‘Ik schaam me voor optreden in Dachau’

Zonder veel wanklanken zong Johan Heesters (104) zaterdagavond in zijn geboortestad Amersfoort – nadat hij 44 jaar lang in Nederland niet meer welkom is geweest.

Johan Heesters, zaterdagavond in Amersfoort: „'t Zijn droeve tijden als de oorlog loeit” Foto Floren van Olden Amersfoort, De Flint 16-02-2008 Johan (Johannes) Heesters geeft op 104 jarige leeftijd een optreden. Op de achtergrond zijn vaste pianist Uli Koffler. Foto: Floren van Olden honderdjarigen Olden, Floren van

Zeven arrestaties na een opstootje van een paar minuten tussen antifascistische demonstranten en een paar jongeren die zich neo-nazi's noemden, méér problemen hebben zich zaterdagavond bij theater De Flint in Amersfoort niet voorgedaan. In de zaal bleven de aangekondigde spreekkoren en andere verstoringen geheel achterwege.

De 104-jarige Johan Heesters, de in Duitsland aanbeden operetteheld die in Nederland omstreden is wegens zijn oorlogsverleden, heeft een triomfantelijke comeback gemaakt. Voor een opgetogen publiek dat niets dan aanhankelijkheid uitstraalde. „U moet weten hoe gelukkig ik ben om u hier na al die jaren te mogen entertainen, in mijn geboortestad”, zei de zanger. Waarna iemand uit de zaal riep: „Ook wij zijn er blij mee!”

Nadat een actiecomité onder de naam Heesters Raus! in opstand was gekomen tegen ’s mans comeback, organiseerde De Flint verscherpte veiligheidsmaatregelen. In de speciale huisregels werd onder meer het meebrengen van wapens en het dragen van „provocerende” kledij verboden.

Bovendien moest elke bezoeker zich identificeren en door een detectiepoortje lopen. Elk paspoort werd gefotokopieerd. Met slechts één kopieerapparaat leverde die procedure fikse vertragingen op. Vóór de ingang stond ruim een uur lang een rij die al buiten de dranghekken begon. Na enige tijd kwam een groepje Flint-obers naar buiten om aan de koukleumers gratis bekertjes koffie uit te delen.

Intussen zagen de wachtenden politiebusjes, agenten te paard en spandoeken met teksten als „Mijn grootvader was ook in Dachau” (verwijzend naar het beruchte propagandabezoek dat Heesters in 1941 aan het concentratiekamp bracht) en „Fascisme is geen mening, maar een misdaad.”

Ook hief een koortje kort voor achten het Lied van de Moorsoldaten aan, het lijflied van dwangarbeiders in nazi-kampen. Maar de indruk bleef bestaan dat het aantal van ongeveer vijftig demonstranten veruit werd overtroffen door de politie- en beveilingsfunctionarissen. Echt grimmig zou het dan ook niet worden.

De voorstelling die tenslotte ruim een kwartier te laat begon, bleek te bestaan uit een „mediashow”, samengesteld en gepresenteerd door Heesters' 58-jarige echtgenote Simone Rethel – een soort lezing met lichtbeelden, waarbij zij zittend aan een tafeltje achter een laptop de bijschriften bij de geprojecteerde foto’s uit de carrière van haar man voorlas. In het Nederlands, met een zwaar Duits accent. Foto’s van hoge nazi’s die Heesters bewonderden, kwamen in die presentatie niet voor. Maar wel een tekst over het bezoek aan Dachau, inclusief Heesters’ commentaar („ik schaam me hiervoor”), die door de zaal in doodse stilte werd beluisterd.

Af en toe ging het doek dicht en even later open, waarna Heesters in smoking in de bocht van de door zijn vaste begeleider Uli Kofler bespeelde vleugel stond. Hij begon, om zijn Nederlandse publiek onmiddellijk in te palmen, met het joyeuze O mooie Westertoren.

Eigenlijk had Heesters zijn praatjes in het Nederlands willen doen, maar de benodigde taallesjes gingen niet door nadat hij op nieuwjaarsdag met gebroken ribben in een ziekenhuis was beland.

Wel zong hij, naast Duitstalige klassiekers als Heut’ geh’ ich ins Maxim, Man möchte Klavier spielen können en Ich bin Gott sei dank nicht mehr jung, ook nog het fameuze Nou tabéh dan uit De Jantjes, waarin slechts een paar keer een Duits woordje sloop.

Ook reciteerde Heesters met vooroorlogs toneelspelerspathos het negentiende-eeuwse gedicht ’t Zijn droeve tijden als de oorlog loeit van Gentil Antheunis dat hij tachtig jaar geleden als acteur uit zijn hoofd moest leren. En hij zong, als finale, het lieflijke Daar bij die molen dat door de 700 aanwezigen volop werd meegezongen.

Heesters’ lichte tenor van vroeger is vanzelfsprekend een zwaarder en minder flexibel geluid geworden, dat hij echter nog steeds met groot bravoure inzet om ieder woord een krachtige lading te geven. Hij werd beloond met een stuk of vier staande ovaties, veel gejuich en een beeldje van de Amersfoortse kei. „Auf Wiedersehen!” hoorde het publiek hem nog roepen toen het doek al dicht was.

Tegen half twaalf, tijdens een korte persconferentie, werd Heesters gevraagd of hij – nu zijn liefste wens met deze Nederlandse comeback was vervuld – nog iets anders heeft om naar toe te leven. „Mijn volgende wens?”, zei hij. „Dat we elkaar volgend jaar terugzien.” En toen wendde hij zich tot „mijn Simoontje” met de mededeling dat hij nu wel „een borreltje” wilde.

Beelden van het optreden via nrc.nl/kunst

Rectificatie / Gerectificeerd

Correcties en aanvullingen

Johan Heesters

De kop Ik schaam mij voor optreden in Dachau boven het verslag van het optreden van Johan Heesters in Amersfoort (18 februari, pagina 9) is onjuist. Heesters zei dat hij zich schaamde voor het bezoek dat hij in 1941 aan het concentratiekamp Dachau heeft gebracht. Hij ontkent dat hij daar heeft opgetreden. Bewijzen van het tegendeel zijn er niet.