God van de handel was maar even god van Ajax

Ajax wilde aan de Europese top blijven, zowel sportief als zakelijk. De beursgang was noodzakelijk. Maar het liep uit de hand. Daardoor vervreemdde de club van het bedrijf.

Ajax gaat naar de beurs, op 11 mei 1998. Materiaalman Sjaak Wolfs heeft de kampioensschaal in zijn handen, speler Frank de Boer kijkt toe. Foto Hollandse Hoogte 110598. Amsterdam. Ajax gaat naar de Beurs. Frank de Boer bekijkt met grote belangstelling de eerste notering van het Hollandse Hoogte

De stemming op de vloer van de Amsterdamse effectenbeurs is opgewonden. Veel beurshandelaren zijn fan van Ajax en vandaag, 11 mei 1998, krijgt de voetbalclub een notering aan de effectenbeurs. De selectie van Ajax, in donkerblauw clubkostuum gestoken, hangt ongeïnteresseerd op het balkon van het Beursgebouw in Amsterdam. Op de beursvloer wordt een foto gemaakt met spelers, bestuur, directie en enkele handelaren – de zilveren schaal van het 27ste landskampioenschap, een maand eerder gehaald, pronkt in het midden.

Jari Litmanen is nog wel in voor een geintje. De Finse voetballer houdt het bronzen beeldje van Mercurius boven zijn hoofd alsof het de beker van de Champions League is. „De god van de handel is vandaag ook even de god van het voetbal”, zegt George Müller, directeur van de effectenbeurs. „Wij zijn zakenmensen met een Ajax-hart”, zegt Ajax-voorzitter Michael van Praag. „Geld is een waarborg voor doelpunten.”

Ajax was gewoon „erg ambitieus”, zegt Arie van Os tien jaar later in de koninklijke loge van de Amsterdam Arena. Beneden werken terreinknechten aan de zoveelste grasmat van het stadion. Van Os was het financiële brein achter de beursgang. „We wilden aan de Europese top blijven, zowel sportief als zakelijk.”

Na een succesvolle carrière op de beurs was Van Os in 1989 penningmeester geworden bij Ajax. De clubkas was leeg, nadat Ajax een miljoenenboete had gekregen wegens een geruchtmakende zwartgeldaffaire. „Ik schrok van wat ik aantrof”, zegt Van Os. „Het was een trieste boel. Ik stond voor het eerst in mijn leven debet. Het verbaasde me, want er waren een aantal Europese successen geweest. Maar we hadden zelfs geen geld om kerstkaarten te sturen.”

Onder zijn financiële leiding wist Ajax langzaam het tij te keren. Van Os en zijn medebestuurders, onder wie Michael van Praag en Uri Coronel, spraken af hun onkosten te laten voor wat ze waren. Eén van de problemen waarmee de club kampte was dat sterspelers als Frank Rijkaard en Marco van Basten voor veel te lage bedragen naar andere clubs vertrokken. Van Os brak contracten open en verhoogde salarissen. Die investering betaalde zich terug. Van Os: „Op een gegeven moment meldde Barcelona zich bij ons. Johan Cruijff wilde Richard Witschge kopen. We kregen ongeveer acht miljoen gulden (3,6 miljoen euro, red.) voor hem. Dat was een klapper voor Ajax. Toen hadden we de boel financieel onder controle.”

Maar rijk was Ajax allerminst. „De beursgang was noodzakelijk om aansluiting te houden bij de Europese top”, zegt Bob-Jan Hillen, destijds commercieel directeur bij de club. „Ajax wilde bij de beste acht van Europa horen.”

Ook andere Nederlandse clubs hadden – aangestoken door succesverhalen van Engelse clubs als Manchester United – plannen om naar de beurs te gaan. „Wij wilden de eerste Nederlandse club met een beursnotering worden”, zegt Van Os stellig. „Ajax was ook de eerste met shirtsponsoring, met vip-plaatsen, met business-seats. De eerste zijn, daar ben je Amsterdammer voor.”

Maar het ging niet louter om geld. Een beursgang zou de internationale uitstraling van Ajax vergroten, zegt Van Os, maar ook de betrokkenheid tussen de club en de supporter. „Ik zei tegen het bestuur: als je het doet, moet je het doen op het moment dat het goed gaat. We hadden in 1995 de Champions League gewonnen, en een jaar later weer de finale gehaald.”

Binnen Ajax leidde de beursgang tot weinig discussie. Er werd een bijzondere ledenraadsvergadering belegd op het landgoed Duin en Kruidberg bij Santpoort. „Er waren voldoende maatregelen ingebouwd om de identiteit van de club te bewaren en de kleuren, het shirt en de vestigingsplaats te waarborgen”, zegt bankier Hein Blocks, destijds lid van de ledenraad van Ajax.

De uitgiftekoers bedroeg 25 gulden, ruim elf euro, per aandeel. „Financieel bezien was het een enorm succes”, zegt Arie van Os. „De vraag was enorm, de emissie was vijftienmaal overtekend.” Met de aandelenemissie werd 120 miljoen gulden binnengehaald (ongeveer 54 miljoen euro, red.).

Met de beursgang wil Ajax een traditie nieuw leven inblazen. Was tot 1998 de jeugdopleiding de kurk waarop Ajax dreef, in het jaar van de beursgang telde de selectie maar liefst tien nieuwe aankopen. „Wij zien er geen heil in steeds de portemonnee te trekken”, zei Michael van Praag, „daarom willen wij ons opleidingsinstituut beter maken”. In de prospectus staat dat Ajax het ‘beurskapitaal’ gaat gebruiken om te investeren „in de jeugdopleidingen, scouting en merchandising”.

Ajax ging fors investeren in clubs in Zuid-Afrika (Ajax Cape Town), Ghana (Ashanti Goldfields) en België (Germinal Beerschot Antwerpen). Doel was plaatselijk talent in een vroeg stadium te ontdekken. Het moesten de nieuwe kweekvijvers worden voor Ajax. Maar de beursmiljoenen werden ook gebruikt om spelers te kopen, zegt Van Os. „Ajax was een rijke club. Ik kon niet meer tegen een trainer zeggen: er is geen geld. Een trainer zit maar kort bij Ajax, die wil snel scoren. Trainers zijn onverzadigbaar. We hebben door de beursgang te veel spelers gekocht. Het liep uit de klauwen.”

De beursgang van Ajax is geen succes geweest, constateert Ronald Huisman, wetenschappelijk medewerker aan de Erasmusuniversiteit Rotterdam. „De 54 miljoen euro die de club ophaalde zijn niet rendabel geïnvesteerd. Ten tweede is het geen goede belegging. Een belegger kijkt naar dividenden en waardeontwikkeling en daarbij bleef het Ajax-aandeel onder de maat.”

Streef je als belegger naar maximalisatie van het rendement op je beleggingen dan moet je dus zeker geen Ajax-aandeel kopen, zegt ook Errol Keyner van de Vereniging van Effectenbezitters (VEB). De koers zakte van 11 euro naar een uiteindelijk dieptepunt van 3,50 (zie grafiek). De koers reageert vooral op resultaten en transfers. Toen de transfer van Wesley Sneijder naar Real Madrid op 12 augustus 2007 rond was, steeg het aandeel met zes procent.

Errol Keyner: „Het Ajax-aandeel is een fun-aandeel.” Dat erkent ook Van Os. „Als ex-beursman kan ik niet zeggen dat het een succes was. Supporters kopen geen aandeel om het te verhandelen.”

Saillant is dat verzekeringsmaatschappij Delta Lloyd 8,6 procent van het totaal van deze ‘fun-aandelen’ bezit. „Ik zou het Ajax-aandeel zeker niet zo willen noemen”, zegt Alex Otto, directeur beleggingen. „Wij zijn een institutionele belegger met een brede portefeuille en daar past een sportclub goed bij.” Delta Lloyd verwacht „op termijn” een koerswinst te boeken. „Wij willen met het Ajax-aandeel geld verdienen.”

De beursgang heeft Ajax „heel gezond” gemaakt, vindt oud-bestuurder en bankier Hein Blocks. „Ajax hoeft nooit te lenen, je kunt altijd een aantal slechte jaren overbruggen.” En de organisatie werd professioneler door de regels die de beurs oplegt aan beursgenoteerde ondernemingen.

In het begin was het wel zoeken, zegt algemeen directeur Arie van Eijden. „Euronext wilde dat we elke keer een persbericht eruit zouden sturen wanneer een speler geblesseerd raakte op het trainingsveld. Daar hebben we een stokje voor gestoken.” Maar toen uitlekte dat trainer Jan Wouters de laan uit vloog, hing de toezichthouder aan de telefoon, zegt Blocks. „Dat had niet mogen gebeuren.”

Door de beursgang is „de club ook vervreemd van het bedrijf’’, vindt Blocks. In de ledenraad mocht veel minder worden besproken omdat de informatie beursgevoelig kon zijn. Blocks: „Belangrijke deals met spelers en trainers werden en worden zoveel mogelijk in het weekend gedaan, dan had je meer tijd voordat de beurs op maandag weer opende. Maar het zette meer druk op de onderhandelingen, en de andere partijen wisten dat ook.”

Na Ajax vroeg geen enkele andere Nederlandse club een notering aan de beurs aan. De beursintroductie van Ajax was in 1998, twee jaar voor het hoogtepunt van de beurshausse. In de periode 2000 en 2004 zijn er helemaal geen beursintroducties geweest.

In het aandeel wordt relatief weinig gehandeld, de gemiddelde dagomzet is circa duizend aandelen. „Om Nederlandse voetbalaandelen aantrekkelijker te maken voor institutionele beleggers zouden voetbalclubs meer inkomsten moeten genereren uit alternatieve, niet-voetbalresultaat afhankelijke bronnen”, vindt onderzoeker Ronald Huisman. „Ajax is wat betreft haar inkomsten relatief sterk afhankelijk van recettes. Die post is conjunctuurgevoelig en daar houden beleggers niet van.”

Bij een club als Manchester United is de omzet voor meer dan de helft afkomstig uit stabiele, niet-voetbalresultaat afhankelijke inkomsten. De sterke afhankelijkheid van de recettes in Ajax’ omzet is deels het resultaat van het feit dat Nederland een kleine markt is in vergelijking met Engeland en Italië. Men biedt veel minder geld voor uitzendrechten, en de afzetmarkt voor merchandising is in Nederland veel kleiner.

De commissie-Coronel, die onderzoek heeft gedaan naar het Ajax-beleid van de afgelopen tien jaar, adviseerde gisteren om te onderzoeken op welke wijze de beursnotering kan worden beëindigd. De belangrijkste reden is dat de strategie van de onderneming „in de luwte, buiten de schijnwerpers van de markt kan worden gerealiseerd”. De beursgang heeft, volgens Coronel, behalve „een eenmalige kapitaalinjectie geen financiële meerwaarde gebracht”.

Een bedrijf van de beurs halen is vooral een kwestie van geld. Als Ajax de bijna vijf miljoen aandelen (27 procent van het totaal) die aan de beurs zijn genoteerd zou inkopen tegen een koers van 7,50 euro dan kost dat de club 37,5 miljoen. „Wij wachten het bod van Ajax af”, zei vanmiddag Alex Otto van Delta Lloyd. „De beurs heeft het rapport-Coronel goed ontvangen, de koers is vanochtend met vijf procent gestegen.”

Volgens de critici heeft de beursgang ertoe geleid dat de oude warme voetbalclub werd verbouwd tot een zakelijke sportbedrijf. De AFC Ajax NV is opgericht met het idee dat het succes blijvend zou zijn. „We dachten: als we met een kleine begroting al kampioen van Europa kunnen worden, hoeveel successen zullen we dan wel niet halen als we de begroting twee keer zo hoog maken?”, zegt voormalig commercieel directeur Bob-Jan Hillen. „We hebben er geen rekening mee gehouden dat we een jaar of vijf niets zouden winnen.”

Dit is het tweede deel van een serie. Het eerste deel verscheen zaterdag en is na te lezen op de site.