Ja, het onderwijs is een ramp. Wat nu?

Ideologie zorgt niet voor goed onderwijs

In nrc.next van 15 februari beschrijft Jan Blokker jr. de herinneringen die het rapport van de commissie-Dijsselbloem bij hem oproept. Herinneringen aan de „kaste van zelfaangewezen onderwijshervormers” tegenover leraren die daar het slachtoffer van zijn.

Volgens ons is de belangrijkste conclusie van het rapport van de commissie-Dijsselbloem het failliet van de gedachte dat onderwijs maakbaar is. De illusie van maakbaarheid heeft geleid tot landelijke invoering van uniforme modellen en structuren, waarbij leerlingen beschouwd worden als prototypen met dezelfde capaciteiten, leerstijlen en interesses. De geschiedenis heeft geleerd dat dát niet werkt. Met politiek en ideologie maak je geen onderwijs. Leraren maken het onderwijs op school door in te spelen op de unieke kwaliteiten en behoeften van leerlingen.

Dit inzicht vraagt om terughoudendheid van de overheid bij het maken van onderwijsbeleid (zoals bij invoering van het gratis schoolboek en van de maatschappelijke stage). Maar ook om terughoudendheid van grote schoolbesturen bij het invoeren van onderwijskundige keurslijven. Bovenal vraagt het om leraren die zich losmaken van slachtofferschap en die starten bij ontwikkelingsvragen van kinderen en hun methodiek daar op aanpassen.

De lerarenopleidingen in Nederland willen leraren daarvoor toerusten en zijn dus geen „adepten van het nieuwe leren” zoals Blokker stelt. Ze dragen bij aan een beroepsgroep van assertieve leraren die weten dat in het Nederlandse onderwijs er vrijheid van stichting, richting én inrichting is en dat zij, samen met andere professionals en ouders verantwoordelijk zijn voor goed onderwijs.

Marjan Freriks, Edith Hooge en Marco Snoek, directeur en lectoren van de Educatieve Hogeschool

Amsterdam

Eén Dijsselbloem maakt geen lente

Wij van de Stenden Hogeschool in Assen omarmen de stelling van Jan Blokker jr. dat de adviesbureaus en adepten van het nieuwe leren terzijde moeten worden geschoven (nrc.next, 15 februari). De discussies over de bevindingen van de commissie-Dijsselbloem zouden echter verder moeten reiken dan de plaats en de rol van adviesbureaus en adepten.

De kern ligt in de vraag wat de taak en de rol van de overheid en van de scholen zijn. De opvatting dat de overheid over ‘het wat’ gaat en de onderwijsinstellingen over ‘het hoe’ is een goed begin. Maar daarmee is de dialoog nog niet af.

De bezuinigingen op onderwijs gingen in de schaapskleren van vernieuwingen: een belangrijke oorzaak van de problemen. Schraalhans is er bovenmeester. Dijsselbloem toont aan dat de meeste scholen vanuit verantwoordelijkheidsgevoel gewoon doorgegaan zijn met het verzorgen van gedegen onderwijs.Dat moet vooral zo blijven.

Maar de contrarevolutie van de Dijsselbloem-adepten kan ook te ver doorslaan. Feit is dat de moderne leerling een korte spanningsboog kent, en assertiever en zelfstandiger is dan leerlingen decennia terug. Er is nog veel te doen. Eén Dijselbloem maakt nog geen lente.

Klaas-Wybo van der Hoek, College van Bestuur Stenden Hogeschool

Assen

Pot Dijsselbloem verwijt de ketel

Hulde voor het rapport van de commissie-Dijsselbloem over het politieke gestuntel rond het onderwijs. Het leert ons dat de werkers in het veld moeten worden geraadpleegd alvorens ‘leuke’ plannetjes de wereld in te jagen.

Helaas maakt de commissie uitgerekend die fout door zonder voorafgaande raadpleging van het veld voor te stellen dat leerlingen voortaan zowel moeten slagen voor de schoolexamens als voor het centraal examen. Dat klinkt leuk, maar zal averechts uitpakken. Aangezien de schoolexamens aan het centraal examen vooraf gaan, zal iedere school ten koste van alles willen voorkomen dat een leerling voor het schoolexamen zakt. Anders wordt het centraal examen immers overbodig. Het gevolg zal zijn dat de schoolexamencijfers naar nog grotere hoogten zullen stijgen dan nu al het geval is. Als de wetgever zich dit effect niet realiseert hebben we er straks weer een déjà vu bij.

Huub Odijk

Zutphen

Gelukkig luisterden de scholen niet

Ontluisterend. Dat is de conclusie over het onderwijsbeleid van de afgelopen jaren van de commissie-Dijsselbloem. Een gedurfde conclusie, waarvoor hulde.

De conclusie staat in schril contrast met de reacties op het rapport. „De verantwoordelijke bewindslieden hadden het beste voor met het onderwijs.” (CDA). „Wij waren het niet alleen” (minister Plasterk, PvdA). „We hebben het nog zo gezegd.” (SP). Dit is ‘oude politiek’. Niemand is verantwoordelijk. Tunnelvisie, op geld beluste consultants, partijpolitiek, zegt Dijsselbloem. Hoe zit dat dan met de Betuwelijn, het nieuwe zorgstelsel, het rekeningrijden? Hoe krijg ik weer vertrouwen in politici, zodat ik weer ga stemmen? Gelukkig waren de scholen burgerlijk ongehoorzaam.

Rob Joukema

Rotterdam

Verveeld op school dankzij politici

Ik zit nu in 5 vwo, en volg een Natuurkunde & Techniek-profiel. Maar fatsoenlijk rekenen en spellen kan ik niet, dankzij de politici die het voor hun eigen politieke gewin nodig vonden om het onderwijs te hervormen. Dankzij die hervormingen zit ik mijn tijd te verdoen bij vakken als Culturele Kunstzinnig Vorming (CKV) en Algemene Natuurwetenschappen (ANW). Indien u dus fouten in deze brief aantrefd is dat niet mijn schuldt; klachten kunnen naar het ministerie van Onderwijs.

Timo Clemens (16)

Bathmen

Moeten scholen meer autonomie krijgen in de invulling van het onderwijs? Discussieer mee op nrc.nl/discussie