Soaptoneelstuk neemt zichzelf te serieus

Theater Uitgedokterd, door Kik Productions. Gezien: 15/2 in Het Park, Hoorn. Tournee t/m 30/5. Inl. www.kikproductions.nl, 030-2313416

Soapschrijvers beslissen over leven en dood. Zodra een personage hen begint te vervelen, schrijven ze zo’n rol uit de serie en staat de acteur op straat. Dat is de situatie in de recente succeskomedie Serial killers van de Nieuw-Zeelandse auteur James Griffin, die nu op tournee is onder de woordspeelse kluchttitel Uitgedokterd. Maar dat het achter de schermen zo toegaat, wisten we natuurlijk allang. Zelfs in bladen die soaps serieus nemen, wordt geregeld gespeculeerd over de vraag wie het volgende slachtoffer zal zijn. En ach, dat soapschrijvers vaak teruggrijpen op gebeurtenissen uit hun eigen omgeving - en hun eigen leven - is ook niet echt verbazingwekkend.

In de strakke regie van Bruun Kuijt wordt Uitgedokterd gespeeld door acteurs (onder wie Han Römer, Carolien van den Berg en Marleen Stoltz) die goed raad weten met de cynische conversatietoon in het soapschrijfkantoor. Deze figuren haten de acteurs die goede sier maken met wat de anonieme schrijvers hebben geschreven, en houden er een eigen jargon op na bij het bedenken van plotwendingen die de kijkdichtheid moeten opkrikken. „Misschien is die blindheid psychisch”, zegt een van hen tijdens een brainstorm.

Het grappigste aan de voorstelling zijn de scènes uit de ziekenhuissoap De weg naar het hart die op de achterwand worden geprojecteerd. Die scènes ogen niet alleen heel authentiek, alsof ze uit een echte soap afkomstig zijn, maar ze weerspiegelen ook wat we eerder in levenden lijve in het schrijfkantoor hebben zien gebeuren. Het soapidioom is hoogst herkenbaar. Neem alleen al zo’n zinnetje van een dokter tegen een verpleegster aan een ziekenhuisbed: „Sommige beslissingen, Sophie, neem je niet volgens de regels, maar met je hart.”

De intrige die Uitgedokterd op de been houdt - een acteur die op de nominatie staat weggeschreven te worden, gijzelt de schrijvers - is teleurstellend slap. En nogal voorspelbaar. Allengs wekt Griffin, met allerlei filosofietjes over de raakvlakken tussen fictie en werkelijkheid, zelfs de indruk dat hij zijn stuk veel te serieus begint te nemen. Zo veel bijzonders heeft hij ons immers niet te melden.