‘Ik was dat getrek aan m’n nek even zat’

Deborah Gravenstijn (33) wil voor de derde keer naar de Spelen. Ze leek uit beeld, maar knokt zich terug.

Judoka Deborah Gravenstijn heeft na haar tweede plaats dit weekeinde bij dewereldbekerwedstrijd in Boedapest weer uitzicht op deelname aan de Olympische Spelen.

Dat perspectief was door teleurstellende prestaties bij de toernooien in Sofia en Parijs danig vertroebeld. Maar de bronzen medaillewinnares van de Spelen in Athene (2004) heeft weer hoop.

Hoe zie je sinds afgelopen weekeinde jouw kansen op ‘Peking’?

Deborah Gravenstijn: „Dit resultaat geeft positieve energie. Bondscoach Marjolein van Unen had me opgedragen in de drie resterende wereldbekerwedstrijden twee medailles te winnen. De eerste is binnen. Nu gaan we werken aan de tweede. Dat moet gebeuren in Hamburg of Warschau.”

Wat is de kwalificatie-eis voor de Olympische Spelen?

„Ik moet na de EK in april bij de eerste vijf op de geschoonde ranking staan. Ik sta nu zesde, achter de Française Harel, die me in Boedapest in de finale versloeg.”

Hoe moeilijk is het om twee jaar na een nekhernia- en knieoperatie terug te komen?

„Moeizaam. Mijn lichaam heeft een jaar nodig gehad om zich aan de belasting aan te passen. Maar ook het judo is veranderd; het is vooral gericht op verdedigen. Voor mij gevaarlijk, omdat ik een explosieve, aanvallende judoka ben.”

Hoe is het met de motivatie?

„Nu weer goed. Maar die was na de eerste, teleurstellende wereldbekerwedstrijd in Sofia even verdwenen. Ik ging relativeren. Zo van: is ‘Peking’ nog wel het belangrijkste na twee keer de Spelen te hebben meegemaakt? Ik was na Sofia dat getrek aan mijn nek gewoon even zat. Waar het om gaat is of ik nog één keer die extra stap wil zetten. En daartoe heb ik me uiteindelijk toch weer bereid verklaard.”