De loyaliteit van kinderen aan ouders

Als de NCRV-rubriek Dokument voortaan alleen door Frans Bromet gevuld zou worden (het is bijna zover), dan hoeft niemand daar om te rouwen. De veteraan achter de camera is in topvorm en week in week uit valt er te genieten van zijn scherpe observaties van het moderne leven. Gisteren begon een nieuwe serie, Gedeelde kinderen, over de loopgravenoorlog na een echtscheiding.

De opbouw van Bromets documentaires is vaak geraffineerd. Eerst kiest hij voornamelijk het standpunt van de vader, die zijn twee zoontjes alleen nog maar om het weekend mag zien. We zijn getuige van de beladen momenten van het halen en brengen. Zowel moeder als vader heeft een nieuwe partner, en de argwaan is groot dat het in het andere gezin niet goed zal gaan. De vader is ondanks zijn schijnbaar nuchtere instelling emotioneel bij het afscheid. We gaan een eind mee in zijn afkeer van de kilte in het gezin van de nors ogende ex-vrouw.

Maar na een tijdje praat Bromet ook met haar wat langer en komen er verrassende nieuwe gegevens op tafel. Zo blijkt de vader de oudste zoon te verbieden om het mobieltje dat hij van hem kreeg naar het huis van de moeder mee te nemen. Daar gaat het toch maar stuk. Aan het slot van deel 1 laat de stiefmoeder een reeks foto’s zien die ze heeft gemaakt om te documenteren dat in het andere gezin de schoenen niet goed worden gepoetst. Onze sympathie kantelt. Wordt volgende week vervolgd met de kinderbescherming en beschuldigingen van mishandeling.

Het mooiste moment is een interview met de jongste zoon, die in het huis van zijn moeder gespannen naar zijn gameboy tuurt. Of hij zich verheugt op het bezoek aan vader, wil Bromet weten. „Nee”, antwoordt hij kortaf. Is het daar dan niet leuker dan bij zijn moeder? „Even leuk”, luidt de correcte reactie. Het slachtoffer van de koude oorlog tussen twee huishoudens weet wat hem te doen staat: vooral neutraal blijven en geen voorkeur uitspreken.

De loyaliteit van kinderen aan hun ouders kent nauwelijks grenzen. Een nog sterker voorbeeld bood de door Canvas vertoonde Israëlische documentaire Over My Dad’s Body. De regisseur Taliya Finkel, een twintiger, gaat daarin op zoek naar het waarheidsgehalte van de uitspraken van haar vader. Shmuel Finkel maakte een paar jaar geleden een einde aan zijn leven, maar daarvoor vertrouwde hij aan de camera van zijn dochter toe dat hij voor de geheime dienst werkte en dat zijn broer Sterik, twee jaar later uit Oekraïne geëmigreerd, in feite een bedrieger was, die hem wilde vermoorden. Toen de echte Sterik in de gevangenis zat, had de KGB hem vermoord en een agent op zijn paspoort naar Israël gestuurd.

Ook al is Shmuel gediagnosticeerd als een paranoïde schizofreen, en heeft hij een geschiedenis van psychosen, zijn dochter wil hem geloven. Hij zei immers dat ook een schizofreen de waarheid kan spreken. De psychiater die hem behandelde acht die kans zeer klein. Taliya huurt een privédetective om haar oom te schaduwen en reist naar Oekraïne om te zoeken naar sporen van diens dubbelspel. Het levert allemaal weinig op. Oom Sterik wilde niet in beeld praten en probeerde achteraf te verhinderen dat de documentaire vertoond zou worden.

Uiteindelijk moet de filmmaakster zich in rare bochten wringen om de film toch van een open einde te voorzien. Een brief van de Mossad meldt dat wijlen haar vader zijn diensten had aangeboden en dat niet onthuld kan worden of daarvan gebruik is gemaakt. Aha, dan zou de rest van het verhaal dus ook waar kunnen zijn. Het is een ontroerende strohalm, die ook laat zien hoe tragisch paranoïde de Israëlische samenleving wordt.

En dan was er de perfect Engels sprekende elfjarige zoon van Tariq Mehmood, een Pakistaanse advocaat uit de oppositie met huisarrest. Jan Eikelboom wilde de man voor Nova interviewen, maar stuitte op diens bewakers. De zoon kwam naar buiten en trad op als woordvoerder. Hij gaf de journalist het telefoonnummer en voor de deur vond het interview alsnog plaats, met een mobieltje, onder de ogen van de nietsvermoedende politiemensen.