Limburgs konijn

Voor 4 personen:1 tam konijn of 4 konijnenbouten40 gram boter, olie3 - 4 uien zout, peper3,5 deciliter milde azijn2 laurierbladeren3 kruidnagels5 jeneverbessen3 plakjes ontbijtkoek150 gram gedroogde pruimen1 - 2 eetlepels (Limburgse) appelstroopbruine basterdsuiker of stukje chocolade

Konijn verschijnt in Limburg veel vaker op tafel dan in het westen. Elke familie met kooktraditie heeft er uit de overlevering wel een eigen recept voor, bijvoorbeeld met Limburgse mosterd, een Limburgs biertje of rode wijn. Vaak met stroop.

Oud-mijnwerker Hub is voor mij een wandelende bron van informatie over Limburgse streekgerechten. Hij blijft overigens niet in het verleden hangen en steekt zijn licht nog steeds op in kookboeken, al zijn z’n kleinkinderen niet altijd van die moderniteiten gediend. Onderstaand recept is van zijn moeder, zoals ze het maakte voor het gezin van een mijndirecteur in het interbellum.

Hub koopt altijd een heel konijn, want daar zitten de lever en niertjes nog bij en die versmaadt hij niet: ze zijn allang op als hij het gerecht serveert. Hak het konijn in stukken. Verhit de boter met een scheutje olie in een braadpan en bak hierin de stukken konijn rondom bruin. Bak lever en niertjes mee.

Pel de uien, snijd ze in ringen of snipper ze fijn en bak ze ook mee. Strooi na het bakken zout en peper over de stukken konijn. Doe er de azijn en evenveel warm water bij en ook de laurierbladeren, jeneverbessen, kruidnagels, stukken ontbijtkoek en de pruimen.

Breng het vocht aan de kook en laat alles op de laagste stand van het vuur (of op een sudderplaatje onder de pan) in ongeveer anderhalf uur gaar worden. Het mag langer duren, Hub laat het wel 3 tot 4 uur sudderen, tot het vlees van het bot valt.

Als de jus naar uw smaak aan de zure kant is, doe er dan wat zoetigheid bij: de stroop en de basterdsuiker of enkele stukjes chocola. Op smaak brengen met zout en peper.

Serveer met kruimige aardappels en rode kool of spruitjes.

Annelène van Eijndhoven

Morgen: heilbot met mosterd