VN-macht aan grens Eritrea afgeknepen

Eritrea is vrijdag scherp veroordeeld door de Verenigde Naties omdat het een VN-vredesmacht langs zijn zuidgrens met Ethiopië ernstig tegenwerkt. De 1400 VN’ers en 200 militaire waarnemers werden acht jaar geleden naar het betwiste grensgebied gestuurd om er toezicht te houden. Dit nadat de twee landen eind jaren negentig een oorlog uitvochten die zeker 70.000 levens eiste.

Nadat Eritrea eind 2007 de bevoorrading van benzine afsneed, meldden de blauwhelmen al dat ze zich genoodzaakt zagen terug te trekken naar Noord-Ethiopië. Vorige week klaagden de VN dat Eritrea pas zes voertuigen uit het land heeft laten vertrekken, dat hun troepen onder schot zijn gehouden en dat ook de bevoorrading van voedsel nu stokt. Eritrea ontkent en zegt dat de voorraden simpelweg op zijn.

De 15 leden van de Veiligheidsraad kwamen vrijdag in spoedzitting bijeen en spraken „hun diepe zorgen over de beletsels en logistieke belemmeringen” uit waarmee de VN-macht te maken heeft.

Eritrea is al langer ontstemd over de weigering van Ethiopië om de stad Badme over te dragen. Deze grensstad werd na de oorlog door een geschillencommissie aan Eritrea toegewezen, maar bleef tot op heden Ethiopisch. Eritrea wil daarom dat de internationale gemeenschap Ethiopië sterker onder druk zet zich uit de stad terug te trekken. Maar Ethiopië ziet zich sinds 2001 door de VS juist gesteund als een belangrijke regionale bondgenoot in de zogenoemde ‘oorlog tegen terreur’.

Waarnemers opperden dit weekeinde dat Eritrea mogelijk ook hoopt dat de blauwhelmen na een overhaaste terugtrekking vervoersmiddelen en communicatieapparatuur zullen moeten achterlaten. (AP, BBC)