Een duur voldongen feit

Het armste land van Europa is sinds gisteren een vrije natie. De nieuwe staat heeft weliswaar niet meer dan een vlag, die overigens in euro’s moet worden betaald omdat het nog geen eigen munt heeft. Maar het is zinloos om het voldongen feit Kosovo te blijven ontkennen. Een compromis tussen Servië en Kosovo was door het gebrek aan politieke wil over en weer helaas ondenkbaar geworden. Zeker toen ex-commandant Thaci van het guerrillaleger UCK vorig jaar de verkiezingen won en als premier op onafhankelijkheid kon aansturen.

Maar wordt het verder wat met het nieuwe land? Kosovo is nog niet officieel erkend. Dat is echter een kwestie van tijd. Rusland, dat VN en NAVO opriep de onafhankelijkheid onverwijld ongedaan te maken, heeft amper gehoor gekregen. VS en Duitsland beperken zich tot pleidooien om de kalmte te bewaren. De 17.000 manschappen van de NAVO hebben zich daartoe op strategische plaatsen in het land gegroepeerd, om etnische conflicten tussen Kosovaren en Serviërs in de kiem te kunnen smoren. De kans is niet denkbeeldig dat deze troepen het druk gaan krijgen.

Ook als het rustig blijft zullen de politieke golven nog hoog gaan. De onafhankelijkheid van Kosovo belast de toch al kille verhoudingen tussen Rusland en NAVO nog meer. Om aan te tonen dat het Westen met twee maten meet hebben Zuid-Ossetië en Abchazië, twee deelstaatjes die zich van Georgië hebben afgescheiden en de facto worden gesteund door Moskou, gisteren onmiddellijk de VN opgeroepen ook hun soevereiniteit te erkennen. Dichterbij moet het domino-effect van de nieuwe staat evenmin worden onderschat. Zo zal het zelfbewustzijn in Pristina uitstralen naar de Albanese minderheid in Macedonië, die daar ruim een kwart van de bevolking uitmaakt. Ook Tirana weet zich gesterkt als het pan-Albanese ambities wil koesteren.

De onafhankelijkheid van Kosovo wordt hoe dan ook een dure uiting van nationalisme. De nieuwe staat is niet in staat zichzelf te bedruipen, anders dan met weinig verheffende economische activiteiten als smokkel of witwassen. Zeker als Servië economische sancties afkondigt, zal de handelsbalans van Kosovo nog verder verslechteren en het werkloosheidspercentage stijgen tot ruim boven de 50 procent van nu. De financiële hulp van de diaspora in de VS, Duitsland en Zwitserland, die jaarlijks ongeveer een half miljard euro doneert, is dan de laatste kurk waarop Kosovo kan drijven. De duurzamere toekomst berust op de aanwezigheid van delfstoffen als steenkool en, in mindere mate lood, zink en nikkel. Maar voordat die rendabel gewonnen kunnen worden, zal er eerst moeten worden geïnvesteerd.

Kosovo zal de rekeningen dus nog jaren elders moeten deponeren. Bijvoorbeeld in Brussel. Juist die financiële afhankelijkheid biedt de EU de kans om Pristina, na het feest van gisteren, snel met de neus op de feiten te drukken. Eén van die feiten zou kunnen zijn dat de banden met Servië worden aangehaald. Zeker als dat land generaal Mladic nu eindelijk eens uitlevert aan het Joegoslaviëtribunaal in Den Haag, kan er ook met Belgrado worden onderhandeld over toetreding tot de EU. Samen met het afgescheiden Kosovo.