Ingreep in thuiszorg

De overdracht van een deel van de thuiszorg aan de gemeenten vorig jaar is geen succes geworden. Omdat de uitvoering op veel plaatsen misliep en ontslag dreigde voor veel thuishulpen, heeft het kabinet afgelopen vrijdag ingegrepen. Dit gebeurde nadat de SP een protestspotje had vertoond over een oude dame die zichzelf uitkleedt. Voortaan mogen klanten zelf bepalen of ze een goedkope, zelfstandige thuiszorghulp willen hebben of een dure die in vaste dienst is. Maar daar is de kwestie nog niet mee opgelost.

Volgens de nieuwe Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO) zijn de gemeenten verantwoordelijk voor de huishoudelijke hulp voor zieken, gebrekkige bejaarden of gehandicapten die daar recht op hebben. Vroeger werden de hulpen bekostigd via de volksverzekering van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten. De redenering was dat gemeenten dichter bij de klanten zouden staan en meer kijk hebben op vrijwilligers uit de buurt die thuiszorg overbodig maken.

Van een toename van het vrijwilligerswerk is geen sprake. Er zijn al één miljoen onbetaalde mantelzorgers in het land actief. Mensen, met name vrouwen, hebben minder tijd omdat ze mede onder druk van de overheid meer en langer betaald werken.

Om toch geld te besparen zijn de meeste gemeenten de thuiszorg gaan aanbesteden aan de laagst biedende organisatie. Zo ontstond concurrentie tussen grote thuiszorgorganisaties die in de ene stad nieuw werk kregen en in de andere stad hun opdrachten verloren. Werknemers in de thuiszorg moesten van werkgever wisselen.

Thuiszorgbedrijven konden alleen uit de kosten komen als ze vaste werknemers ontsloegen en in plaats daarvan freelancers – de zogenoemde alfahulpen – aannamen. Dat betekende dat mensen met een vaste baan in de thuiszorg voortaan als zelfstandige, voor minder geld, hetzelfde werk moesten gaan doen. Zo dreigden zorgverleners, die toch al schaars zijn, massaal hun baan op te zeggen. En klanten raken de vertrouwde huishoudelijke hulp kwijt, die ook hun gezondheid in de gaten houdt.

Door haar ingreep heeft staatssecretaris Bussemaker (Volksgezondheid, PvdA) in ieder geval voorkomen dat de thuiszorg verder achteruit gaat. Klanten mogen zelf bepalen of ze een goedkope hulp over de vloer krijgen of een dure die meer zorg kan leveren.

Mensen moeten inderdaad zelf kunnen bepalen wie er bij hen in huis komt. Maar de huishoudelijke hulp van de thuiszorg wordt niet door hen, maar grotendeels door de gemeente betaald en dat maakt verschil. Een huishoudelijke hulp is doorgaans geen medische voorziening, al kunnen veel gehandicapten niet zonder. Mensen die zelf zo’n hulp kunnen betalen – en dat zijn de meeste – zouden dat ook moeten doen. Dat verlost de overheid, de zorgorganisatie en de klanten van veel administratieve rompslomp. Omdat Nederland vergrijst, neemt de vraag naar zorg toe. Het stelsel moet betaalbaar worden gehouden. Ook het werk in de zorg moet aantrekkelijk blijven. Met de werknemers mag niet worden gerommeld voor een gelegenheidsbezuiniging. De overheid moet duidelijke keuzes maken.