Pakistaans dorp stemt op de macht

Vandaag zijn er in Pakistan parlementsverkiezingen.

In een boerendorpje nabij Lahore stemt iedereen op de kandidaat van de partij van president Musharraf.

Een jongetje met de vlag van de Pakistaanse Volkspartij van de vermoorde Benazir Bhutto, fietst langs een affiche met haar beeltenis. Foto AP A Pakistani boy, wrapped in a flag of the Pakistan People's Party of slain opposition leader Benazir Bhutto, rides his bike past campaign posters on a street in Karachi, Pakistan, Saturday, Feb. 16, 2008. Pakistan will hold parliamentary elections on Feb. 18. (AP Photo/David Guttenfelder) Associated Press

Mohammad Bashir is honderd jaar, maar staat nog elke dag om vijf uur op om zijn buffels te melken. Daarna bewerkt hij zijn eigen veld waarop hij tarwe en erwten verbouwt, of dat van de familie Munj, grootgrondbezitters in het gebied rond het dorp Tatlay Hakim Haider Ali, anderhalf uur rijden van Lahore, de hoofdstad van de Pakistaanse provincie Punjab. Samen met zijn zoon verdient hij zo krap zeventien euro per maand. Te weinig om rond te komen, maar Bashir hoor je niet klagen. In tijden van nood zal de familie Munj zich altijd over hen ontfermen.

In ruil daarvoor zal Bashir bij de parlementsverkiezingen vandaag op Khuram Munj stemmen, kandidaat voor de aan president Musharraf gelieerde partij PML-Q. Khurams neef Khalid is namens dezelfde partij de lokale bestuurder (nazim) van Tatlay Hakim en veertien andere dorpen. „Ik stem op de PML-Q omdat onze nazim bij die partij hoort”, vertelt Bashir – klein, krom, maar kwiek – tussen trekjes van zijn waterpijp door.

Vanaf een bedframe op het erf ziet Bashir toe hoe jongere dorpsgenoten buffelmest op een aanhanger scheppen. „Hij is een man met macht. Hij helpt ons als we zonder eten zitten, hij beschermt ons tegen criminelen, hij geeft geld voor bruidschatten. We zullen alles doen wat hij zegt. Hij heeft geen slechte eigenschappen.” Samenvattend: „Ik volg hem met mijn ogen dicht. Al gooit hij me in een put, dan nog zal ik tevreden zijn.”

Naar de parlementsverkiezingen in Pakistan vandaag is lang uitgekeken. Tweemaal werden ze uitgesteld: in november toen president Musharraf de noodtoestand uitriep, en in januari nadat oud-premier en oppositieleider Benazir Bhutto was vermoord. Over Musharrafs positie wordt niet gestemd, maar de verkiezingen worden beschouwd als een referendum over de acht jaar dat hij het land nu bestuurt.

Volgens opiniepeilingen wil 70 procent van de Pakistanen dat Musharraf onmiddellijk vertrekt. Dat dieptepunt in zijn populariteit is het gevolg van een aantal ingrepen het afgelopen jaar die slecht vielen bij de bevolking. Uit angst voor machtsverlies zette Musharraf de rechterlijke macht buitenspel. In de zomer liet hij de door extremisten bezette Rode Moskee in Islamabad bestormen, wat op een bloedbad uitliep. Toen hij de noodtoestand uitriep vond een meerderheid van de Pakistanen dat hij zijn hand had overspeeld.

Hoewel Musharraf de afgelopen weken heeft benadrukt dat de verkiezingen vrij en eerlijk zullen verlopen, wordt verwacht dat vooral de PML-Q, in het nauw gedreven door slechte peilingen, de uitslag zal willen beïnvloeden met onderdrukking en stembusfraude. Om het eerlijke verloop van de stembusgang te controleren sturen allerlei organisaties vandaag waarnemers langs de stembureaus. De grootste is het Free and Fair Election Network, een alliantie van Pakistaanse maatschappelijke organisaties, met 20.000 vrijwilligers.

Zahid Islam coördineert voor het netwerk de inspecties in de provincie Punjab, waar verwacht wordt dat de verkiezingsstrijd hevig zal zijn. Hij weet zeker dat de verkiezingen voor velen niet vrij en eerlijk zullen verlopen. „Er zijn kandidaten die werken volgens de partij-ideologie, maar vooral op het platteland is de keuze vaak beperkt tot de landheren, de invloedrijke politieke families”, vertelt Islam in zijn huis in Lahore.

Ruim 60 procent van de 81 miljoen stemgerechtigden woont op het platteland, in dorpen zoals Tatlay Hakim. Alle inwoners van het dorp stemmen op Khuram Munj, vertelt Bashir. Die van de veertien andere dorpen ook, vullen de clangenoten aan. De kandidaten van Bhutto’s Pakistaanse Volkspartij en de PML-N van oud-premier Nawaz Sharif hadden best campagne mogen voeren in het dorp, maar hun bezoek zou zinloos zijn geweest, vertelt Bashir. „We zouden ze een kop thee geven, maar niet op ze stemmen.”

„Khuram heeft zich niet voor niets alleen kandidaat gesteld in de dorpen”, zegt Amjad Nazir, een rijsthandelaar die ook een lokale ontwikkelingsorganisatie leidt. „De stedelingen zijn te onafhankelijk en te assertief om op hem te stemmen. Het verleden van de familie Munj is namelijk donkerzwart.” Hij vertelt hoe Khurams vader Munawar, toen hij in 1993 zelf namens de Volkspartij parlementslid was en voorzitter van de parlementaire commissie voor narcoticabestrijding, ter dood werd veroordeeld wegens opiumsmokkel. In 2002 sloot de familie zich aan bij de PML-Q en werd Khuram gekozen voor het parlement. Hij regelde dat zijn vader vrijkwam. De zaak loopt nu nog bij het Hooggerechtshof.

Volgens Amjad Nazir behandelt Munawar de dorpelingen „als beesten”. „Hij woont in een groot huis dat hij met gemeenschapsgeld heeft betaald. Hij zet de boeren tegen elkaar op om zelf als vredestichter uit de bus te kunnen komen en laat ze intussen beroven van hun vee. Een paar jaar geleden liet hij de zoon van een rijke handelaar ontvoeren voor losgeld.”

Amjads ontwikkelingswerkers durven het dorp niet in. Het is geen wonder dat kleine boeren als Bashir zo lovend over de familieleden spreken en op hen stemmen, vindt hij. „Bang dat hun vee ook gestolen wordt als ze een ander steunen.”

Ook als de dorpsbewoners niet onderdrukt zouden worden door de nazim en zijn familie, zouden ze niet vrij zijn om een eigen keuze te maken, legt hij uit. Het gezinshoofd bepaalt op wie zijn vrouw en kinderen stemmen, en de dorpsoudsten bepalen dat voor de families. „We hebben in een vergadering besloten dat het de PML-Q wordt”, vertelt Bashir, „en het is de traditie dat het advies van de ouderen gevolgd wordt. Wij bieden immers ook de oplossingen als er problemen zijn.”

Het doet er voor hem niet veel toe hoe democratisch dat stelsel is. „We willen graag echte democratie, maar we willen vooral in vrede leven.” Op de vraag of de nazim het zou accepteren als de dorpsraad een ander stemadvies zou uitbrengen, antwoordt hij: „Dat gebeurt gewoon niet.”