‘De wereld is onvoorspelbaar en onbegrijpelijk’

Met zijn nouveau roman maakte Robbe-Grillet een einde aan de gezapige Franse vertelkunst. Tegen-draads tot aan zijn dood.

Un roman sentimental heet het boek dat sinds een paar maanden overal prominent in de Franse boekhandels ligt. Het is verpakt in cellofaan, met daaronder een in rood gedrukte tekst: „De uitgever hecht eraan te signaleren dat dit ‘sprookje voor volwassenen’ een fantasmatische fictie is die sommige gevoeligheden zal kwetsen. Omdat dit werk niet voorgesneden is, verdient het aanbeveling niet uw vinger te gebruiken om het te openen, maar een scherp voorwerp.” Het gaat om de laatste roman van Alain Robbe-Grillet, die gisteren op 85-jarige leeftijd aan een hartinfarct overleed.

De verteller is een oude man die op zijn sterfbed een jong, blond meisje observeert dat haar toilet maakt, een fantasme dat ontaardt in een gruwelijke catalogus van sadistische perversiteiten. Het is het laatste werk van de man die een omvangrijk oeuvre van romans, films en scripts, essays en korte verhalen op zijn naam heeft staan. Robbe-Grillet was de theoreticus van de roemrijke nouveau roman uit de jaren vijftig en zestig, die, kort gezegd, verantwoordelijk werd gehouden voor de dood van de Franse roman in het midden van de vorige eeuw.

Behalve Michel Butor zijn nu alle schrijvers van de nouveau romangroep – Nathalie Sarraute, Claude Simon, Marguerite Duras, Robert Pinget en Samuel Beckett – overleden. Allemaal begonnen ze in de jaren vijftig, een tijd die schreeuwde om vernieuwing: de film kreeg de Nouvelle Vague (Godard), het toneel het Nouveau Théâtre (Beckett, Ionesco) en ook de roman moest nouveau. Weg met het traditionele verhalen vertellen à la Balzac of Zola! Afgelopen met de plot, korte metten met het geloofwaardige personage! Onzin, die eenheid van plaats, tijd en handeling! Het hele concept van de roman werd op losse schroeven gezet. Ook de wereld was immers chaotisch, onvoorspelbaar, onbegrijpelijk en irrationeel gebleken. De jonge auteurs concentreerden zich op het fundament van de literatuur: de taal.

Het was de energieke en welbespraakte Robbe-Grillet, oorspronkelijk landbouwkundige van beroep, gespecialiseerd in ziekten bij bananenbomen, die de auteurs bij elkaar bracht en zorgde dat hun werk verscheen bij uitgeverij Minuit. Ook schreef hij een theoretisch manifest, Pour un nouveau roman (1963), waarin hij ervoor pleitte de wereld te bezien zoals hij was, zonder duiding of coherentie. Die nieuwe literaire esthetiek, het ‘nieuwe realisme’, verwierp alle psychologie en trachtte de wereld geometrisch en zo neutraal mogelijk te beschrijven, zonder de subjectieve blik van een verteller, los van de auteur zelf.

Les Gommes (1953), het debuut van Robbe-Grillet is dan ook het ontregelende verhaal van een inspecteur die een moord moet oplossen die nog niet heeft plaatsgevonden. Na een onverbiddelijke aaneenschakeling van vreemde gebeurtenissen pleegt de inspecteur zelf de moord en wordt dus zo de moordenaar naar wie hij op zoek was. Dezelfde benadering legde Robbe-Grillet aan de dag in Le voyeur (1955), La jalousie (1957) en in de films die hij maakte, waaronder L’Immortelle (1963) en Trans-Europ-Express (1966), La belle captive (1983) en Gradiva (2006), zijn allerlaatste. Beroemd is zijn scenario voor het door Alain Resnais in 1961 verfilmde L’année dernière à Marienbad.

Midden jaren tachtig bracht Robbe-Grillet een bezoek aan het Maison Descartes in Amsterdam, waar voor hem een feestmaal werd aangericht. De 26-jarige blondine die ik toen was kreeg een ereplaats. Haarfijn legde hij mij uit, knie tegen knie, hoe hij erin geslaagd was de groep nouveau roman-schrijvers bij elkaar te brengen. Helder staat mij nog voor de geest hoe hij mijn heldin van toen en mede-grondlegster van de nouveau roman, Nathalie Sarraute, met een ‘bah, Nathalie’ van tafel veegde. Een paar jaar geleden las ik in de dagboeken van Robbe-Grillets echtgenote Catherine, uit de periode 1957–1962, dat het echtpaar „nog nooit een vrouw had gezien die zo gecompliceerd” was. Alle vrouwelijke auteurs waren sowieso „onuitstaanbaar, maar vooral zij”.

In de jaren tachtig leek Robbe-Grillet zelf de bocht te nemen naar een wat toegankelijker, autobiografische stijl. Hij publiceerde Romanesques, een trilogie geïnspireerd op zijn familiegeschiedenis: „Ik heb nooit over iets anders dan over mijzelf geschreven”, verklaarde de auteur doodleuk, alsof hij nooit voor een neutrale, objectieve blik had gepleit. En weer leverde hij een nieuwe theorie af: de ‘nouvelle autobiographie’, die geen waarheid, geen betekenis of authenticiteit nastreeft, maar juist bestaat uit fragmenten, uit echte en verzonnen personages, uit gaten: „Een literaire tekst toont niet wat erin beschreven wordt, maar juist wat erin wordt verheimelijkt.”

In 2001, twintig jaar na zijn laatste roman Djinn, verscheen La reprise, een meesterlijk boek waarin de auteur veel thema’s en personages uit zijn eerdere werk ‘hernam’ en die genomineerd werd voor de prix Goncourt. Bijna werd de avant-gardist Robbe-Grillet daarmee ingelijfd bij de traditionele canon. Tegelijkertijd verscheen Le voyageur, een verzameling van teksten, lezingen en interviews en in 2005 Préface à une vie d’écrivain, een boek met cd, waarop de auteur, als ‘professeur du désir’, in 25 gesprekken uitweidt over zijn œuvre.

In één opzicht bleef Robbe-Grillet tot op het laatst de dwarse denker. Op 25 maart 2004 werd hij uitverkoren toe te treden tot het eminente gezelschap der ‘onsterfelijken’ van de Académie française. Maar hij weigerde het groene habijt met de daarbij behorende sabel te dragen en daarin de loftrompet te steken op zijn voorganger, Maurice Rheims. Echt onsterfelijk werd hij dus niet.