En toen schoten ze de vijand heel mooi dood

In Uruzgan krijgen ‘embedded’ journalisten een kijkje in de militaire keuken.

Maar de norm dat media onafhankelijk moeten zijn, wordt zo wel geschonden.

Door de gevaarlijke situatie in Afghanistan is een zekere symbiose tussen leger en media ontstaan. Tijdens Task Force Uruzgan kunnen journalisten voor een à twee weken embedded gaan: zij krijgen een unieke kijk in ‘de militaire keuken’, maar moeten voor publicatie hun werk wel laten screenen. Hoewel volgens de officiële regels van Defensie alleen teksten worden geschrapt die de troepen in gevaar kunnen brengen, kan dat invloed hebben op hun onafhankelijke informatievergaring en op het beeld dat de journalisten overbrengen.

De bekendste niet-embedded journalist van Nederland, Arnold Karskens, toonde enkele maanden geleden het grote belang van onafhankelijke verslaggeving over de ISAF-missie in Afghanistan. Uit gesprekken met ooggetuigen en nabestaanden van slachtoffers heeft Karskens opgemaakt dat het Nederlandse leger tegen de Geneefse Conventies is ingegaan door de burgerbevolking niet voortijdig te waarschuwen over beschietingen met zwaar geschut en vanuit de lucht.

Een en ander roept de vraag op of embedded journalisten, die dichter bij de militairen zitten – en die de meerderheid van de verslaggevers vormen – tot eenzelfde conclusie hadden kunnen komen.

Uit een door mij uitgevoerde inhoudsanalyse van meer dan tweehonderd artikelen over ISAF tussen maart 2006 en mei 2007 in vijf landelijke dagbladen blijkt van niet. De resultaten van de twee soorten van journalistieke verslaggeving verschillen aanzienlijk, in drie opzichten.

1Het gebruik van bronnen. De meeste embedded artikelen hebben slechts één informant. Bovendien wordt in 90 procent van de verhalen ten minste één militaire bron gebruikt. Niet-embedded verslaggevers maken daarentegen naast militairen ook gebruik van de informatie van vertegenwoordigers van (internationale) organisaties, de Afghaanse overheid en burgers. Door dit elementaire verschil berichten embedded verslaggevers vaker over het dagelijks leven op de militaire bases en militaire acties (samen 60 procent), terwijl hun niet-embedded collega’s meer over politiek (35 procent) en geweld (26 procent) schrijven. Eveneens plaatsen zij verhalen in een bredere context.

2De toon van de artikelen. Embedded journalisten wordt vaak verweten dat zij te positief verslag doen van de ISAF-missie. De artikelen waarin voornamelijk het werk van de militairen wordt beschreven, blijken inderdaad significant positiever. De niet-embedded verslagen zijn veel negatiever of kritischer over de NAVO-operatie. Daarnaast zijn ze veel persoonlijker en emotioneler van toon. In veel gevallen wordt overduidelijk afschuw van gebeurtenissen, onderwerpen en problemen weergegeven.

3De verpakking. Embedded journalisten ‘verpakken’ hun verhalen anders dan de non-embeds. De eersten beschrijven vooral de gevaarlijke situaties waarin ‘onze jongens’ terechtkomen, en de heroïek van hun optredens. Niet-embedded verslaggevers citeren juist bronnen over de verantwoordelijkheid van ISAF en de Karzai-regering en over het geweld, corruptie en werkloosheid waarvan deze het slachtoffer zijn.

Uit het onderzoek komen niet alleen duidelijke verschillen in verslaggeving naar voren, maar blijkt ook dat met embedded journalistiek de norm wordt geschonden dat de media in een liberale democratie autonoom, onafhankelijk moeten zijn, en neutraal en objectief moeten berichten.

Beide vormen van oorlogsjournalistiek hebben hun eigen uitgangspunten en vooroordelen in de verslaggeving over ISAF. Lezers van embedded artikelen vormen zich een mening die vooral gebaseerd is op de militaire kant van het conflict. Niet-embedded journalisten confronteren hun lezers met de problemen die zich hier omheen afspelen.

Eén ding is zeker: zonder onafhankelijke journalisten als Arnold Karskens zouden we slechts een zeer beperkt en vooral positief beeld van de Afghaanse werkelijkheid hebben gekregen.

Janet van Klink is studente politicologie aan de Universiteit Leiden.