Een schoonheid kust de dood met een lach

Vrouwen hebben een niet-gewelddadig imago. Dus zijn ze interessant om in te zetten als zelfmoordterrorist.

220 vrouwen probeerden zich op te blazen in 20 jaar.

De stereotiepe terrorist is en blijft man en jong. De 64-jarige, doodzieke Algerijn die in december het gebouw van de VN in Algiers opblies, vestigde de aandacht op zich door zijn hoge leeftijd. Ook vrouwen trekken nog steeds speciale aandacht als ze direct aan de strijd deelnemen, anders dan om nieuwe strijders te baren en hun man te ondersteunen.

Maar de zelfmoordaanslagen op twee populaire dierenmarkten in Bagdad, waarbij op 1 februari in totaal ongeveer 100 mensen werden gedood – de bloedigste in de Iraakse hoofdstad in maanden – waren het werk van twee vrouwen. Vrouwen met het syndroom van Down zelfs, meldde een Iraakse legerwoordvoerder direct na de aanslagen. Maar aan diens woorden werd, onder anderen door getuigen, ernstig getwijfeld.

In Sri Lanka pleegde twee dagen later een Tamil-vrouw een zelfmoordaanslag op een station in Colombo. Er vielen zeker elf doden en honderd gewonden. Afgelopen zondag pleegde weer een vrouw, die als bedelares poseerde, een zelfmoordaanslag in Bagdad. Daarbij werden drie mensen gedood.

De werkelijkheid is dat vrouwen, van welke religie dan ook, seculier of gelovig, wel degelijk direct aan de strijd deelnemen – en dat altijd hebben gedaan. Kenau Simons Hasselaer gooide brandende pekhoepels uit over de Spaanse aanvallers tijdens het beleg van Haarlem in 1572-73. In de Algerijnse onafhankelijkheidsoorlog tegen Frankrijk plaatsten vrouwen bommen in gelegenheden die door Franse kolonisten werden gefrequenteerd. Djamila Bouhired werd een volksheldin nadat ze in 1956 een bom had verborgen in een melkbar in Algiers (elf doden). Ze werd ter dood veroordeeld maar in 1962 vrijgelaten (en trouwde toen met haar verdediger, de Franse terroristenadvocaat Jacques Vergès).

Als de Pool Ignacy Hryniewiecki niet de bedoeling had zichzelf ook op te blazen bij de moord op tsaar Alexander II van Rusland in 1881, was de anoniem gebleven dader van de aanslag op de Iraakse ambassade in Beiroet in 1981 (61 doden) de eerste zelfmoordterrorist. Voorzover bekend de eerste vrouw die een zelfmoordaanslag pleegde was in april 1985 Sana Mohaydaleh, een zestienjarig Libanees christelijk meisje met een rugzakje vol explosieven. Zij bracht zich in opdracht van de seculiere Syrische Sociale Nationale Partij tot ontploffing bij een Israëlisch legerkonvooi in Libanon. Daarbij vielen drie doden.

Tussen 1985 en juni 2006 probeerden in totaal meer dan 220 vrouwen zich op te blazen, zo heeft de Israëlische terreurexpert Yoram Schweitzer geteld. In een rapport van het Jaffee Center for Strategic Studies schrijft Schweitzer dat dit neerkomt op bijna 15 procent van het totale aantal geslaagde of op het laatste moment onderschepte zelfmoordacties. Tamilvrouwen (75) hadden het grootste aandeel, met Palestijnsen (67) op de tweede plaats en als derde Tsjetsjeensen (47) – sjachidka’s, het uit het Arabische woord shahid, martelaar, afgeleide Russische woord voor zelfmoordterroriste. De separatistische Tamil-Tijgers in Sri Lanka leveren hoe dan ook de meeste zelfmoordterroristen.

Het motief van de vrouwen, aldus verschillende onderzoekers, is doorgaans persoonlijk: wraak, geld voor de familie of een glorieuze uitweg uit een uitzichtloos leven. Maar er zijn ook gevallen bekend van vrouwen die ervan worden beschuldigd de eer van de familie te hebben bezoedeld en konden kiezen tussen de dood en de dood.

Hoewel vrouwelijke zelfmoordterroristen allang geen uitzondering meer waren, trok in januari 2002 de eerste Palestijnse zelfmoordterroriste, Wafa Idris, een 26-jarige hulpwerkster van de Palestijnse Rode Halve Maan, bijzonder veel aandacht. Bij haar actie werd een Israëliër gedood. Ze werd in één klap een heldin.

‘Het is een vrouw!’ kopte de Egyptische krant Al-Shaab boven een hoofdartikel. „Het is een vrouw die jullie vandaag een les in heldhaftigheid leert, die jullie de betekenis van jihad leert en de manier om de dood van een martelaar te sterven. [...] Het is een vrouw die zichzelf opblies en met zichzelf alle mythes over de zwakte van vrouwen, onderworpenheid en slavernij tot ontploffing bracht.”

Een andere Palestijnse zelfmoordterroriste, Ayat Akhrass blies zich op 29 maart 2002 met twee Israëliërs opin Jeruzalem. Zij bracht hiermee de Saoedische ambassadeur in Londen, Ghazi al-Gosaibi, in vervoering. Al-Gosaibi, een vermaard dichter, wijdde er tot woede van de Britse regering een gedicht aan, getiteld De Martelaren, dat in de in Londen uitkomende Saoedische krant Al-Hayat werd gepubliceerd :

„[..] Pleegde jij zelfmoord?

Nee, wij pleegden zelfmoord door te leven als de doden.

O, Arabische Natie! Wij stierven[..]

We zijn onmachtig geworden [..]

Wanneer de elite, de crème van mijn volk, is gecastreerd

Staat een schoonheid op tegen de misdadiger

Ze kust de dood met een lach [..]”

In 2003 wettigde de gezaghebbende islamitische geestelijke Yusuf Qaradawi in een fatwa (islamitisch decreet) zelfmoordacties door Palestijnse vrouwen. „Wanneer de jihad [heilige oorlog] individuele plicht wordt, wanneer de vijand islamitisch gebied bezet, wordt een vrouw gerechtigd daaraan deel te nemen.” Zelfs zonder toestemming van haar man, bepaalde hij. En zelfs zonder hoofddoek: „Want zij gaat sterven voor de zaak van God en niet om haar schoonheid te laten zien of haar haar te onthullen.”

Voor terreurorganisaties zijn er veel voordelen aan het inzetten van vrouwen, zeker sinds ze kunnen verwijzen naar Qaradawi’s uitspraak. Vrouwen kunnen zich met explosieven onder hun jurk als zwanger voordoen en zo makkelijker dan een man langs bewakers komen.

Vrouwen worden vaak ongefouilleerd doorgelaten als er geen vrouwelijke bewakers zijn, zei twee weken geleden de Iraakse veiligheidsanalist Hussein Sabah al- Dulaimi tegen het VN-persbureau IRIN. „De meeste Irakezen zijn conservatieve moslims die geloven dat fysiek contact is verboden tussen mannen en vrouwen die geen familie van elkaar zijn.” In het algemeen is het voor vrouwen minder moeilijk controleposten te passeren wegens hun niet-gewelddadige imago.

En de terreurgroepen profiteren van de extra belangstelling van de media, zowel in het Midden-Oosten als in het Westen, als een vrouw zich opblaast. „Aanslagen door vrouwen trekken acht keer zoveel aandacht in de media als aanslagen door mannen, opnieuw voornamelijk vanuit de aanname dat vrouwen niet gewelddadig zijn”, schrijft Mia Bloom in het winternummer van het Amerikaanse blad Daedalus. Bloom doceert internationale zaken aan de universiteit van Georgia. Na de zelfmoordaanslag van de Palestijnse Ayat Akhras brachten Saoedische burgers in een inzamelingsactie op de televisie 109 miljoen dollar bijeen voor de Palestijnse opstand.

De moslimextremisten van Al- Qaeda-in-Irak en gelijkgezinde terreurgroepen zijn volgens het Amerikaanse leger de laatste maanden ver teruggeslagen, met name door de inzet van sunnitische stammen. Onder die omstandigheden is het vanuit hun optiek alleen maar logisch dat ze vrouwen met een bomgordel om op terreuractie sturen. Kijk, is de achtvoudig versterkte boodschap van de terroristen, kijk, we zijn er nog.