De houten buste

Vormgever Johan van den Berg uit Houten is een van de winnaars in de serie Duizend Woorden. Regelmatig publiceert de Achterpagina een verhaal.

Duizend woorden De houten buste Illustratie Sieb Posthuma Posthuma, Sieb

Toen het idee er eenmaal was, liet het hem niet meer los. Alsof hij een moord beraamde zette hij ’s ochtends en ’s avonds, tijdens zijn dagelijkse wandeling van en naar het station, wekenlang alle details van het plan op een rijtje.

De meeste vragen die hij zichzelf stelde waren van praktische aard: welk soort hout is het meest geschikt? Hoe zet ik het blok stevig vast? Wat voor gereedschap heb ik nodig? En waar haal ik alles vandaan?

Maar hij brak zich ook lange tijd het hoofd over de vraag of hij zijn vrouw van zijn plan op de hoogte zou moeten brengen. Het zou hoe dan ook een tijdrovende klus worden, hoewel hij met geen mogelijkheid kon schatten hóe lang. Toch zeker een paar weken lang meerdere avonden in de week, leek hem. Avonden die hij vrijwel altijd samen met haar doorbracht. Meestal voor de tv, maar in ieder geval in elkaars bijzijn in de woonkamer, keuken of tuin van hun woning. Ineens zomaar avond aan avond met iets heel anders bezig zijn, alleen, ergens anders in het huis (En waar eigenlijk? Op zolder? In de oude kamer van hun zoon?) vroeg op z’n minst om wat uitleg.

Hij wist zeker dat ze zijn plan niet zou begrijpen, er misschien lastige vragen over zou stellen; vragen die hij zichzelf ook al had gesteld en nauwelijks kon beantwoorden, laat staan haar... Ze zou hem dan misschien van het idee af proberen te brengen. En daarvoor zat het al te vast in zijn hoofd. Nee, hij besloot dat het beter was haar niet teveel te vertellen over zijn plan, sterker nog: waarom haar niet geheel in het ongewisse laten en haar uiteindelijk verrassen met het eindresultaat van een paar weken nijvere arbeid? Trouwens, het zou zelfs háár hoofd kunnen zijn! Het zou jaar in jaar uit pronken op een mooie plek in de woonkamer, tegelijkertijd een blijk van zijn kunnen én symbool van zijn genegenheid voor haar. En bovendien een trofee voor haar geduld tijdens de totstandkoming ervan.

In wezen was het simpel: hij had er gewoon zin in gekregen met een flink blok hout aan de slag te gaan, er als het ware zijn tanden in te zetten, te zagen, schuren, er de krullen vanaf te zien springen en er stapje voor stapje wat van te maken. Toegegeven: het idee was ontstaan toen hij een perfecte, glanzende, roodhouten kop tussen wat planten in een vensterbank in de buurt van het station had zien staan. Hoewel het met het gezicht richting de woonkamer stond en hij alleen een gladde nek en dikke houten lokken kon zien was hij direct gefascineerd door de buste. Hij moest er elke dag wel even naar kijken en als het kon zou hij het aanraken. Even over het koele hout strijken, daar vroeg het gewoon om.

Toen hij zich realiseerde dat iemand ooit met een rechthoekig blok hout moest zijn begonnen en dit ervan gemaakt had nam iets in hem, in dezelfde gedachtegang, de beslissing exact diezelfde prestatie te gaan leveren. Het zou hem in de eerste plaats ook zo’n tastbare kop opleveren. Maar hij zou tegelijkertijd iets anders presteren dan alles wat hij in het huwelijk, het vaderschap en zijn hele verdomde werkende leven had gepresteerd. Eigenlijk niks voor hem, en daarom juist zo goed. Gaandeweg begon hij zijn plan te zien als een daad. Een haalbare daad.

Op een donderdagmiddag vertrok hij met een excuus twee uur eerder van zijn werk en schafte hij in een gespecialiseerde winkel in een keer alle nodige materialen aan. Hij speelde open kaart met een behulpzame medewerker: „Ik heb geen enkele ervaring, maar wil goedbeslagen ten ijs komen.” En deze rustte hem uit met ruim tweehonderd euro aan houtbewerkingsmaterialen en een geurend blok balsahout van 40x40x40 centimeter. Verdomd nog niet gemakkelijk om mee naar huis te sjouwen trouwens, om nog maar te zwijgen van de capriolen die hij moest uithalen om het ongemerkt in huis te krijgen: via het wc-raampje, terwijl zijn vrouw de avondafwas deed.

Nog diezelfde avond zette hij een pot thee op tafel voor zijn vrouw en liep hij zonder verklaring naar de kamer van hun zoon, permanent gereed voor die paar keer per jaar dat hij bij hen logeerde. Daar besteedde hij bijna drie uur aan het kijken naar het blok hout en het voorzichtig uitvoeren van de eerste werkzaamheden. Hij zette met een zacht potlood wat lijnen en bepaalde alvast ruwweg de positie van ogen, oren, mond, beide schouders. De exacte verhoudingen zou hij gaandeweg wel bepalen, nu eerst maar eens rustig een begin maken. Hij pakte de dikste van de drie aangeschafte beitels en even later vielen aarzelend de eerste krullen hout op het tapijt. Hij raapte ze op en stak ze in zijn broekzak.

Uiteindelijk, nog diezelfde avond, na een hevige, zweterige paniekaanval van misschien een seconde of tien, een soort jankende kramp die ongenadig hard schopte tegen de stoelpoten van alles wat hij was en die hem even volledig reddeloos maakte, zag hij de onhaalbaarheid van zijn plan in. Je kunt van een rechthoekig blok hout geen groots, gladgelakt symbool maken. Hij niet. En wie eigenlijk wel? Het was zinloos.

De volgende ochtend verdween het blok hout alweer uit het huis, via dezelfde geheime weg als waarlangs het was binnengekomen. Hij sjouwde het mee naar het station – langs het huis met de houten buste voor het raam; hij kon er voor het eerst sinds zijn ontdekking ervan niet naar kijken – en ‘vergat’ het toen hij in de trein stapte. Opgelucht constateerde hij die avond dat het voorgoed verdwenen was van het perron.