Oppositie Pakistan op grote voorsprong

De Pakistaanse oppositie heeft gisteren met een overweldigende meerderheid de parlementsverkiezingen gewonnen. In het begin van de middag was 82 procent van de stemmen geteld en was duidelijk dat de Pakistaanse Volkspartij van de vermoorde oud-premier Benazir Bhutto en de Pakistaanse Moslimliga-N (PML-N) van oud-premier Nawaz Sharif samen een regering kunnen vormen.

De aan president Musharraf gelieerde Pakistaanse Moslimliga-Q (PML-Q) leek 14 procent van de stemmen (26,6 in 2002) te halen.

De Volkspartij ging vanmiddag met 33 procent van de stemmen, tegen 28,4 in 2002, ruim aan kop. Na de moord op Bhutto, eind december, werd al rekening gehouden met een ‘sympathiestem’. Dat ook Sharif verrassend veel stemmen (28 procent, 12,7 in 2002) wint, lijkt een teken dat de kiezers Musharraf wilden afstraffen voor acht jaar militair bestuur. Afgelopen december gaf die zijn dubbelfunctie als legerleider op, nadat hij de noodtoestand had uitgeroepen. De verkiezingen van gisteren zijn bedoeld als een volgende stap in het herstel van de democratie.

De PML-Q erkende vanmiddag het verlies. „We gaan in de oppositiebankjes zitten”, zei voorzitter Chaudhry Shujaat Hussain, die zelf verloor in zijn kiesdistrict.

De uitslag maakt de positie van Musharraf, een bondgenoot van de Verenigde Staten in de strijd tegen Al-Qaeda en de Talibaan in het grensgebied met Afghanistan, onzeker. Een tweederde meerderheid in het parlement kan een afzettingsprocedure tegen hem beginnen. Sharif, die in 1999 door Musharrafs staatsgreep werd verdreven en acht jaar in ballingschap leefde, riep de president vanmiddag in Lahore op af te treden. De afgelopen weken heeft hij steeds gezegd niet met de „dictator” te willen samenwerken. De Volkspartij, nu voorgezeten door Bhutto’s weduwnaar Asif Ali Zardari, heeft die optie opengelaten.

Een andere drempel voor een coalitie van de oude rivalen is Sharifs voorwaarde dat alle rechters die tijdens de noodtoestand door Musharraf zijn ontslagen weer worden aangesteld. Zardari heeft tot op heden alleen een onafhankelijke rechterlijke macht geëist.

De verkiezing ging gepaard met minder geweld en stembusfraude dan gevreesd werd. Er zijn 25 doden gemeld. In de North-West Frontier Province en in Baluchistan zijn stembureaus met raketten beschoten. In Peshawar en de tribale grensregio’s werd vrouwen door fundamentalisten verboden te gaan stemmen. Uit het hele land kwamen berichten over valse identificatiekaarten en incomplete kieslijsten bij stembureaus. Maar aanslagen, waarbij tijdens de campagne ruim 100 doden vielen, bleven uit, evenals massale stembusfraude. De kiescommissie noemt de stembusgang „vrij en eerlijk”.