I edereen zoent elkaar in het land Kosovo

Duizenden geëmigreerde Kosovaren zijn naar Kosovo gekomen om de onafhankelijkheid te vieren.

Fuck Yu kopt de krant, verwijzend naar Joegoslavië.

Pas als de Kosovaarse premier Hashim Thaçi zijn handtekening onderaan het document zet, gelooft Elmaze het écht. „17 februari 2008, 15 uur 40”, zegt ze hardop. „Dit moment zal ik nooit vergeten.” Met haar wollen handschoenen droogt ze haar tranen. Een onbekende man omhelst haar. Iedereen in hoofdstad Priština zoent vandaag met wie er toevallig in de buurt is. In de chaos zijn de meeste feestgangers hun vrienden of familieleden, waarmee ze 's ochtends van huis gingen, allang uit het oog verloren.

Zondag, klokslag drie uur in de middag, komt het Kosovaarse parlement bijeen voor de lang verwachte onafhankelijkheidsverklaring. Tienduizenden hebben zich verzameld op het Moeder Theresa-plein, in de buurt van het parlement. Elders in de stad volgen mensen de historische gebeurtenis via televisieschermen die overal, in cafés, restaurants en hotellobby’s, staan opgesteld.

Veertig minuten later is de onafhankelijkheidsverklaring een feit en barst het feest los. In de lobby van Hotel Grand, dat dienst doet als internationaal perscentrum, ontmoet theaterregisseuse Elmaze Nura (29) haar oude professor van de kunstacademie. „Knijp me even hard in mijn arm”, zegt hij. „Ik wil zeker weten dat ik niet droom.” Ook de professor wil zoenen en na de regisseuse ziet hij verderop andere mooie dames die zijn speciale aandacht verdienen.

„Decennialang waren wij tweederangsburgers, mensen over wie anderen regeerden”, zegt Elmaze Nura. „Maar daar is vandaag een eind aan gekomen. Voor het eerst van mijn leven kan ik zeggen: ik kom uit het land Kosovo, ik ben een trotse Kosovaar!”

Luid toeterend gaan auto’s door de straten van Priština. Kinderen hangen uit de ramen en schreeuwen pavaresia! – Albanees voor ‘onafhankelijkheid’. Duizenden diaspora-Kosovaren, de meesten uit de Verenigde Staten, vieren het feest mee. Ze zijn er speciaal voor naar Kosovo gereisd. Uit de omliggende landen Macedonië, Albanië en Montenegro zijn Albanezen per auto of bus door de bergen naar Priština gereden.

Hotels zitten propvol met verslaggevers en westerse diplomaten. Ook GroenLinks-politicus Joost Lagendijk, Kosovo-rapporteur in het Europees Parlement, is erbij. „Al jaren zit ik op het dossier-Kosovo. Dit moment wil ik niet missen.”

De hele dag zijn alle ogen gericht op de boomlange premier Thaçi, alias ‘de slang’, zijn nom de guerre. Vandaag is hij de man die de regie voert over de grote Kosovo-show. Camerateams uit de hele wereld volgen elke stap die Thaçi zet.

„Vier de onafhankelijkheid op een respectvolle wijze”, riep hij daags vooraf het Kosovaarse volk op. Tot zondagnacht lijkt het erop dat iedereen daar gehoor aan geeft.

Negen jaar lang, sinds de oorlog om Kosovo (1998-1999), werd de Servische provincie bestuurd door VN-missie UNMIK. 16.000 NAVO-soldaten hielden er toezicht. Van Kosovo een multi-etnische provincie maken – de opdracht waarmee UNMIK van start ging – is niet gelukt. De bijna twee miljoen Kosovo-Albanezen maakten er zondag een land van, geheel tegen de zin van de Kosovo-Servische minderheid (125.000).

De Serviërs wonen in enclaves, verspreid over Kosovo en in het noordelijke deel van de stad Mitrovica. „Met dit onafhankelijkheidsfeest hebben wij niets te maken”, zegt de Servische advocaat Nikola Gabacic uit Mitrovica. Premier Thaçi belooft om van Kosovo een land van iedereen, dus ook van de Serviërs, te maken. Mooie woorden, maar ik geloof er niks van.”

„Natuurlijk gaat dat lukken,” zegt Jeton Musliu, een jonge journalist van het Kosovo-Albanese dagblad Express. „Als de Serviërs het willen, dan maken we er samen een mooi land van. Zij zijn hier net zo goed geboren.” Fuck Yu, staat op de voorpagina van zijn krant. Yu staat voor Joegoslavie. Volgens Express wordt de oude Joegoslavische federatie nu pas definitief ten grave gedragen. „Kosovo’s afscheiding van Servië is het laatste hoofdstuk in het boek, getiteld: De sloop van Joegoslavië. Eindelijk kunnen het dat boek dichtslaan”, zegt Musliu.

De drie kinderen van Abdullah Jashari, wiskundeleraar aan het Sami Frasheri-gymnasium in Priština, zijn ’s middags de straat op. Hij en zijn vrouw Lulja wachten thuis, op de komst van vrienden uit Macedonië. „Ze hebben net gebeld, ze zijn onderweg”, roept Lulja vanuit de keuken waar ze een feesttaart bakt.

Wat Abdullah betreft mag het feest niet al te lang duren. „We moeten nu snel aan de slag. De helft van de Kosovaarse jongeren is werkloos. En niemand hier heeft ervaring met hoe het is om een eigen staat te organiseren. Ik ben 49, ik heb nog nooit in een democratie geleefd. Ik kan het mijn eigen kinderen en mijn leerlingen niet eens uitleggen.”

In de lente van 1999, tijdens de oorlog om Kosovo, moest Abdullah met zijn gezin op de vlucht voor Servische soldaten. Ze werden in buurland Macedonië opgevangen door de Albanese familie Sadiku. Nu, negen jaar later, reizen de Sadiku’s vanuit Macedonië naar Priština, om er samen met de Jashari’s het glas te heffen. „Zij hebben ons destijds geholpen”, zegt Abdullah geëmotioneerd. „Het is niet voor niets geweest.”

Met opgestoken kraag trotseert Edmond Rugova de snijdende kou, als laat in de avond overal vuurwerk afgaat. In de seizoenen 1981 en 1982 schitterde Rugova als sterspeler in voetbalclub FC Priština. Toen hij eenmaal de kans kreeg – de club New York Cosmos bood veel geld – vertrok hij naar de Verenigde Staten. „Daar heb ik een nieuw bestaan opgebouwd. Ik ben een halve Amerikaan geworden. Maar toch: Kosovo is altijd aan me blijven trekken.”

Rugova, inmiddels vijftig, kwam in 2006 terug naar Kosovo en begon er als bondscoach van het ‘voorlopige nationale’ elftal. Vanaf vandaag mag je dat ‘voorlopige’ weglaten, zegt Rugova. „Voor het aanstaande EK-voetbal in juni zijn we te laat. Maar op het EK van 2012 is Kosovo erbij.” Zijn team bestaat nu nog slechts uit Albanese spelers. „Ik heb inmiddels twee Kosovo-Servische talenten op mijn verlanglijstje staan. Het zal nog even duren, maar in 2012 presenteer ik de wereld een multi-etnisch Kosovaars elftal.”

Bekijk foto’s van onafhankelijk Kosovo op nrcnext.nl/links

Lees ook het commentaar ‘Een duur voldongen feit’ op pagina 19