Afwachten wat televisie biedt blijft erg in

De revolutie in de huiskamer voltrekt zich bij een kleine minderheid.

De overgrote meerderheid van de kijkers ziet de nieuwe technologie nog even aan.

Het is zaterdagavond, Robert Webbe zit op de bank. De tv – diameter: ruim een meter – staat aan. Maar Webbe is niet een kijker die zappend afwacht wat de omroepen hem voorschotelen. „Alleen als ik hard heb gewerkt en zin heb in iets geestdodends.” Anders kijkt hij net zo lief naar een kort filmpje van YouTube, naar een oude aflevering van Raymann is laat via Uitzendinggemist of naar de Amerikaanse serie 24, die hij van internet haalt.

Robert Webbe is een ‘nieuwe kijker’. In zijn huiskamer staan twee platte toestellen, waarvan er één via de huiskamer-pc is aangesloten op internet. Hij heeft een digitaal televisieabonnement, zodat hij extra themakanalen kan ontvangen. En een Slingbox, zodat hij op zijn laptop, zijn mobiele telefoon en op alle andere apparaten die verbonden zijn met internet ook gewone tv-zenders kan bekijken. Nieuwe technologie heeft in zijn huiskamer een televisierevolutie teweeggebracht, maar hoe zit dat in de rest van Nederland?

Alle ingrediënten zijn er. Zo’n 70 procent van de huishoudens in Nederland heeft snel internet, waarmee op elk moment zelfgemaakte filmpjes, gedownloade films of oude programma’s of zenders kunnen worden bekeken. Volgens onderzoeksbureau Telecompaper is ruim 40 procent van de huishoudens overgeschakeld op digitale televisie: meer zenders en andere extra’s. En één op de twaalf gezinnen heeft volgens Intomart GfK een harddiskrecorder, waarmee met een druk op de knop honderden uren aan programma’s kunnen worden opgenomen.

Kijken wat je wilt, wanneer je wilt en waar je wilt: het kan allemaal. Maar gebeurt het ook? De kijkcijfers zeggen van niet. Nederlanders keken vorig jaar gemiddeld drie uur en zes minuten per dag gewoon naar de tv. Weliswaar tien minuten minder dan in 2006, maar de Stichting Kijkonderzoek (SKO), die kijkcijfers meet, verklaart dat eerder uit het weer dan uit veranderend kijkgedrag.

Eén van de veranderingen die de kijker intussen heeft omarmd, is video via internet. „Dat beleefde in 2007 een doorbraak”, zegt Peter Op de Beek, directeur Interactief van RTL Nederland. Of het nu korte filmpjes zijn op Youtube, Goede Tijden Slechte Tijden op RTLgemist of illegaal binnengehaalde films: vooral jongeren kijken steeds meer tv op hun pc of laptop. De site Uitzendinggemist van de Publieke Omroep trok eind vorig jaar 300.000 kijkers per dag, voor RTLgemist waren dat er 230.000.

Kijkers willen in toenemende mate zelf kiezen wanneer ze iets kijken. Dat geldt ook voor de ruim één miljoen mensen met een harddiskrecorder. Wie er een heeft, kijkt daar ongeveer 10 procent van zijn tv-tijd op, zegt directeur Bas de Vos van de SKO. Niet in de laatste plaats omdat ze de reclame kunnen wegspoelen. Nieuws en sport nemen ze niet op; fictie wel.

Internet en harddiskrecorders brengen dus merkbare veranderingen in kijkgedrag teweeg, maar hoe zit het met digitale televisie? Het belangrijkste verschil met het oude, analoge tv-abonnement zijn de extra zenders die gebruikers via hun digitale decoder kunnen ontvangen. Marcel Nijhoff, commercieel directeur van de grootste kabelmaatschappij van Nederland Zesko (Multikabel, Casema, @home) vertelt dat de helft van zijn 500.000 digitale abonnees betaalt voor een extra zenderpakket.

Dat betekent alleen niet dat zij naar al die kanalen kijken. Zo trekken zenders uit andere landen vaak nauwelijks kijkers, merkte de kabelaar. Andere voorbeelden van mislukkingen zijn de Arabische nieuwszender Al Jazeera, relizender Family 7 en het economische nieuwskanaal Bloomberg.

De belofte was: iedereen zijn eigen kanaal, van reggae-tv tot het waterpolokanaal. Het lijkt er alleen op dat kijkers niet op zulke specifieke televisie zitten te wachten. Zo blijkt uit kijkcijfers dat mensen de afgelopen tien jaar alleen maar méér zijn gaan kijken naar de tien grote massazenders, terwijl het aantal andere kanalen in die periode enorm is toegenomen.

Een andere belofte van digitale televisie is video on demand: het bestellen van films, series of sport om die te bekijken wanneer je zelf wilt. Niet alle digitale aanbieders hebben dat al, maar abonnees van bijvoorbeeld UPC en Tele2 kunnen voor een paar euro films en series kopen. Alleen: ze doen het nog nauwelijks.

Digitale televisie heeft het kijkgedrag tot nu toe dus nauwelijks veranderd. Dat concludeert ook Geert-Jan van der Snoek, hoofd telecompraktijk van adviesbureau KPMG, die samen met Coen Janssen van TNS Nipo binnenkort een onderzoek naar digitale tv publiceert. „Digitale televisie is helemaal niet zo succesvol als het wordt neergezet”, zegt hij. TNS Nipo ondervroeg duizend huishoudens en praatte met bestuurders uit de branche. Uit het onderzoek blijkt dat de meeste gebruikers geen interesse hebben in de nieuwe mogelijkheden van digitale tv.

Dat toch twee van de vijf huishoudens zijn overgestapt, komt volgens de onderzoekers vooral doordat aanbieders hard hebben doorgedouwd. Neem Hans van Meerwijk uit Amsterdam. Zoals bij honderdduizenden andere abonnees stuurde kabelbedrijf UPC hem ongevraagd een gratis decoder op. Die staat na twee jaar nog ongebruikt in de kast. „Ik vind het allemaal onzin. Gewone televisie is prima. Dat hele video on demand hoeft van mij niet: dan kijk ik wel een dvd.” Na al die tijd braaf het hogere digitale tarief te hebben betaald, heeft Van Meerwijk de decoder onlangs eindelijk ingepakt om terug te sturen.

De cijfers zijn ook vertekenend. Van de digitale abonnees heeft bijna een kwart een weinig geavanceerd satellietabonnement. Ook zitten er een half miljoen abonnees bij van KPN’s Digitenne, wat neerkomt op een beperkt aantal zenders voor een bodemprijs. Van der Snoek: „Digitale tv is pas een succes als je niet alleen een abonnement hebt, maar het ook gebruikt omdat het beter is of meer biedt. Dat is totaal niet het geval.”

Op de Beek van RTL denkt dat veel kijkers nog steeds met hun afstandsbediening op de bank willen afwachten wat er op tv komt. Gewoon omdat het zo lekker makkelijk is. „Er is echt een verschil tussen vermaakt worden en kiezen wat je wilt zien.”