Neil Young zingt fors deel van zijn oeuvre

Pop Neil Young. Gehoord: 17/2 RAI, Amsterdam. Herh.: 18, 20/2.

De rocklegende van Neil Young beslaat meer dan veertig jaar, inclusief beatgroep Buffalo Springfield en vele artistieke gedaantewisselingen. Young en zijn entourage weten wat die legende waard is. Met toegangsprijzen van gemiddeld 120 euro werden gisteren bij het eerste van drie uitverkochte avonden in de RAI geen nieuwe zieltjes gewonnen.

Kapitaalkrachtige oude fans kregen waarvoor ze waren gekomen: een ruime uitsnede uit Youngs repertoire van zo’n drie uur, exclusief het matige voorprogramma van echtgenote en derderangs countryzangeres Pegi Young. Nieuw repertoire was er ook, van Youngs recente album Chrome Dreams II waarmee hij het oorlogsprotest van zijn voorlaatste Living With War naast zich neer legt en hij op 62-jarige leeftijd een van zijn betere platen aflevert.

Als gewoonlijk zit er een ingebakken schizofrenie in het werk van de tot Amerikaan genaturaliseerde Canadees. Hij wil niet kiezen tussen ingetogen, akoestische muziek en uitbundige elektrische gitaarerupties en daarom doet hij het allebei, zoals hij dat gewend is sinds zijn vroegste soloplaten.

Het concert had diezelfde tweedeling. Voor de pauze het akoestische gedeelte, omringd door gitaren in bijzondere stemmingen en toetseninstrumenten waarop hij onder meer een fraaie barrelhouse-pianoversie van Journey through the past ten beste gaf. Nostalgie was een belangrijk thema: in de folksong From Hank to Hendrix schetste hij hoe hij net als die grootheden altijd zijn eigen pad heeft getrokken. En in Ambulance blues herinnerde hij aan de dagen dat hij met een gitaar door het land trok: ‘the air was magic when we played’.

Dat prachtige nummer van zijn tamelijk obscure elpee On The Beach was niet de enige verrassing. Ook de nooit officieel verschenen songs Sad movies en No one seems to know werden gespeeld. Oorspronkelijk van een bombastisch orkestarrangement voorzien kreeg A man needs a maid een sobere, merkwaardige uitvoering op een vooroorlogs model synthesizer.

Het sentiment van dat nogal antifeministische lied (‘een man heeft een werkster nodig om zijn huis schoon te houden’) werd hem vergeven, onbeholpen als hij rondstommelde op het podium vol instrumenten, houten indianen en andere prullaria. Al aan het begin dreigde het concert in de soep te lopen, toen Young zich stoorde aan wat dronken fans en de fotografen wegstuurde omdat hij ten onrechte dacht dat zij het waren die door de muziek heen praatten.

Neil Young toonde zich niettemin de meester van het akoestisch instrumentarium, tokkelend op een banjo in Mellow my mind en met zijn krachtig hakkelende gitaarstijl in Don’t let it bring you down, breekbaar en net iets boven zijn macht gezongen. Als elektrisch gitarist houdt hij er de bekende rommelige stijl op na, eerst nog vrij stevig in het onmiskenbaar van The Rolling Stones’ Satisfaction geleende Mr. Soul maar later in de vaak oeverloze solo’s van zijn langere nummers.

Voor zijn elektrische set liet hij zich bijstaan door drummer Ralph Molina, bassist Rick Rosas en steelgitarist Ben Keith die ook de slaggitaar voor zijn rekening nam. Dat laatste was eigenlijk een zwaktebod, want de muziek kreeg nergens de explosieve kracht van Youngs superieure begeleidingsgroep Crazy Horse. Don’t cry no tears en het uit de tijd van Harvest stammende Bad fog of loneliness konden er mee door maar na een krachtig Winterlong zakte het concert in met een finale van twee beduidend zwakkere nummers van de nieuwe plaat.

Youngs ode aan zijn oude rivaal Steve Stills The Loner en een afgeraffeld Cortez the killer konden er niet het legendarische concert van maken dat het op grond van de verwachtingen scheppende toegangsprijs had moeten worden. Het deed vooral verlangen om Young nog eens een volledig akoestisch concert te zien geven, of naar de stormkracht van Crazy Horse in het hier door afwezigheid schitterende Like a hurricane.

Natuurlijk kan iemand met zo’n groot oeuvre als Neil Young niet alle favorieten spelen; enkele andere komen ongetwijfeld op de volgende avonden aan bod. Een bij vlagen briljant concert werd overschaduwd door de gedachte dat het de volgende keer waarschijnlijk onbetaalbaar zal worden, om Neil Young nog live te gaan zien.