Dit is een man voor de eerste rij

Je kunt de televisie niet aanzetten of Doekle Terpstra is weer in beeld.

Hij is charismatisch en niet bang om zich uit te spreken. En hij heeft zó’n netwerk.

Doekle Terpstra, de ochtend na de bemiddelingspoging tussen minister Ter Horst en de vakbonden over de politie-cao. Foto Maarten Hartman/Hollandse Hoogte Nederland, Doorn, 13-2-2008 Bemiddelingssresultaat politie cao. Na bemiddelen tot diep in de nacht , stropt bemiddelaar Doekle Terpstra na een korte nachtrust op het conferentieoord waar de bemiddeling plaats vond de volgende ochtend zijn stropdas. In afwachting van de komst van minister ter Horst Foto Maarten Hartman Maarten Hartman;Hollandse Hoogte

Doekle Terpstra heeft geen chauffeur. Lachend: „Er is er maar één die goed kan rijden en dat ben ik.” Daarbij is zijn auto, een Renault Espace, zijn tempel. Het is dat hij moet praten, anders zou hij geluisterd hebben naar een meditatie uit Johanna Domeks Benedictijnse Inspiratie.

Het is donderdag 14 februari, vijf uur. Een dag eerder heeft Terpstra zijn voorstel voor een nieuwe politie-cao aan Guusje ter Horst van Binnenlandse Zaken aangeboden, vandaag heeft hij vergaderd met de HBO-raad – daar is hij voorzitter van – en nu is hij onderweg naar Hilversum, waar hij om half zeven gast zal zijn in het NCRV-programma Stand.Café. Maar hij vergeet op zijn routeplanner te letten en rijdt zo de file richting Arnhem in. „Drommels. Dat gebeurt me nou nooit.”

Dit is de man van wie vriend en vijand zegt dat hij Balkenende gaat opvolgen. Misschien wordt hij eerst nog burgemeester van Rotterdam, want daar komt een vacature en het CDA (Terpstra is CDA’er) heeft in het burgemeester-monopoliespel op dit moment geen enkele grote stad. Maar daarna: minister-president.

Zelf zegt hij dat het onzin is, hij zou het niet willen en niet kunnen. Maar de manier waarop hij zich presenteert doet vermoeden dat hij er van binnen weleens anders over denkt.

Hij is de grote samenbinder die Nederland oproept om nee te zeggen tegen de verwildering en weer verschillig voor elkaar te worden. Hij is de charismaticus die 200.000 mensen elkaar de hand liet vasthouden om zo hun verzet te demonstreren tegen de afschaffing van WAO, WW en vut (Museumplein, 2 oktober 2004).

Toen was hij voorzitter van het CNV en hij praat graag over wat hij nog steeds als het hoogtepunt van zijn carrière bij de vakbond ziet. De angst vooraf. Zou het hem lukken met die handen? De spanning van het moment zelf. Ik vreet jullie op, jullie gaan nu doen wat ik zeg. De euforie daarna en de bezorgde verbazing, want wat was dat in hem dat hij dit voor elkaar kon krijgen? Gelukkig wist hij dat het allemaal volstrekt integer was geweest.

Zoals hij ook weet dat hij een man voor de eerste rij is, vanaf de dag dat hij districtsbestuurder werd bij de Industrie- en Voedingsbond van de CNV in Rotterdam, op zijn vierentwintigste. Hij merkte dat hij iemand was die mensen mee kon krijgen, die energie en betrokkenheid uitstraalde, die authentiek was, en niet bang, en geen grijze muis. Een leider.

Zijn broers Evert en Sybren Terpstra zeggen dat Doekle dat altijd al in zich had. Hij is de oudste zoon van een gezin met zeven kinderen uit Witmarsum, Friesland. Zijn vader was een kleine boer die op zijn zevenenvijftigste overleed aan longkanker. Zijn moeder was een stille vrouw die ’s morgens als eerste opstond om voor iedereen boterhammen te smeren.

Ze waren gereformeerd, maakten op zondag lange wandelingen. De vader praatte met zijn zoons – niet met zijn dochters – over de preek en over politiek. Wie het hardst praatte had de meeste kans om gelijk te krijgen.

Doekle Terpstra ging naar de mavo en de havo in Sneek, totdat hij werd weggestuurd wegens spijbelen. Hij ging werken bij de boer, maar na een half jaar had zijn vader hem weer teruggeschreeuwd naar school, nu in Bolsward. Daarna ging hij, met lang haar en een snor, naar de christelijke sociale academie in Kampen.

Hij woonde in een huis met studenten van de theologische hogeschool en hij heeft er nog een tijd over gedacht om ook theologie te gaan studeren. Zijn broers en vrienden – Sjors Fröhlich van de NCRV bijvoorbeeld – zeggen dat Doekle Terpstra eigenlijk een dominee is.

Maar dan wel een dominee met een politiek netwerk.

Uit Witmarsum kent hij Hans de Boer, later voorzitter van het MKB. In Kampen leerde hij Gerda Verburg kennen, later CDA-minister van Landbouw. Door zijn werk bij het CNV raakte hij bevriend met Aart Jan de Geus, later CDA-minister van Sociale Zaken. En met Herman Wijffels, later voorzitter van de SER en informateur. Doekle Terpstra leerde Jan Peter Balkenende kennen toen ze in de commissie Bezinning Christelijke Vakbeweging zaten, in 1982.

Vooral voor de laatste twee had hij enorme bewondering. Dit waren mensen die naar de universiteit waren geweest, intellectuelen. Met hen ging hij, Doekle Terpstra, voorheen drop-out, om op voet van gelijkheid. Later bezette Balkenende de CNV-leerstoel aan de Vrije Universiteit. Soms nodigde hij Doekle Terpstra uit voor een gastcollege.

In 1997 werden ze beiden door Enneüs Heerma gevraagd om zich kandidaat te stellen voor de Tweede Kamer. Heerma was toen fractievoorzitter van het CDA. Balkenende zei ja, maar Terpstra bedankte. Hij kon voorzitter van het CNV worden. En nu zou hij het niet meer willen. Geen zin om zich te schikken naar de fractiediscipline.

Er zijn mensen die zich afvragen of Doekle Terpstra het met die Museumplein-demonstratie niet voor zichzelf verpest heeft bij het CDA. Want wie zat er toen op Sociale Zaken? De Geus. En wie was er minister-president? Balkenende.

Naar verluidt heeft Balkenende het hem vergeven. Bij Terpstra’s afscheid van het CNV, in april 2005, hield hij een toespraak waarin hij hem zo voor gek zette dat de hele zaal blauw lag van het lachen. Toen was dat ook weer klaar. Maar voor De Geus is Doekle Terpstra nog altijd veel te links voor de partij. En één CDA’er staat altijd voor een groep CDA’ers.

Vorige week donderdag was Doekle Terpstra in Rotterdam om met raadsleden te praten over zijn Benoemen en Bouwen-manifest. Het was de eerste keer dat hij zich in het openbaar verdedigde en volgens Ronald Sørensen van Leefbaar Rotterdam was het geen toeval dat het in zíjn stad gebeurde. „Hij kwam solliciteren.”

Want met wie ging Doekle Terpstra buitengewoon geïnteresseerd staan praten in de pauze? Met hem en met Peter van Heemst, fractievoorzitter van de PvdA. Ze zijn de vertegenwoordigers van de meerderheid in de gemeenteraad. „Haha”, zegt Sørensen. „Opeens had ik het door.”

Doekle Terpstra, in de file bij Utrecht, zegt dat hij zelf nog nooit aan het burgemeesterschap van Rotterdam gedacht had voordat hij naar die bijeenkomst ging. Tot zijn verrassing werd hij daar opeens geïntroduceerd als een van de kandidaten. Hij schudt nee, die post zou voor hem net iets te hoog zijn gegrepen.

Daarbij heeft hij de HBO-raad beloofd dat hij daar in elk geval tot 2009 zou blijven. Alleen in een uitzonderlijk geval zou hij ervan kunnen afwijken. „Ik weet niet eens wanneer Rotterdam vrij komt”, zegt hij. Hij lacht en klapt in zijn handen als hij hoort dat het waarschijnlijk 2009 wordt. „Ha! Nou begrijp ik het.”

Het is tien voor half zeven als Stand.Café belt om te vragen waar hij blijft. „Mijn schuld”, roept Doekle Terpstra door de telefoon. „Ik ben verkeerd gereden.” Ze moeten hem maar telefonisch interviewen.

Hij praat door over de beelden die mensen op je plakken als je een bekende Nederlander bent en die vaak weinig met de werkelijkheid te maken hebben. Want misschien, zegt hij, gaat hij na de HBO-raad wel iets heel anders doen. Het leven is maar kort en wat is er, als je nadenkt, nu eigenlijk echt belangrijk? Goed, hij geeft toe dat hij het waarschijnlijk niet zal kunnen, want niets is zo verslavend als die plaats op de eerste rij. Maar hij heeft door de onderhandelingen over die nieuwe politie-cao wel een nieuwe kant in zichzelf ontdekt. Die van bemiddelaar. Op hoog niveau, want hij is een man – als hij gaat schaatsen, wil hij de Elfstedentocht schaatsen.

Denkt hij aan een rol als die van Alexander Rinnooy Kan van de SER? Of die van Herman Wijffels, die uit de Verenigde Staten wordt gehaald als hier geen regeerakkoord kan worden bereikt?

Hij knikt. „Ik kan bruggen bouwen. En ik wacht niet tot de mensen aan de overkant een pijler slaan.”

Kijk nu met die ogen naar het advies over de politie-cao dat hij de minister gaf. Agenten moeten een hoger loon krijgen en meer respect. Precies wat Rinnooy Kan in vorig jaar in zijn advies over de leraren zei. En kijk waar Doekle Terpstra zijn onderhandelingspartners uitnodigde. Niet in Lauswolt, maar wel in een kasteel in de bossen bij Doorn.

Lees meer over Terpstra’s actie tegen verwildering: www.benoemenenbouwen.nl