation geworden. Spelers als Ryan Babel wil je graag langer houden, maar als iemand 17 miljoen biedt is hij weg. Matige Engelse clubs verdienen aan tv-rechten al meer dan het budget van Ajax.” Door de voortdurende trek van jongeren naar het buitenland heeft Ajax vrijwel geen „grote, gelouterde spelers” meer op het veld, zegt voormalig technisch directeur Leo Beenhakker. „Of het zijn spelers in hun nadagen.”

De gevolgen laten zich lezen in de resultaten, zegt Nuninga. „Vroeger hield je een team vier of vijf jaar bij elkaar. Je raakt nooit meer ingespeeld.” Aan de Ajax-opleiding ligt het niet, vindt Beenhakker. „Ajax heeft nog steeds vreselijk talentvolle spelers.” Oud-voetballer Keje Molenaar vindt de opleiding zelfs beter dan vroeger. „Maar als je even wat minder aanvoer hebt, moet je niet meteen gaan kopen.”

Toch was de verleiding te groot. „Ajax heeft een slecht aankoopbeleid gehad”, zegt Van Praag. „Onze scouting is slechter dan die van PSV. Daar speelt een nieuwe aankoop direct lekker mee.” Tal van anderen zijn het met hem eens. „Het aankoopbeleid is al jaren een drama”, zegt oud-directeur Maarten Oldenhof. „Er worden te veel spelers van dik in de twintig gekocht. Die jongens kunnen zich niet meer aanpassen.” Nuninga: „Er is te veel middelmaat aangetrokken, te veel dertigers.” De recente komst van scout Hans van der Zee, jarenlang succesvol bij concurrent PSV, veranderde daar vooralsnog weinig aan. De speler met het hoogste salaris van de eredivisie, Luque, zit regelmatig op de bank.

Het nadeel van spelers van buiten, vindt ex-speler Sjaak Swart, is dat zij het Ajax-systeem niet machtig zijn. „Het Ajax-systeem is uniek, lang niet iedereen kan dat spelletje spelen. Dat zie je vaak bij buitenlandse aankopen. Bijvoorbeeld Luis Suarez. Die heeft nooit geleerd pressie te spelen, de backs van de tegenpartij niet te laten voetballen. Dat leren ze hier vanaf hun eerste jaar.”

Leo Beenhakker keek zijn ogen uit toen hij op 1 september 2000 de Arena binnenstapte. De nieuwe technisch directeur trof ruim vijftig contractspelers aan. „Dat was aan de hoge kant”, zegt hij fijntjes. „Onder die spelers zaten pakweg vijftien volwaardige eerste-elftalspelers.”

Dat was trainer Co Adriaanse die zomer ook opgevallen. Hij stuurde een aantal overbodige spelers naar ‘kleedkamer 2’, onder wie Jan van Halst. „Ik zat daar met Tom Sier, Dani, Richard Witschge, Frank Verlaat en Aron Winter. Het was een enorme kapitaalvernietiging, je marktwaarde daalde enorm. Leuk was het niet, maar we rolden soms ook gierend van het lachen over de grond – de ridiculiteit van de beslissing.”

De Ajax-selectie werd ‘gesaneerd’, maar de koopwoede bleef. Ook aanvallers werden gehaald – terwijl die vroeger altijd uit de jeugd kwamen. Victor Sikora, Wes-ley Sonck, Nikos Machlas, Tom Soetaars, Yannis Anastasiou, Markus Rosenberg – niemand kon voldoen aan de hoge verwachtingen. Dat Ajax wel eens een speler miste bleek toen Rosenberg voor 5 miljoen euro werd ‘weggehaald’ bij Malmö FF. Daar vormde de Zweed een aanvalskoppel met een toen nog onbekende Braziliaan: Afonso Alves. Maar ‘klappers’ maakte Ajax ook, met Cristian Chivu, Maxwell en Zlatan Ibrahimovic.

De spelerswisselingen hadden veel te maken met de veranderingen binnen de technische staf. „Het is als bij een tandarts”, zegt Van Praag. „Die wil de vullingen van zijn voorgangers ook vervangen.” In tien jaar versleet Ajax acht trainers en interim-trainers en vier technisch directeuren. Ze zochten hun eigen versterkingen, maar verlieten de Arena gedesillusioneerd.

Dat lot hangt ook de huidige technisch directeur, Martin van Geel, boven het hoofd. Hij kocht het afgelopen jaar zestien, veel oudere spelers, maar successen blijven ook onder hem uit. Johan Cruijff werd er „niet vrolijk” van, schreef hij onlangs in De Telegraaf. „Als ik zie hoe Ajax, toch de club van de opleiding, in een jaar tijd zo’n acht dertigers heeft gekocht dan is dat een veeg teken.”

Ook de commissie-Coronel hekelde het kortetermijnbeleid en het feit dat geld is verspild door trainers die hun eigen spelers meenamen. „Mede als gevolg hiervan zijn de resultaten sterk achtergebleven”, stelde de commissie in het rapport Ajax, de weg naar winst.

Algemeen directeur Maarten Fontein erkent dat Ajax moeite heeft met het scouten van goede voetballers. „Scouten is nauw verbonden aan de hoofdcoach en de technisch directeur. Als je die vaak wisselt krijg je ook een wisselend scoutingbeleid. Dat heeft nadelig gewerkt. De expertise van Ajax lag altijd bij de jeugdopleiding, maar de scouting is de laatste tien jaar een hele belangrijke ader voor de selectie geworden. We hebben dat moeten leren.”

Typerend was dat Kenneth Perez binnen een half jaar werd verkocht en teruggekocht. Molenaar: „Dat had het trotse, oude Ajax nooit gedaan. Paniekvoetbal, zwalkend beleid. Je maakt je totaal ongeloofwaardig.” Volgens Frank Kales, voormalig algemeen directeur, gooide Ajax „miljoenen” weg door opportunistische aankopen. „Wie nemen de beslissingen? Kun je het Martin van Geel of de scouts aanrekenen als Henk ten Cate allemaal spelers uit Spanje wil halen? Het beslissingsproces deugt niet.”

Sjaak Swart, zaakwaarnemer van Rafael van der Vaart, vindt dat Ajax toptalenten te makkelijk laat gaan. „Ze hebben Rafael veel te snel verkocht. Een grote fout. Hij kon maar voor één jaar bijtekenen, dát was hoe hij werd gewaardeerd door Ajax. Ze hadden hem tien jaar moeten vastleggen. Ajax is niet zo goed voor zijn spelers, veel te laks.”

Nuninga en Swart vinden dat Ajax meer uit de eigen jeugd moet halen. Nuninga: „Die opleiding moet super de luxe zijn.” Swart: „Het pakte bij Ajax altijd goed uit als er noodgedwongen jeugdspelers worden opgesteld. Gooi ze voor de leeuwen. Wat moet je met aankopen als Urzaiz of Luque? Die kwaliteiten hebben we zelf ook, maar het duurt even voordat ze gewend zijn aan het hoogste niveau.”

Coronel stelde vast dat de spelers die van buiten worden aangetrokken bij Ajax „minder rendement en een lager slagingspercentage opleveren dan zelf opgeleide spelers”. Met ‘eigen kweek’ behoort zelfs een Europese beker weer tot de mogelijkheden, is de overtuiging van oud-directeur Arie van Eijden. „Na de successen van de jaren zeventig riepen we bij Ajax ook dat dat nooit meer mogelijk zou zijn. Financieel wonnen we het toen ook niet, maar we zijn altijd inventief geweest. Ajax kan uitblinken met de opleiding.”

Kales vindt bovendien dat de club „enorme blunders” beging bij het aanstellen van trainers. „Jan Wouters had nog geen club zelfstandig getraind toen hij bij Ajax voor de selectie werd neergezet. Een paar jaar later maakten ze met Danny Blind wéér die fout. Waarom ze steeds oud-spelers als trainer willen? Met mensen uit je eigen bloedgroep weet je zeker dat je niet door infecties van buiten wordt aangetast.” De commissie-Coronel kwam tot dezelfde vaststelling en kwalificeerde dat beleid als „zeer opportunistisch”.

Wellicht krijgt Ajax hulp van hogerhand. Michel Platini, voorzitter van de Europese voetbalunie UEFA, noemde vorig jaar Ajax als voorbeeld van een club die slachtoffer wordt van de vraatzucht van rijke voetbalclubs. „Ik houd er helemaal niet van als een speler van 15 van Ajax wordt verkocht aan Juventus”, zei hij in de Volkskrant. „Daaraan wil ik een eind maken, want dat betekent dat Ajax nooit meer een goede ploeg zal hebben.” Voorzitter Sepp Blatter van wereldvoetbalbond FIFA wil clubs zelfs verplichten een minimum aantal spelers uit eigen land op te stellen.

Het klinkt Ajax als muziek in de oren.

Dit is het derde en laatste deel van een serie.