Justitieel toezicht Antillen geregeld

Politici uit Nederland, de Nederlandse Antillen, Curaçao en Sint-Maarten zijn het gisteren eens geworden over de structuur voor de rechtshandhaving na de opheffing van het Antilliaanse staatsverband, per medio december.

De politici spraken op de Antillen af dat er drie openbaar ministeries komen: één op Curaçao, één op Sint-Maarten en één voor de kleinere eilanden Bonaire, Sint-Eustatius en Saba. De drie openbaar ministeries vallen onder één procureur-generaal.

Ook zijn de partijen overeengekomen dat de Nederlandse minister van Justitie bij zeer ernstige criminaliteit mag ingrijpen in de rechtshandhaving op de eilanden. Nu heeft alleen de Antilliaanse minister van Justitie die ‘aanwijzingsbevoegdheid’. Op verzoek van Curaçao en Sint-Maarten wordt de Raad van State gevraagd deze extra bevoegdheid van de koninkrijksminister te toetsen aan het Statuut, de grondwet voor het koninkrijk. Critici op Curaçao en Sint-Maarten rekenen op een negatief advies. In dat geval moet opnieuw worden overlegd over de rechtshandhaving.

Toezicht op justitie en overheidsfinanciën is, als voorwaarde voor sanering van de Antilliaanse schuld van 2,2 miljard euro door Nederland, de belangrijkste hobbel in het proces rond de staatkundige veranderingen. Over het financieel toezicht is vorige maand een akkoord gesloten. Curaçao en Sint-Maarten streven ernaar per 15 december aparte landen binnen het koninkrijk te worden. Bonaire, Sint-Eustatius en Saba worden dan Nederlands grondgebied. Of die ingangsdatum haalbaar is, moet blijken bij de volgende onderhandelingsronde, in april.