Geluid mag wat kosten

De Tweede Kamer is de tempel van het gesproken woord. De akoestiek is dus van groot belang, en mag best wat kosten.

In 1992, toen de oude zaal van de Tweede Kamer werd verruild voor het huidige auditorium, regende het klachten. Een oceaan van blauwe bankjes was het, met hier en daar het hoofd van een drenkeling. De akoestiek van Braziliaans marmer was veel te helder voor politici die aan dikke lagen hout, pluche en gordijnen waren gewend. De wandelgangen overstemden vaak het debat, terwijl op rustige dagen gefluisterde onderonsjes op de tribune hoorbaar waren. De grote leegte zou stemverheffing en platvloerse demagogie in de hand werken, somberde D66-voorman Hans van Mierlo indertijd. Een schreeuw om aandacht, als het ware. „First we shape our buildings, and afterwards our buildings shape us”, had Churchill immers gezegd.

Of de zaal de toon van het debat veranderde, is een open vraag. Maar de akoestiek vereist permanente fine tuning : verstaanbaarheid gaat boven alles. Zo grepen de geluidstechnici recentelijk weer in toen de buitenste ring van de SP klaagde over het geluid tijdens het vragenuur. Kamervoorzitter Verbeet tolereerde een burger in de vergaderzaal om de decibels te meten, deze week worden nieuwe trechters op de luidsprekers geïnstalleerd, zegt Jan van Gils, hoofd facilitaire dienst. Speciaal ingevlogen uit de USA, top of the bill. Ze verruimen het dekkingsgebied met tientallen centimeters, genoeg voor de meest hardhorige SP’er. Over kosten zegt hij niets.

Zo zijn er steeds kleine ingrepen. In de zomer werd het spreekgestoelte van de bewindslieden van afstandsbediening voorzien. Dat ging voorheen met een knop omhoog en omlaag: Maxime Verhagen eist een andere spreekhoogte dan Sharon Dijksma. Van Gils: „Bodes wurmden zich tussen de bewindslieden door om die knop te bedienen, nu gaat dat van afstand.” Deze week gaan de microfoon zeven centimeter naar voren voor een optimaal geluid.

Geroezemoes uit de wandelgangen blijft een probleem, zeker tijdens het drukke vragenuur. Ooit hingen er lichtbordjes die ‘stilte’ aangaven; later werd de pers bij drukte de toegang ontzegd en de zwerm ambtenaren en fractiemedewerkers ingeperkt. Nu blijken ook de achterblijvers te veel lawaai te maken. Het is de mobiele telefoon, aldus Van Gils. Daarvan gaan mensen schreeuwen.