Nationalistische symbolen vertaald in kunstplattegrond

Tentoonstelling By the Way, t/m 16 april in Museum Tongerlohuys, Molenstraat 2, Roosendaal. Di-zo 14-17u. Inl.: 0165 536916 / www.tongerlohuys.nl

Plattegronden zijn gevaarlijk. Nuttig, maar gevaarlijk. De stadsplattegrond, toonbeeld van vormgeving voor het volk, werd een eeuw geleden onder vuur genomen door kunstenaars: laat je niet door planologen en kaartenbouwers één kant op sturen! Denk zelf! Deze kunstenaars brachten hun devies in de praktijk door ’s nachts door steden te dwalen, zonder kaart, onder invloed van drugs, om zelf hun weg te bepalen en zich de stad eigen te maken. „Laat niemand je voorschrijven hoe je moet lopen, leven of je wereld bekijken”, was de boodschap.

Dit gevoel werd na de oorlog versterkt toen steden groeiden, buitenwijken van centra gescheiden werden, en planologen bepaalden hoe en waar mensen moesten leven. Vooral vanaf de jaren zestig waarschuwen kunstenaars, zoals de situationisten, voor planologische dwingelandij en cartografische manipulaties. Dat doen ze met stadswandelingen en via gekke plattegronden en disfunctionele straatkaarten. De expositie over cartografie By the Way, in Museum Tongerlohuys te Roosendaal maakt dan ook nieuwsgierig naar de kijk van kunstenaars op onze tomtomtijden.

Kunstenaars als HootchieCootchie en Willem de Ridder zijn tegenwoordig bezig met digitale routes, Jeanne van Heeswijk met planologie, en anderen wellicht ook met social mapping op internet: het met een groep in kaart brengen van wat of wie ertoe doet in de wereld. Van deze nieuwe ontwikkelingen is in Roosendaal geen sprake. Remy Jungerman exposeert Nederlandse topografiekaarten die hij herknipt of beplakt met foto’s van Surinamers. Zo wil hij als Surinamer zijn territorium aangeven. Even uitgekauwd zijn de tekstbeelden van mede-exposant Loek Grootjans, die de beeldtaal van schematische structuren gebruikt om, naar eigen zeggen, niets te vertellen. Daar slaagt hij volledig in.

Kunst hoeft natuurlijk niet hip en digitaal te doen om actueel te zijn. Toch lijkt het vaak of cartografie, een belangrijk onderdeel van onze maatschappij en beeldcultuur, sinds de jaren zestig nauwelijks een interessante nieuwe invulling heeft gekregen in de kunst. Zo was de tentoonstelling Mapping the City in het Stedelijk Museum vorig jaar een voorspelbare verzameling oude koeien, al had het nog zo beloofd ook over het heden te gaan.

Het Tongerlohuys hoeft zich daarentegen niet te schamen. Enerzijds omdat het kleine museum een bescheiden presentatie zonder pretenties heeft ingericht – de kunstpresentatie is ondergeschikt aan een historische expositie over een vroegere cartografenfamilie uit de regio. Anderzijds vanwege de derde exposant: Gery de Smet. Die maakt veel goed.

De Smet gebruikt plattegronden om een subjectief wereldbeeld in kaart te brengen. Vraagstukken van nationale identiteit vertaalt hij in schema’s en plattegronden. Hij tekende een Friese landkaart met alleen de gemeentes eindigend op ‘-um’, een Duitse kaart met alleen ‘-heim’, België met ‘-gem’. De verkiezingsstrijd van ‘de belangrijkste Belg vertaalt hij in cirkeldiagrammen. Paul Delvaux is nauwelijks kleiner dan René Magritte, maar beiden leggen ze het af tegen Pater Damiaan en Eddy Merkx.

Wat zegt het, zo’n schema? Niets, het zijn maar rondjes, willekeur. Door nationalistische symbolen te presenteren in een zakelijke, als objectief te boek staande beeldtechniek, laat De Smet zien dat het alleen maar kul oplevert. Zo zegt hij iets over het dubieuze karakter van schema’s en cartografie en vooral over dat van nationalisme. Het Vlaams Belang zal er niet van wakker liggen maar het is o zo raak. Én actueel – ook al is het gewoon ouderwets met papier en inkt. Zo kan het ook.